recht van vruchtgebruik op vordering; rechtsgeldige constructie?; misbruik van recht; uitlokken van wanpretatie onrechtmatig door bijkomende omstandigheden
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:9 BW
Genoemd in 36 uitspraken · Officiële wettekst
36 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Procedure met betrekking tot locaties voor mobiele telefonieantennes ten behoeve van KPN. Zijn er rechtsgeldige rechten van vruchtgebruik van Telecom Vastgoed gevestigd op de vorderingsrechten van de Landlords jegens KPN met betrekking tot huurpenningen en retributies? Is er spra
Familierecht. Erfrecht. Erfdeel onder testamentair bewind totdat erfgenaam 22 jaar is. Renteopbrensten van onder bewind gesteld vermogen: burgerlijke vrucht? Art. 3:9 lid 2 BW. Ouderlijk vruchtgenot over renteopbrengsten? Art. 1:253l BW. Renteopbrengsten opeisbaar? Art. 4:175 li
Goederenrecht. Kuikenbroederij levert bij voorbaat toekomstig goed (kuikens/hennen) aan achtereenvolgens bank en voeder-en broedeierenleveranciers, welke laatste zich de eigendom van de eieren heeft voorbehouden. Na faillissement verkoopt bank hennen. Welke levering bij voorbaat
Erfrecht. Verdeling. Vordering tot delen van vruchten en andere voordelen (art. 3:172 BW). Beroep op gezag van gewijsde. Uitleg dictum in het licht en met inachtneming van overwegingen die tot de beslissing hebben geleid (HR 21 januari 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2553, NJ 1998/544).
Prejudiciële vragen. Faillissementsrecht. Vallen rentevorderingen die tijdens faillissement ontstaan onder de werking van een faillissementsakkoord? Art. 157 en 128 Fw. Acte clair en dus geen plaats voor behandeling?
De rechtbank stelt de prejudiciële vragen met inachtneming van de aktes en nadere opinies van partijen. (Voorgaand vonnis: 17 januari 2023. Faillissementsrecht. Partijen mogen zich uitlaten over voorgenomen prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.)
Faillissementsrecht. Partijen mogen zich uitlaten over voorgenomen prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. De zaak gaat over de verhouding tussen de artikelen 26, 128 en 157 Fw en de impact op rente in verband met een faillissementsakkoord.
Vruchtgebruik op vorderingen tot betaling van huurpenningen; rechtsgeldigheid; gesloten stelsel van goederenrecht; vruchtgebruikobject en vruchten; inningsbevoegdheid; zaaksvervanging; misbruik van bevoegdheid; onrechtmatig profiteren van wanprestatie
Prejudiciële vragen aan de HR. Erfpacht, canon, faillissement. Kwalificatie vordering als bestaand of toekomstig.
Caribische zaak. Erfrecht; verdeling van huuropbrengst uit nalatenschapsgoed (art. 3:169, art. 3:172 BW Curaçao).
Wijziging hoofdverblijfplaats om financiële redenen? Verdeling ontbonden huwelijksgemeenschap: omvang van een vergoedingsrecht wegens schenking en is deze nominaal of volgt deze de beleggingsleer, taxatie woning.
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Insolventierecht. Betekenis van gehomologeerd akkoord voor niet voor verificatie vatbare vorderingen (art. 157 Fw), in verband met regel dat tijdens faillissement lopende rente niet vatbaar is voor verificatie (art. 128 Fw).
Prejudiciële vragen. Faillissementsrecht. Vallen rentevorderingen die tijdens faillissement ontstaan onder de werking van een faillissementsakkoord? Art. 157 en 128 Fw. Vervolg op ECLI:NL:PHR:2023:554.
Informele samenlevers kopen in mede-eigendom een groot aantal panden. Het algemene vermogensrecht is van toepassing in het kader van de afwikkeling van de goederen die partijen in mede-eigendom toebehoren. Het hof bepaalt op basis van de redelijkheid en billijkheid de peildatum v
Internationale koop van een paard. Weens koopverdrag. Partijbedoeling. De rechtbank oordeelt dat niet alleen de hengst is verkocht maar ook het exclusieve recht om met deze hengst te fokken en zijn sperma te vermarkten.
Verzoek opheffing conservatoir deelgenoten- en verhaalsbeslag (ex art. 705 Rv) op zes paardenembryo’s die ingevroren worden bewaard bij de Universiteit Utrecht. Partijen twisten over de vraag wie er eigenaar is van de paardenembryo’s. Het verzoek is afgewezen omdat onvoldoende aa
Art. 81 lid 1 RO. Huwelijksvermogensrecht. Verdeling ontbonden huwelijksgoederengemeenschap; overgeslagen goederen; art. 3:179 lid 2 BW. Verhouding tot gehomologeerd faillissementsakkoord; art. 157 Fw.
Verbintenissenrecht. Effectenleaseovereenkomst vernietigd wegens ontbreken toestemming echtgenote (art. 1:88 en 1:89 BW). Terugvordering betaalde bedragen. Ingangstijdstip wettelijke rente. Art. 6:205 BW; zijn de betalingen door Dexia te kwader trouw ontvangen? Vereisten.
Effectenlease. Dexia. Beroep op vernietiging ex art. 1:89 BW. Echtgenote heeft geen toestemming gegeven voor het aangaanvan de overeenkomst, maar wel voor de verlening ervan. Bevestiging in de zin van artikel 3:55 BW.
Effectenlease. Dexia. Vernietiging op grond van art. 1:89 BW. Vernietiging ten aanzien van alle overeenkomsten. Verjaring en stuiting van de vernietiging. Geen msibruik van omstandigheden. Moment aanvang wettelijke rente. Bezitter niet te goeder trouw.
Erfrecht. Fideïcommis de residuo (tweetrapsmaking met vervreemdings- en verteringsbevoegdheid). Is de voor vruchtgebruik dwingend voorgeschreven verplichting jaarlijks opgave te doen (artikel 3:205 lid 4 en 5 BW) van toepassing?
Convertering aandelen aan toonder in aandelen op naam; positie houder dividendbewijzen
Conclusie PG: A-G Niessen heeft conclusie genomen in de volgende zaak. Belanghebbende drijft samen met zijn vader een tuindersbedrijf. De activiteiten bestaan uit het kweken van planten in potten en uit het snoeien van bomen en struiken voor de verkoop van snijgroen. Deze bomen e
Conclusie PG: A-G Niessen heeft conclusie genomen in de volgende zaak. Belanghebbende drijft samen met zijn zoon een tuindersbedrijf. De activiteiten bestaan uit het kweken van planten in potten en uit het snoeien van bomen en struiken voor de verkoop van snijgroen. Deze bomen en