Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Vereffening van nalatenschap. Vraag of rente over schulden van de nalatenschap buiten beschouwing dient te blijven op grond van overeenkomstige toepassing (ingevolge art. 4:218 lid 5 BW) van art. 128 Fw.
Burgerlijk Wetboek
Art. 4:224 BW
Genoemd in 5 uitspraken · Officiële wettekst
5 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Prejudiciële vragen; vereffening nalatenschap; berekening vordering; art. 4:218 lid 5 BW; fixatiebeginsel art. 128 Fw van overeenkomstige toepassing op vereffening nalatenschap?; onderscheid tussen ‘lichte’ en ‘zware’ vereffening?
Procesrecht/erfrecht; herhaaldelijk instellen van dezelfde rechtsvordering; ne bis in idem; belanghebbende in de zin van art. 4:203 lid 1 onder b BW; vaststellingsovereenkomst
Perikelen rond een verzoek tot opheffing van de vereffening van een nalatenschap. Belanghebbende bij hoger beroep; belanghebbende bij het verzoek. Schuldeiser van nalatenschap en van erfgenaam verzoekt om opheffing van de vereffening. Geschillen rond de gronden voor afwijzing van
Een van de erfgenamen maakt bezwaar tegen de door de vereffenaars voorgenomen wijze van tegeldemaking van de woning en garage van erflaatster als bedoeld in artikel 4:215 lid 2 BW.