Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Vereffening van nalatenschap. Vraag of rente over schulden van de nalatenschap buiten beschouwing dient te blijven op grond van overeenkomstige toepassing (ingevolge art. 4:218 lid 5 BW) van art. 128 Fw.
Burgerlijk Wetboek
Art. 4:184 BW
Genoemd in 94 uitspraken · Officiële wettekst
94 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Enquêteprocedure bij Ondernemingskamer inzake vennootschappen waarvan de aandelen tot een nalatenschap behoren. Bevoegdheid vereffenaar nalatenschap q.q. om enquêteverzoek in te dienen: is een van de erven ontvangen procesvolmacht toereikend?
Verzet tegen uitdelingslijst gegrond. In afwijking van het faillissementsrecht, moet de rente na overlijden wel in de uitdelingslijst worden meegenomen. Advocaatkosten voor benoeming vereffenaar zijn vereffeningskosten. Grafrechten voor 20 jaar zijn geen preferente schulden a.b.i
Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over toepasselijkheid van het in artikel 128 van de Faillissementswet neergelegde fixatiebeginsel op de vereffening van een nalatenschap.
Procesrecht/erfrecht; herhaaldelijk instellen van dezelfde rechtsvordering; ne bis in idem; belanghebbende in de zin van art. 4:203 lid 1 onder b BW; vaststellingsovereenkomst
erfrecht; schuldeiser in een nalatenschap sluit vaststellingsovereenkomst met vereffenaars/ beneficiair aanvaarde erfgenamen over die schulden; vorderingen op grond van artikel 3:194 lid 2 BW; selbsteintritt; etc. Vorderingen afgewezen.
Erfrechtelijk geschil tussen twee zussen omtrent erfdeel van eiseres uit nalatenschap van vader en haar legitieme portie uit de nalatenschap van moeder. Erfgenamen van vader zijn zijn echtgenote en hun kinderen (partijen en hun broer). Het testament van vader bevat een ouderlijke
Erfrecht. Tussenvonnis. Vordering op erfgenamen van langslevende echtgenoot (stiefvader) uit hoofde van wettelijke verdeling van de nalatenschap van erflaatster (moeder). Hoogte vordering staat niet vast, dus (gedeeltelijke) verwijzing naar verzoekschrifprocedure kantonrechter (A
Erfrecht. Geen privé aansprakelijkheid erfgenaam ex art. 4:184 BW. Vaststelling omvang legitieme portie.
Deze zaak betreft een geschil tussen de vereffenaar van de nalatenschap van een fertiliteitsarts als eiser en vier partijen als gedaagden. De eerste gedaagde is de weduwe van de arts. De tweede gedaagde is de persoon aan wie de weduwe de onroerende zaken uit de nalatenschap heeft
Incident tot voeging van een derde partij. Artikel 217 Rv. Toewijzing.
Erfrecht. Procesrecht. Vordering tot verdeling van beneficiair aanvaarde nalatenschap waarvan de vereffening niet is voltooid. Art. 4:202 lid 1, onder a, BW. Stelplicht. Regie van de rechter. Art. 22 Rv.
Met de grosse van een hypotheekakte is executoriaal beslag gelegd voor een restschuldvordering van de bank ten laste van erfgenaam die de nalatenschap beneficiair had aanvaard, nadat de bank bekend was geworden dat de erfgenaam gelden had onttrokken aan de nalatenschap. Of er toc
Exceptio plurium litis consortium. Het niet opmaken van een boedelbeschrijving. Aansprakelijkheid minderjarigen op grond van artikel 4:184, lid 2 BW en aansprakelijkheid van wettelijke vertegenwoordiger op grond van artikel 4:212 BW.