vaststelling kadastrale grens, beroep op verkrijging door extinctieve verjaring op grond van art. 3:105 BW, beroep op verkrijgende verjaring ex art. 3:99 BW, raadpleging openbare registers.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:99 BW
Genoemd in 717 uitspraken · Officiële wettekst
717 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 28 · live
Eigendom cq verkrijging verjaring van stuk grond, geen goede trouw, grenzen ingeschreven in kadaster.
Het gaat om de vraag of eis.conv./gedn.reconv. door verkrijgende verjaring eigenaar zijn geworden van het dijkperceel. Uitgangspunt is dat gedn.conv./eis.reconv. in 1986 of 1987, toen eis.conv./gedn.reconv. het dijkperceel in gebruik namen, eigenaar waren van het dijkperceel.
"(..)"1.1. Eiser is eigenaar van een woning met aanbehoren en erf, staande en gelegen te Burgh-Haamstede. De gemeente is eigenaar van het belendende perceel, de openbare weg, van de laan."(..)" "(..)"1.2. Tussen partijen bestaat een geschil omtrent de vraag wie eigenaar is van ee
roerende zaken; houderschap; bezit; bewijsvermoeden; verjaring. artt 3: 107e.v.
"(...)"Eiseres is sinds 16 maart 2000 eigenaresse van het onroerend goed bestaande uit huis met erf en tuin, gelegen te Burgh-Haamstede. Zij heeft het perceel gekocht van G. G heeft in 1988 aan de rechterzijde van het huis een carport laten bouwen. Gedaagde is sinds 4 mei 1995 ei
In conventie is de vraag aan de orde of eiser in conventie door verjaring eigenaar is geworden van een strook grond, die blijkens het kadaster toebehoort aan de gemeente Weert. In reconventie heeft de gemeente Weert, voor het geval de rechtbank tot het oordeel komt dat eisers in
Appartementsrechten; geschil over een dakterras. Gedaagden, bewoners van het bovenappartement, hebben sinds jaren een dakterras in gebruik. Eisers, bewoners van het benedenappartement, vorderen een verbod tot gebruik alsmede ontruiming van dit dakterras. Zij beroepen zich op een
geen erfdienstbaarheid van weg verkregen door verjaring. Geen duidelijke daden van bezit. Noodweg. Onrechtmatige hekwerken
In deze grief handhaaft SHP uitdrukkelijk haar zowel door de voorzieningenrechter als door de rechtbank gemotiveerd verworpen standpunt dat de mogelijkheid van verwerving van eigendom door extinctieve verjaring als vervat in artikel 3:105 BW eerst in 2012 ontstaat. Het hof verwer
extinctieve verjaring ex art. 3:105 BW
Erfdienstbaarheid van weg; verjaring.
Eiser heeft aan gedaagde een stuk land verkocht. Het kadastrale perceel dat in de koopakte en leveringsakte wordt vermeld, omvat mede een stuk grond waarop partijen niet het oog hadden bij het aangaan van de koopovereenkomst. Ten aanzien van dit stuk grond is geen koopovereenkoms
Een houder kan zichzelf niet tot bezitter maken. Niet gesteld of gebleken is dat eiser door toedoen van een ander bezitter van het terrein met daarop de paardenbak is geworden. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is er dan ook geen moment vast te stellen waaro
Vordering tot ontruiming. Verjaring op grond van artikel 3:99 BW of artikel 3:105 BW? Bezit te goeder trouw? Gebonden aan beleidsregels? Belangenafweging. Aan de orde is de vraag of aan NS Vastgoed een vordering tot ontruiming van het haar in eigendom toebehorende terrein toekomt
De vraag die in dit kort geding aan de orde is, is of er aanleiding bestaat de bewaarder van het kadaster te bevelen de inschrijving in de openbare registers alsnog te verrichten (zie artikel 3:20 lid 2 BW). Hierbij is van belang dat inschrijving in de openbare registers primair
Verkrijgende/bevrijdende verjaring perceel grond. Bezit?
Verkrijgende + bevrijdende verjaring t.a.v. strook water. Verjaring m.b.t. recht van erfdienstbaarheid. Oud + nieuw recht.
Verkrijgende verjaring. Goede trouw. Stuiting. Bewijsopdracht. Met de gemeente is de rechtbank van oordeel dat het (primaire) beroep van M. op verkrijgende verjaring wegens het onafgebroken bezit te goeder trouw gedurende tien jaren dient te worden afgewezen, reeds omdat M. zich
Eisers stellen zich terecht op het standpunt dat zij sinds 1 januari 1993 op de voet van artikel 3:105 lid 1 BW juncto 3:306 BW en artikel 73 Overgangswet eigenaar zijn van de in geschil zijnde strook grond. Waar gedaagde betoogt dat de vordering van eisers op haar beurt zou zijn
''...eiser] vordert – samengevat – [gedaagde] te veroordelen om de grens tussen de percelen terug te brengen in de voormalige toestand, op straffe van een dwangsom en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. [eiser] stelt dat hij eigenaar is van het onder 2.2. bedoelde
Ingevolge artikel 3:109 BW wordt [appellant sub 1] vermoed de stroken voor zichzelf te houden. Dit vermoeden kan door [geïntimeerden] worden weerlegd door aan te tonen dat er slechts sprake is van houden voor een ander. In dit verband heeft [geïntimeerde sub 1]aangevoerd dat [app
Burenrecht. Erfdienstbaarheid. Bevrijdende en verkrijgende verjaring met betrekking tot bomen binnen twee meter van de erfafscheiding.
De grieven richten zich tegen de weigering van de gevraagde voorzieningen en strekken ertoe het geschil in volle omvang aan het hof voor te leggen. Zoals [appellant sub 1] c.s. terecht opmerkt (MvG sub 4), spitst het hoger beroep zich toe op de vraag of het platte dak van [geïnti
Erfdienstbaarheid van weg Hinder