Erfrecht. Artikel 4:210 BW. Aanwijzing aan de vereffenaar m.b.t. rente na de overlijdensdatum. Geen analogische toepassing van artikel 128 FW.
Burgerlijk Wetboek
Art. 4:182 BW
Genoemd in 123 uitspraken · Officiële wettekst
123 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Prejudiciële vragen; vereffening nalatenschap; berekening vordering; art. 4:218 lid 5 BW; fixatiebeginsel art. 128 Fw van overeenkomstige toepassing op vereffening nalatenschap?; onderscheid tussen ‘lichte’ en ‘zware’ vereffening?
Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over toepasselijkheid van het in artikel 128 van de Faillissementswet neergelegde fixatiebeginsel op de vereffening van een nalatenschap.
Art. 81 lid 1 RO. Familierecht. Erfrecht. Geschil tussen vrouw en erfgenamen van man over de uitleg van samenlevingsovereenkomst. Onderhoudsplicht.
Art. 81 lid 1 RO. Pachtrecht. Art. 7:322 BW.
Kwalificatie overeenkomst.
Hoger beroep; incasso advocatenwerkzaamheden tegenover fietsenleveranties; hoedanigheid vereffenaar en erfgename gedaagde; beneficiaire aanvaarding; tijdstip declareren; opeisbaarheid; geen nakomingsverjaring; bewijsopdracht afhandeling met gesloten beurzen; verjaring klachten ge
Erfrecht. Tweetrapsmaking. Erflater heeft door een tweetrapsmaking zijn partner tot erfgenaam benoemd (bezwaarde) en zijn twee kinderen tot erfgenamen onder ontbindende voorwaarde (verwachters). Zijn ‘derde kind’ heeft erflater onterfd; deze beroept zich op zijn legitieme. De par
Erfrecht; artikel 4:192 BW. Aan de orde is de vraag of gedaagde zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud als een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam heeft gedragen. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend. Gedaagde heeft vanaf de bankrekening van erflaatster selectief schul
Beroep op exceptio plurium litis consortium gehonoreerd in geschil over nalatenschap. Nicht (wiens vader vooroverleden is) procedeert in eerste aanleg tegen Oom en Tante (een broer en een zus van de vooroverleden vader van Nicht) over nalatenschap van haar opa. Het geschil betref
Erfrecht. Verdeling nalatenschap. Diverse geschilpunten (woning; recht van erfpacht en opstal; goederen in Spanje; vorderingen op en schulden aan erfgenamen)
Uitgestelde opeisbaarheid legitieme portie. De in het testament van toepassing verklaarde wettelijke verdeling is niet mogelijk. Verhouding met verblijvensbeding in samenlevingsovereenkomst.
Tussenarrest. Behoort de eigendom van de aandelen in de bv tot de nalatenschappen van moeder en/of vader? Schenking van aandelen? Leveringsverplichting? Bewijsopdracht.
Erfrecht. Tussenvonnis. Vordering op erfgenamen van langslevende echtgenoot (stiefvader) uit hoofde van wettelijke verdeling van de nalatenschap van erflaatster (moeder). Hoogte vordering staat niet vast, dus (gedeeltelijke) verwijzing naar verzoekschrifprocedure kantonrechter (A
Bijzondere overeenkomst; overige bijzondere overeenkomst
Appellant jegens de bank aansprakelijk voor eigen schuld en schuld van zijn ouders na aanvaarding erfenis. Gezag van gewijsde. Geen misbruik van procesrecht van de bank door betaling boedelbijdrage aan de vereffenaar.
Koopovereenkomst. Contractuele boete wegens niet-nakoming. Geen matiging van de boete.
koop woonhuis, non-conformiteit, schending garantie, fundering
Artikel 4:184 en 4:192 BW; daden van zuivere aanvaarding, onbehoorlijk gedrag, privé aansprakelijkheid schulden van de nalatenschap Artikel 4:78 BW; informatieplicht
Erfrecht. Het gaat in deze procedure om de vraag of eiser (nog) een vordering heeft op de nalatenschap van erflaatster, en zo ja, hoe hoog die aanspraak is. Afstand van recht? Afgelost op papieren schenkingen? Hoofdelijke veroordeling?
Verbeuren aandeel in nalatenschap.
Erfrecht. Vordering van onterfd kind tegen erfgenamen i.v.m. moederlijk erfdeel en legitieme portie nalatenschap vader. Grenzen aan toepassing van art. 4:184 lid 2 sub a BW; derogerende werking van redelijkheid en billijkheid. Aansprakelijkheid van erfgenamen naar evenredigheid v
Erfrecht. Bewijsopdracht dat erflater zich klaarblijkelijk heeft vergist (art. 4:46 lid 3 BW). Bewijswaardering.
Erfrecht; artikel 4:120 leden 2 en 5 BW, 4:117 leden 2 en 3 BW en 4:182 lid 2 BW. Legitimarissen, die nalatenschap zuiver hebben aanvaard, doen een beroep op hun legitieme, nadat hun is gebleken dat een legaat niet kan worden voldaan uit de nalatenschap. Beroep op legitieme kan l
Wie is (hoofdelijk) aansprakelijk voor de terugbetaling van het door schuldeiser aan erflater en aan zijn ex-echtgenote uitgeleende bedrag? De ex-echtgenote, de echtgenote en/of de kinderen?