Ruilverkavelingsperikelen. Titelzuivering. Geslaagd beroep op verkrijgende verjaring van onroerend goed. In de specifieke omstandigheden van het geval staat aan een beroep op de goede trouw niet in de weg dat de incidenteel appellante bij latere raadpleging van de registers het v
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:99 BW
Genoemd in 717 uitspraken · Officiële wettekst
717 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Geschil over scheidingsmuur tussen twee erven. Bewijsvermoeden van artikel 5:36 BW. Bewijsopdracht voor tegenbewijs.
eigendom; verjaring 3:99 BW; verjaring 3:105 BW; erfdienstbaarheid; afgrenzing eigendom
Beroep op verkrijging stuk grond d.m.v. extinctieve verjaring ex art. 3:105 BW. Niet voldaan aan verjaringstermijn, bovendien geen bezitter geworden. Verkrijgende verjaring ex art. 3:99 BW? Belangenafweging ex art. 254 Rv.
buurweg, erfdienstbaarheid van overpad, bezit recht van erfdienstbaarheid, kwalitatief recht, noodweg
Goederenrecht, procesrecht. Art. 3:301 BW en 433 Rv. Geldt de sanctie van niet-ontvankelijkheid (art. 3:301 lid 2 BW) ook voor een niet-ingeschreven appel tegen een beslissing waarbij de rechtbank heeft geoordeeld dat eigendom door verjaring is verkregen en het bestreden vonnis i
De krakers van het ADM-terrein in het Westelijk Havengebied hoeven niet te vertrekken. De rechtbank weegt het belang van de bewoners en de gebruikers om op het terrein te blijven wonen en werken zwaarder dan het belang van de eigenaren op ongestoorde uitoefening van het eigendom
geen verkrijging strook gemeentegrond door verjaring op de voet van art. 3:105 BW;
Eigendom grond. Beantwoording van de vraag of de betreffende strook grond is overgedragen aan de hand van de in de notariële akte van levering tot uitdrukking gebrachte partijbedoeling, onder verwijzing naar HR 8 december 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8901 en HR 2 december 2005, ECLI:N
Erfdienstbaarheid. Op perceel A rust een erfdienstbaarheid van voetpad ten behoeve van perceel B. De percelen A en B grenzen met de achterzijde aan elkaar. Op perceel B bevindt zich een winkelpand met bovenwoning. Op enig moment koopt de eigenaar van perceel B het naastgelegen pe
Vordering tot ontruiming strook grond. Verkrijging door verjaring rechtsvordering tot beëindiging bezit, art. 3:105 BW. Interversieverbod, art. 3:111 BW. Aanvang verjaringstermijn, art. 3:314 lid 2 BW.
Beroep op verkrijgende verjaring van erfdienstbaarheid ex art. 3:99 BW verworpen wegens ontbreken van goede trouw. Rechtbank constateert ambtshalve verkrijgende verjaring als bedoeld in art. 3:105 lid 1 BW.
Recht van opstal. Verkrijging door verjaring van rechtsvordering tot beëindiging van bezit (art. 3:306 jo. 3:105 lid 1 BW); stelplicht.
De partijen twisten over de inhoud en de toegestane wijze van gebruik van de onderscheiden erfdienstbaarheden.
Erfdienstbaarheden. Verkrijgende verjaring van erfdienstbaarheid uit hoofde van art. 3:105 BW. Geval van aangrenzende erven die aanvankelijk in dezelfde hand waren en waarvan de inrichting vanaf het moment dat de eigendom in verschillende hand kwam duurzaam op een dulden of niet
Goederenrecht. Erfgrenskwestie. Bezit en verjaring. Beschouwing van feiten en omstandigheden in onderling verband.
Procedure na cassatie. Aandelen in B.V. zijn nooit aan man geleverd, waardoor aandelen niet tot de huwelijksgemeenschap zijn gaan behoren. De vaststellingsovereenkomst betreft geen verdeling, zodat een beroep op artikel 6:228 BW niet is uitgesloten. De man heeft zich naar buiten
Partijen hebben aan elkaar grenzende percelen op een bedrijventerrein. Zij hebben een geschil over de locatie van de erfgrens tussen hun percelen. Appellanten menen dat een strook grond tussen de percelen en achter het door geïntimeerde geplaatste hekwerk aan hen toebehoord. Ook
Burengeschil. Waar ligt de juridische erfgrens tussen de percelen? Bevrijdende verjaring (3:105 BW) en verkrijgende verjaring (3:99 BW). Beroep op verjaring slaagt ten aanzien van één deel van de strook grond Bekrachtiging vonnis kantonrechter.
Verkrijgende verjaring van strook grond en toegangsweg vastgesteld in eerdere procedure. Beoordeling van de omvang van deze verkrijging in nieuwe procedure? Artikel 3:24 lid 2 sub e BW en gezag van gewijsde. Vervolg op vonnis rechtbank Noord-Nederland, 2 november 2022, ECLI:NL:RB
verjaring door 20 jaar bezit van een strook gemeentegrond
Eiser is eigenaar van het perceel geworden op grond van verkrijgende verjaring (artikel 3:99 BW). Gedaagde komt geen beroep op schadevergoeding toe op grond van onrechtmatige daad of ongerechtvaardigde verrijking.
Handelen in strijd met de blokkeringsregeling; wettelijke beperking overdraagbaarheid; art.2:87 BW en art. 3:83 BW; geen beroep op art. 3:88 BW; de algemene derdenbescherming van art. 3:36 BW; gerechtvaardigd vertrouwen rechthebbende op de aandelen.
Vonnis in hoofdzaak en tussenkomst. Art. 150 Rv: stelling van eiser en betwisting van gedaagde zijn zodanig in evenwicht, zodat bewijslevering duidelijkheid moet verschaffen. Bewijsopdracht en nadere toelichting van partijen ex art. 22 Rv in hoofdzaak.
Burengeschil. Erfgrensoverschrijding door aanbouw van de ene buur. Dient de aanbouw te worden afgebroken voor zover sprake is van overbouw? Toepassing artikel 5:54 lid 1 BW. Schadevergoeding?