Schuldoverneming. Cessie ter incasso. Rekening-courant.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:94 BW
Genoemd in 684 uitspraken · Officiële wettekst
684 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 14 · live
Tussenvonnis. Gedaagde wordt toegelaten tot het leveren van bewijs of cessie van een executoriale titel is medegedeeld aan schuldenaar.
gezag van gewijsde beschikking; nietige kredietovereenkomst; onverschuldigde betaling; vergoeding waarde prestatie artikel 6:210 lid 2 BW.
Luchtvaartclaim. Annulering van vluchten. Restitutie van ticketprijzen.
Vordering tot compensatie is voor cessie vatbaar. Mededelingsvereiste cessie. Cessie hoeft niet tweezijdig te zijn. Flightright heeft geen verweer gevoerd in de hoofdzaak, vordering tot compensatie toegewezen.
Tussenarrest. Onrechtmatige daad bank. Inhouding uitkering uit levensverzekering met beroep op een niet-gevestigd pandrecht. Hof wil verduidelijking over de gestelde schade.
Eiser stelt vordering uit ongerechtvaardigde verrijking van B op C door B gecedeerd te hebben gekregen. Cessie niet aangetoond. Vordering daarom afgewezen.
Luchtvaart. Beroep op doorwerking van buitengewone omstandigheden slaagt niet, onvoldoende onderbouwd. Werkzaamheden luchthaven Jyväskylä.
Eiseres voldoet niet aan voorwaarden van art. 3:305a BW. Vorderingen niet vatbaar voor cessie. Vorderingen overlegging onderliggende stukken servicekosten afgewezen bij gebrek aan belang. Ook niet voldaan aan voorwaarden artikel 843a Rv.
Kort geding opheffing beslag en levering aandelen. Vordering 2:248 BW in dit geval wel overdraagbaar. Ratio van HR 17-9-1990, ECLI:NL:HR:2009:AB9949 gaat hier niet op.
Luchtvaart. Rechtsgeldige cessie. De vervoerder meent een voorstel tot betaling te hebben gedaan (om de passagiers te compenseren), maar heeft niet kunnen achterhalen of dit voorstel heeft geleid tot betaling. Vordering toegewezen.
Hoofdzaak: vordering tot betaling rekening-courantschuld bestuurder aan bv. Aandeelhoudersbesluit tot verdeling rekening-courantschuld over bestuurders staat vast. Zakelijk karakter van uitgaven is niet komen vast te staan. De vordering in conventie is toewijsbaar. Afwijzing vord
Nakoming openbaar verpande vordering, (eigen)beslag, opschorting, depotakte
Luchtvaartzaak. Vorderingsrecht. Belang bij vordering. Buitengerechtelijke incassokosten. Toepassing art 6:43 BW.
Luchtvaartzaak. Vorderingsrecht. Belang bij vordering. Buitengerechtelijke incassokosten. Toepassing artikel 6:43 BW.
Luchtvaartzaak. Vorderingsrecht; geen sprake van cessie. Belang bij vordering; hoofdsom nog niet voldaan. Buitengerechtelijke incassokosten; verdienmodel gemachtigde maakt niet dat voor de in de onderhavige zaak verrichte werkzaamheden geen vergoeding gerechtvaardigd is.
totstandkoming overeenkomst
Luchtvaart zaak; Vordering tot compensatie; Vorderingsrecht ligt bij Airhelp GMBH na rechtsgeldige cessie van de passagier aan Airhelp Limited en vervolgens van Airhelp Limited aan Airhelp GMBH; Verweer buitengewone omstandigheden niet onderbouwd.
Vordering tot terugbetaling lening. Contractuele wederpartij van schuldenaar; art. 6:30 BW. Provisioneel bewind schuldenaar bij aangaan lening; wetenschap schuldeiser. Art. 1:380 lid 3 BW. Redelijkheid en billijkheid staan aan terugbetaling in de weg.
Geschil over terugbetaling geldleningen van vennootschap aan een bestuurder. Incidentele vordering ex artikel 843a Rv. Tegenstrijdig belang. Schuldoverneming (artikel 6:155 BW).
Vordering verbod uitwinning hypotheek. Stille cessie. Had eiser cedent Girobank moeten oproepen in plaats van cessionaris Giro Settlement? Tussenvonnis. Eiser kan Girobank als partij in het geding betrekken.
energie, faillissement, ovk onvoldoende onderbouwd, vordering afgewezen
Vordering tot betaling van koopprijs is in eerste aanleg afgewezen. Appellante heeft haar in hoger beroep ingenomen standpunt dat de vordering aan haar gecedeerd is, onvoldoende onderbouwd. Bekrachtiging.
Inwinning pandrecht. Er is een rechtsgeldig pandrecht tot stand gebracht. ING heeft met haar mededeling aan de schuldenaar van de verpande vordering een openbaar pandrecht op de r-c vordering verkregen (art. 3:246 BW). ING was bevoegd te innen. ING heeft terecht de afboeking van
eiseres wel ontvankelijk. Na de afsplitsing van het deel van het vermogen (inclusief het chaletpark in kwestie) naar een nieuwe vennootschap, zijn de vorderingen tegen gedaagde gecedeerd aan eiseres. Dat dit tijdens de procedure is gebeurd (naar aanleiding van het verweer) maakt