Goederenrecht. Vraag of pandrecht kan worden gevestigd op een assurantieportefeuille (art. 3:228 BW). Is assurantieportefeuille een goed in de zin van art. 3:1 BW? Betekenis van art. 4:103 lid 4 Wft.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:81 BW
Genoemd in 49 uitspraken · Officiële wettekst
49 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Goederenrecht. Leidt een contractueel onoverdraagbaarheidsbeding met goederenrechtelijke werking als bedoeld in art. 3:83 lid 2 BW steeds ook tot onverpandbaarheid? (art. 3:81 lid 1 BW; art. 3:228 BW).
Procesrecht. Pandrecht. Kan pandhouder van vordering op naam na mededeling pandrecht aan de schuldenaar een lopende procedure over vordering overnemen van pandgever middels schorsing en hervatting (art. 225 e.v. Rv)? Rechtsopvolging en -verkrijging tijdens geding. Subjectieve omv
Coöperatie; verpanding van aanspraken lid uit hoofde van ledenlening en participatierekening; bestaande of toekomstige vorderingen?; leidt goederenrechtelijke onoverdraagbaarheid ex art. 3:83 lid 2 BW tevens tot onverpandbaarheid?
Goederenrecht. Vraag of pandrecht kan worden gevestigd op een assurantieportefeuille (art. 3:228 BW). Is assurantieportefeuille een goed in de zin van art. 3:1 BW? Betekenis van art. 4:103 lid 4 Wft.
Vruchtgebruik op vorderingen tot betaling van huurpenningen; rechtsgeldigheid; gesloten stelsel van goederenrecht; vruchtgebruikobject en vruchten; inningsbevoegdheid; zaaksvervanging; misbruik van bevoegdheid; onrechtmatig profiteren van wanprestatie
Kort geding. Veilingkoop van 21 hectare landbouwgrond. Vraag of op het perceel een recht van gebruik als bedoeld in artikel 3:226 BW rust wordt op grond van uitleg van een eerdere notariële akte van levering ontkennend beantwoord. Bovendien is niet voldaan aan artikel 24 lid 4 Ka
Vermogensrecht. Art. 3:83 BW. Zijn vorderingen uit hoofde van de NOW- en TVL-regeling (coronasteun) overdraagbaar en daarmee verpandbaar? Sprongcassatie. Rb. beantwoordt deze vraag bevestigend. Klachten: Rb. vult criterium of de aard van het recht zich tegen overdracht verzet te
Onoverdraagbaarheidsbeding met goederenrechtelijke werking. Vordering is niet verpand. Stelplicht ten aanzien van toestemming door debiteur van de vordering.
Wijziging van de obligatoire relatie tussen partijen op grond van artikel 6:258 BW. Het recht van gebruik om niet van perceel landbouwgrond door gedaagde wordt beëindigd op 1 januari 2023.
Nabetalingsbeding slechts van toepassing bij vergunningverlening voor extra woonlagen, en niet van toepassing bij vergunningverlening voor extra parkeerlaag
A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van [X], tegen de uitspraak van het gerechtshof te Arnhem van 22 mei 2012, nr. 10/00286, LJN BW7837, NTFR 2012/1744. De staatssecretaris van Financiën heeft incidenteel beroep in cassatie ingesteld. B
Art. 3.111, lid 1, letter a, Wet IB 2001. Eigenwoningregeling van toepassing bij van erfpacht afhankelijk recht van opstal.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongeggrond verklaard, zie ook het arrest 11/00445.