Geschil over eigendom onroerende zaak. In 1987 is door erflater een onroerende zaak aan de (inmiddels overleden) vader van eisers gelegateerd. In 2000 is de uiterste wilsbeschikking van erflater met hierin het legaat bij verstekvonnis vervallen verklaard op grond van art. 4:1051
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:99 BW
Genoemd in 717 uitspraken · Officiële wettekst
717 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 24 · live
betreft vraag wie gerechtigd is tot eigendom van een stuk grond dat is gelegen tussen twee woningen.
Burenrecht, erfgrens, geen verjaring, medewerking aan oprichting van een bepaalde scheidsmuur.
Vermogensrecht. Verkrijgende (artikel 3:99 BW) / extinctieve (artikel 3:105 BW) verjaring met betrekking tot strook gemeentegrond, inbezitneming / bezitspretentie?
erfgrensgeschil; verjaring naar oud en nieuw recht
Betreft grens geschil op een recreatiepark. Voormalig erfpachter, thans eigenaar van een perceel claimt de eigendom te hebben verworven van een aangrenzend strookje bos. Eigendom strookje niet verkregen door overdracht, noch door verjaring. Houderschap, geen interversie (artikel
Vraag of sprake is van verkrijgende verjaring van strook grond; artikelen 3:99 BW, 3:118 BW, 3:23 BW en 3:11 BW; precarioverhouding; verwijzing naar rol voor akte uitlating.
Erfpachter vordert verbod Gemeente om een hekwerk te plaatsen in directe nabijheid van zijn horecaonderneming. Vordering afgewezen. Gemeente is als eigenaresse van een stuk grond bevoegd daarop een hekwerk te plaatsen, geen sprake van een door verjaring ontstane erfdienstbaarheid
Vordering tot staking van het gebruik van een strook grond en tot ontruiming en terugbrengen in oorspronkelijke staat daarvan. Beroep op verkrijgende verjaring (artikel 3:99 BW) slaagt niet omdat de daarvoor vereiste goede trouw ontbreekt. Ook beroep op verjaring op grond van art
Kort geding. Opheffing conservatoir beslag tot afgifte van een merrie en twee van haar veulens onder de opschortende voorwaarde dat door de beslagene niet voor 15 augustus 2014 te 16.00 uur ten gunste van de beslaglegger een bankgarantie wordt gesteld voor een bedrag van € 10.000
Schadeloosstelling na onteigening. Artikel 3:99 verkrijgende verjaring. Geen bezit te goeder trouw. Artikel 3:105, ook geen bevrijdende verjaring nu geen sprake is van het houden van een goed voor zichzelf. Uitgebreide overweging met betrekking tot de waarde van het overblijvende
Appartementsrecht rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de berging A42 is niet mee geleverd. Beroep op verjaring ex artikel 3:99 BW ongegrond.
Geschil met betrekking tot (onder meer) een glazen doolhof (kermisattractie). Huurovereenkomst levert dwingend bewijs op van eigendom (art. 157 Rv). Geen ruimte voor tegenbewijs. Geen verjaring. Doolhof moet terug. Gedaagde mag wel tegenbewijs leveren tegen de voorshands bewezen
Omvang erfdienstbaarheid; het feitelijk gebruik van de erfdienstbaarheid om over het diendend erf de aan het heersend erf aangrenzende percelen te bereiken vindt zonder recht of titel plaats. Geen recht van overpad door verjaring naar oud BW. Geen onredelijke verzwaring van de er
Conventie: vordering VvE. Ontvankelijkheidsverweer op basis van nietigheid van het besluit om gedaagde te dagvaarden is afgewezen. Het - in beginsel - nietige besluit is bekrachtigd in een vergadering van de VvE. Verklaring voor recht dat geen sprake is van verjaring van het excl
Erfdienstbaarheid verkregen door verjaring?
Horizontale natrekking. Monumentale Kasbah-woningen te Hengelo. De rechtbank is van oordeel dat de zes betreffende appartementen onderdeel uitmaken van, en een bestanddeel vormen van, het Kasbah-complex. Het Kasbah-complex is als één woonwijk ontworpen, met woningen, terrassen, t
Geen eigendomsverkrijging van strook grond met schuur door extincieve verjaring., exclusief gebruik als daad van ondubbelzinnige inbezitneming niet bewezen.
Art. 3:105 BW: verkrijging door verjaring. Art. 3:306 BW: bevrijdende verjaring. Eiser moet bewijzen dat hij de strook grond méér dan 20 jaar in bezit heeft.
Bodemzaak. Gezamenlijke behandeling conventie en reconventie. Oproeping ex art. 118 Rv. Behandeling artt. 225 en 227 Rv. Verkrijgende verjaring en bevrijdende verjaring. Toewijzing conventionele vordering, afwijzing reconventionele vordering. Artt. 3:99, 105, 108, 112 en 113 BW
Het betreft een geschil over het verloop van de erfgrens tussen een weiland en een bosstrook, waarbij op twee plaatsen de feitelijke grens (een schrikdraad) niet zou overeenstemmen met de eigendomssituatie. In het gebied heeft destijds een ruilverkaveling plaatsgevonden, waarbij
Art. 81 lid 1 RO. Vaststelling erfgrens percelen. Verrassingsbeslissing? Art. 24 Rv; art. 149 Rv. Bewijslastverdeling; art. 150 Rv.
Geschil over bestaan recht van erfdienstbaarheid, verkrijgende verjaring, Noodweg. Gedaagde (in hoofdzaak) wordt veroordeeld tot het betalen van een jaarlijkse vergoeding voor het gebruik van de Noodweg. Vordering in vrijwaring afgewezen.
Erfdienstbaarheid. Verkrijgende verjaring. Bevrijdende verjaring. Buurweg.
Erfdienstbaarheid van overpad over een terras. Geschil over de omvang van het terras; waar loopt de erfgrens? Geen verkrijgende verjaring ex art. 3:99 BW. Geen bevrijdende verjaring ex art. 3:105/01.