Verzoening van partijen na scheiding van tafel en bed?; art. 1:176 BW (oud); omstandigheden van het geval; samenwonen van partijen is niet doorslaggevend. Gevolgen voor het bezwaren en vervreemden van onroerende goederen.
Burgerlijk Wetboek
Art. 4:13 BW
Genoemd in 196 uitspraken · Officiële wettekst
196 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
ECLI:NL:GHDHA:2023:517
2 × geciteerd
ECLI:NL:RBDHA:2021:6813
1 × geciteerd
Verkoop onroerend goed van erflater door moeder. Moeder was beschikkingsbevoegd, want de scheiding van tafel en bed is beëindigd door verzoening voor 1 juni 2001.
Personen- en familierecht. Ouders zijn in 1977 in gemeenschap van goederen gehuwd en zijn in 1990 van tafel en bed gescheiden. Is sprake van verzoening voor 1 juni 2001 ex art. 1:176 BW (oud), zodat moeder moet worden aangemerkt als echtgenote en dus als wettige erfgenaam.
Begunstiging spaargarantverzekering bij getekende partnerverklaring, regresvordering op erfgenamen, verzorgingsgedachte erflaatster, redelijkheid & billijkheid, e.o.