Geschil over wie als erfgenaam dient te worden aangemerkt en welk aandeel ieder in de nls heeft. Bewoordingen in testament zijn duidelijk en hebben als verklaring van de uiterste wil een duidelijke zin. Uit de bewoordingen blijkt niet dat de verwijzing naar de wettelijke regels s
Burgerlijk Wetboek
Art. 4:145 BW
Genoemd in 141 uitspraken · Officiële wettekst
141 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Procesrecht. Afwikkeling nalatenschap. Beneficiaire aanvaarding. Grenzen van de rechtsstrijd na cassatie en verwijzing. Vervolg op HR 19 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2738.
Erfrecht. Eisers heeft gedaagde in persoon (‘pro se’) gedagvaard in plaats van in zijn hoedanigheid als executeur (‘qualitate qua’ ofwel ‘q.q.’). Gedaagde is ten onrechte gedaagd pro se, want bedragen overgemaakt in zijn hoedanigheid van executeur.
Eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering, omdat niet duidelijk is in welke hoedanigheid zij die vordering heeft ingesteld: als executeur of als erfgename? In de stukken neemt zij daaromtrent tegenstrijdige standpunten in. Er is derhalve niet voldaan aan de stre
Erfrecht. Executele. Door rechtbank toegewezen vorderingen op de nalatenschap en tot verdeling van de inboedel. Incident strekkende tot schorsing uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Criterium voor schorsing. Restitutierisico geen grond voor schorsing van de toegewezen geldvorderi
Executele. Incasseren van een vordering welke deel uitmaakt van een gemeenschap tussen deelgenoten. Karakter ingestelde vordering: pro se of namens de deelgenoten gezamenlijk (artikel 3:170, 184 en 185 BW). Niet voldaan aan vereiste dat voor gedaagde duidelijk moet zijn tegen wie
Geschil tussen erfgenamen en executeur. Sprake van een afspraak over de hoogte van de vergoeding voor de executeur? Bewijsopdracht.
Erfrecht. Afwikkeling nalatenschap. Executeur (eiser) vordert van gedaagde terugbetaling van circa 280.000 euro. Volgens gedaagde heeft erflater hem twee keer 125.000,-- geschonken. Bewijsopdrachten voor gedaagde.
Kort geding. Geen bevel vrijgave bankgarantie. Hoofdelijkheid verplichtingen bankgarantie.
Personen- en familierecht. Verdeling huwelijksgemeenschap. Essentiële stellingen niet behandeld.
Is een koopovereenkomst tot stand gekomen waaraan de nalatenschap is gebonden?
Kort geding. Voormalig executeur in de nalatenschap van erflaatster veroordeeld tot nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van een beschikking.
Vereffenaar vordert ontruiming van woningen die tot de nalatenschap behoren. Een van van de bewoners/gedaagden is tevens erfgenaam en gevolmachtigde van erflaatster
Erfrecht. Niet-ontvankelijkheid. Vordering moet worden ingesteld door de executeur en niet door enige erfgenamen. Rechtsgeldigheid testament. Codicil inboedel. Ondeelbare rechtsverhouding. Overweging ten overvloede. Art. 4:109 lid 4 BW, art. 4:97 BW, art. 4:145 lid 2 BW.
IPR. Erfrecht en huwelijksvermogensrecht. Geschil tussen echtgenote van erflater en de beide zonen van erflater over de afwikkeling van het huwelijksvermogen en de nalatenschap.
erfrecht; verjaring geldlening; voor inkorting vatbare gift?
Onvoldoende gewichtige redenen om executeur te ontslaan. Artikel 4:149 BW
Vordering tot uitbetaling van het saldo van de spaarrekening van erflater aan eiseres (executeur) voor het doel waarvoor zij dit wenst, te weten de exploitatie van de onderneming, afgewezen omdat daarvoor thans, vooruitlopend op een verdere verdeling van de nalatenschap, onvoldoe
Erfrecht. Uiterste wil. Executeur. De bevoegdheid van de executeur tot beheer en derden (r.o. 15-17). Art. 4:145 BW. De bevoegdheid van de executeur tot tegeldemaking en derden (r.o. 17-18). Art. 4:147 BW.
Erfrecht: privatieve vertegenwoordigingsbevoegdheid executeur; inkorting
Bevoegdheid executeur nalatenschap tot het instellen van een vordering uit bestuurdersaansprakelijkheid namens de erfgenamen. Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 6:162 BW. Heeft de bestuurder aan een kredietgever de toestand van de vennootschap te rooskleurig voorgesteld?
Tussenvonnis. Erfrecht. Aanvaarding of beheersdaden?
Erfrecht. Afwikkeling voortzettingsbeding maatschapsakte. Afwijzing gevorderde verdeling met vestiging vruchtgebruik, afwijkend van testament met keuzelegaat en vruchtgebruik legaat t.b.v. langstlevende.
Erfrecht. Nietigheid testament? Vordering op grond van artikel 3:34 BW afgewezen.
Vordering vaststelling omvang nalatenschap en vorderingen afgifte keuzelegaat en vaststelling verdeling nalatenschap afgewezen.