erfrecht; quasi-legaat; uitkering uit een levensverzekering; beoordelingsmoment; termijn art. 4:127 BW en art. 4:216 BW; welk bedrag is niet onredelijk om te moeten betalen in de zin van art. 4:127 BW
Burgerlijk Wetboek
Art. 4:120 BW
Genoemd in 45 uitspraken · Officiële wettekst
45 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Civiel recht. Bodemzaak. Vereffenaar nalatenschap vordert uitkering uit levensverzekering terug bij derde, die de moeder is van de minderjarige erfgenamen. Vordering afgewezen omdat deze niet binnen de vervaltermijn is ingesteld. Beroep op vervalbeding is naar maatstaven van rede
Vermogensrecht. Erfrecht. Vermindering van begunstiging bij sommenverzekering (art. 4:120 lid 4; art. 4:126 lid 2, aanhef en onder b, BW; art. 4:127 BW). Belang bij klachten in cassatie. Is voor benutting van termijnen, bedoeld in art. 4:127 BW, art. 4:216 BW en art. 4:220 lid 3
Erfrecht. Uitleg van vervaltermijn in art. 4:216 BW. Peilmoment voor beoordeling gift (art. 7:188 BW) i.v.m. vermindering van uitkering (art. 4:120 lid 2 jo. art. 4:126 lid 2 sub b BW).
Taak executeur nalatenschap, art. 4:144 lid 1 BW. Voldoening schulden nalatenschap uit legaat, vermindering legaten, art. 4:120 BW; begunstiging door uitkering sommenverzekeraar, art. 4:126 lid 1 en 2, aanhef en onder b BW. Wijziging hoedanigheid executeur in vereffenaar na benef