Prejudiciële vragen; vereffening nalatenschap; berekening vordering; art. 4:218 lid 5 BW; fixatiebeginsel art. 128 Fw van overeenkomstige toepassing op vereffening nalatenschap?; onderscheid tussen ‘lichte’ en ‘zware’ vereffening?
Burgerlijk Wetboek
Art. 4:202 BW
Genoemd in 91 uitspraken · Officiële wettekst
91 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht. Meerderjarigenbewind. Erfrecht. Is bewindvoerder die is benoemd op grond van art. 1:431 BW wettelijke vertegenwoordiger als bedoeld in art. 4:193 BW? Geldt voor verwerping, beneficiaire aanvaarding en zuivere aanvaardi
Erfrecht. Is de beschermingsbewindvoerder een ‘wettelijke vertegenwoordiger’ in de zin van artikel 4:193 BW en in hoeverre is sprake van samenloop met de bepalingen in Boek 1 BW over het meerderjarigenbewind? Het hof is voornemens prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad..
Erfrecht/executeurschap. Bekrachtiging in hoger beroep van ontslag executeur ex 4:149 lid 2 BW. Het hof acht in voldoende mate aannemelijk dat betrokkene in zijn functie van executeur c.a. wel de diverse “steken” heeft laten vallen terwijl hij volgens het testament steeds moest o
Prejudiciële vragen samenloop art. 1:441 BW (beschermingsbewind bij opgekomen nalatenschap) en art. 4:193 BW (wettelijke vertegenwoordiging bij opgekomen nalatenschap).
kantonzaak, erfrecht. Beschermingsbewindvoerder geen wettelijk vertegenwoordiger als bedoeld in art. 4:202 lid 2 BW (en 4:193 lid 1 en 2 BW). Zeer lichte vereffening volgens afd. 4.6.3.
vereffenaar wenst woning erflaatster te gelde te maken om schulden nalatenschap te voldoen. inwonende zoon erflaatster werkt daar niet aan mee. vordering in kort geding tot ontruiming woning toegewezen.
erfrecht: wettelijk vertegenwoordiger; ontheffing verplichting vereffenen volgens de wet; artikel 4:202 lid 2 BW
Verzoekschriftprocedure erfrecht. Verzoek tot ontheffing van de verplichting tot vereffening ogv 4:202 lid 2 BW. Afwijzing ivm verkapt hoger beroep.
Erfgenaam verblijft zonder recht of geldige titel in de woning van erflaatster. Hiermee handelt de erfgenaam onrechtmatig omdat de vereffening niet kan worden voltooid. De voorzieningenrechter wijst de vordering tot ontruiming toe. De vordering tot het doen uitschrijven uit de Ba
“Nalatenschap is beneficiair aanvaard. Voor erfgenamen die de erfenis hebben verworpen treden kinderen in de plaats als erfgenamen. Enkele erfgenamen stellen een van de kinderen van erflater aansprakelijk voor door diens toedoen door erflater geleden schade, op grond van tekort s
Benoeming vereffenaar nalatenschap.
Verzoekschriftprocedure erfrecht. Ontheffing van de verplichting tot vereffening art. 4:202 lid 2 BW. Ouderlijke boedelverdeling en ben. aanvaarding namens minderjarigen. Verklaring voor recht mbt de beschikkingsbevoegdheid tav de goederen van de nal.
Erfrecht. Procesrecht. Vordering tot verdeling van beneficiair aanvaarde nalatenschap waarvan de vereffening niet is voltooid. Art. 4:202 lid 1, onder a, BW. Stelplicht. Regie van de rechter. Art. 22 Rv.
curator van een gefailleerde erfgenaam is geen belanghebbende in de procedure ex art 4:202 lid 2 BW
Kantonzaak, erfrecht. Verzoek tot ontheffing vereffening door saneringsbewindvoerder afgewezen nu feitelijke vereffening in het stadium van uitkering verkeert.
Beklag ex art. 552a Sv. X laat bij zijn overlijden € 874.874,99 na aan zijn minderjarige kinderen Y en Z, welk vermogen volgens het OM een criminele herkomst heeft. Het OM heeft ten laste van de wettelijke vertegenwoordigsters van Y en Z onder de notaris strafvorderlijk beslag do