Erfrecht. Testament verleden in tegenwoordigheid van twee getuigen. Eis van volledige voorlezing van de notariële akte, art. 43 lid 2 Wet op het notarisambt. Sanctie van vernietigbaarheid, art. 4:109 BW. Stelplicht en bewijslast.
Burgerlijk Wetboek
Art. 4:109 BW
Genoemd in 26 uitspraken · Officiële wettekst
26 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Vernietiging van het testament op grond van niet-naleving van artikel 43 lid 2 Wet op het notarisambt in de omstandigheden van het geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar.
Eiseres, die een geregistreerd partnerschap had met erflaatster, vordert verklaring voor recht dat het testament van erflaatsrer van 18 novmeber 2010 middels een buitengerechtelijke verklaring is vernietigd en dat de nalatenschap dient te worden afgewikkeld conform het bepaalde i
Erfrecht. Art. 20 lid 1 Wna verboden begunstiging, nietigheid legaat
Wil van erflater stemt niet overeen met inhoud van het testament; tekortschietende rol van de notaris, invloed van verwachters op de inhoud van het testament.
Erfrecht. Niet-ontvankelijkheid. Vordering moet worden ingesteld door de executeur en niet door enige erfgenamen. Rechtsgeldigheid testament. Codicil inboedel. Ondeelbare rechtsverhouding. Overweging ten overvloede. Art. 4:109 lid 4 BW, art. 4:97 BW, art. 4:145 lid 2 BW.
Erfrecht. Testament verleden in tegenwoordigheid van twee getuigen. Eis van volledige voorlezing van de notariële akte, art. 43 lid 2 Wet op het notarisambt. Sanctie van vernietigbaarheid, art. 4:109 BW. Stelplicht en bewijslast.
Erfrecht. Uiterste wil. Redelijkheid en billijkheid. Erflater heeft in 1997 een testament opgesteld. Eisers stellen dat de wil van erflater nadien is gewijzigd. De werkelijke uiterste wil van erflater is neergelegd in een gespreksverslag en in een concepttestament uit 2011. Op ba
Verzoek om verweerders als executeurs ex 4:149 lid 2 BW wegens gewichtige redenen te ontslaan. De kantonrechter verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek. Executeurs hebben bij brief d.d. 30 juli 2010 te kennen gegeven dat en op welke wijze zij hun werkzaamheden hebbe