luchtvaartzaak, cessie, vorderingsgerechtigheid
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:94 BW
Genoemd in 684 uitspraken · Officiële wettekst
684 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 7 · live
Onbetaalde nota. Niet is vast komen te staan dat de onderhavige vordering rechtsgeldig gecedeerd is, zodat evenmin vaststaat dat eiser een vordering heeft op gedaagde.
Na betaling van vier van de vijf overeengekomen aanneemsomtermijnen door opdrachtgever aan bouwbedrijf failleert bouwbedrijf. De curator van bouwbedrijf sluit een activatransactie met koper, waarbij onder meer zijn verkocht: de debiteuren en het onderhanden werk. Koper stuurt nad
Geldleningsovereenkomst met achterstelling en overeenkomst van achterstelling tussen bank en partijen. Beroep op verjaring. Opeisbaarheid van de geldlening. Haviltex-maatstaf. Lening feitelijk niet opeisbaar. Cessie, kwijtschelding.
Letselschade. Wegwerkzaamheden uitgevoerd in opdracht gemeente. Aannemer plaatst borden om verkeer op fietspad naar overzijde weg te sturen. Aannemer verzuimt om dat verkeer na passeren werkzaamheden met borden terug te sturen en om tegemoetkomend verkeer met borden op tegenligge
Eisvermeerdering bij pleidooi; cessie ter incasso; privatieve last; artikel 3:94 lid 4 BW; reden tot twijfel geldigheid overdracht vorderingen?; onderzoeksplicht van debitor cessus.
Luchtvaartzaak (EPGV). Passagiers hebben hun vorderingsrecht overgedragen. Passagiers niet-ontvankelijk in hun vordering.
Het in conventie door de Stichting als cessionaris gevorderde bedrag is een verzameling van vorderingen van 184 contractanten. Te stellen eisen aan stelplicht. De Stichting voldoet niet aan haar stelplicht.
Luchtvaartzaak. Indien in de dagvaarding alle voor de beslissing van belang zijnde feiten, waaronder de cessie, volledig en naar waarheid zouden zijn aangevoerd, zou de vordering op voorhand kansloos zijn geweest. Door een procedure op naam van de passagier in te stellen in een k
Luchtvaartzaak. Naar het oordeel van de kantonrechter is in dit geval de opgelegde CTOT aan te merken als een buitengewone omstandigheid. Vordering afgewezen.
Beroepsaansprakelijkheid advocaat; nalaten verjaring vordering te stuiten die aan cliënt was gecedeerd. Verweer dat stuiting zinloos zou zijn geweest omdat de cessie, naar achteraf is gebleken, niet was voltooid, waardoor cliënt geen rechthebbende op de vordering was; motivering.
Luchtvaartclaim. Cessie (mededelingsvereiste). Birdstrike. Tussenvonnis.
Luchtvaartclaim. Tussenvonnis.
Incident schorsing procedure ex artikel 225 Rv. Op grond van overgelegde stukken stelt hof vast dat (vermeende) vordering op appellanten door geïntimeerde aan eiseres in incident is overgedragen ex art. 3:94 lid 1 BW. Eiseres in incident heeft processuele positie van appellanten
Stille cessie; vorderingen uit hoofde van dividend; toekomstige vordering; rechtstreeks voortvloeiend uit bestaande rechtsverhouding.
Persoonlijke aansprakelijkheid bestuurders vennootschap. Vordering ten aanzien van eerste feitencomplex is naar het oordeel van de rechtbank niet door de oorspronkelijke schuldeiser gecedeerd aan eiseres. Het tweede feitencomplex biedt onvoldoende grond voor het aannemen van een
Incident schorsing procedure ex artikel 225 Rv vanwege gestelde rechtsopvolging onder bijzondere titel. Naar aanleiding van eerder arrest in incident van het hof van 14 mei 2019 (ECLI:NL:GHARL:2019:4160) overgelegde akte kan niet worden vastgesteld dat sprake is van een cessie. H
Schuldoverneming. Verrekening. 6:133 BW. Akte van cessie. Schuldeisersverzuim door derdenbeslag.
Hoger beroep na tussenarrest, gepubliceerd onder ECLI:NL:GHARL:2019:145. Inmiddels overgelegde cessieakte; mededeling cessie; koopprijs onder voorwaarde; geen strijd met fiduciaverbod; wettelijke rente na bevoegde opschorting.
Incident schorsing procedure ex artikel 225 Rv vanwege gestelde rechtsopvolging onder bijzondere titel. Bevoegdheid inroepen schorsingsgrond komt uitsluitend toe aan (opvolger) partij aan wier zijde oorzaak schorsing zich voordoet. Voor beoordeling van belang dat hof beschikt ove
Tussenvonnis met bewijsopdracht. Verzet. Kantonrechter oordeelt dat opposant geen daad van verzet heeft gepleegd als bedoeld in artikel 143, lid 2 Rv. De aantekeningen van de geopposeerde in haar dossier omtrent de gestelde handelingen en mededelingen van opposant, volstaan niet.
Bewijs van cessie. Gedeponeerd bewijsstuk.
opzegging geldlening, beperkende / aanvullende werking redelijkheid en billijkheid bij opzegging.
Geen rechtsgeldige cessie. De akte van cessie is niet ondertekend ex artikel 156 Rv. Daarnaast ontbreekt de koppeling tussen de akte van cessie en het overdrachtsbestand.
stil pandrecht, bestaande rechtsverhouding.