(Stil) pandrecht op vordering. Overgang van schuldeisersbevoegdheden na vestiging beperkt recht; wettelijke regeling. Bevoegdheid pandhouder tot inning en opzegging van vordering na mededeling , art. 3:246 lid 1 en 2 BW. Bevoegdheid pandgever tot kwijtschelding, art. 6:160 BW, ve
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:8 BW
Genoemd in 25 uitspraken · Officiële wettekst
25 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Erfdienstbaarheid van overpad (over steegje buurperceel). Verkrijging door verjaring op grond van art. 3:105 BW in verbinding met art. 3:306 BW? Bezit? Bezitsdaden? Behelst art. 3:119 lid 2 BW een uitzondering op art. 3:109 BW?
Procesrecht. Pandrecht. Kan pandhouder van vordering op naam na mededeling pandrecht aan de schuldenaar een lopende procedure over vordering overnemen van pandgever middels schorsing en hervatting (art. 225 e.v. Rv)? Rechtsopvolging en -verkrijging tijdens geding. Subjectieve omv
Intellectuele eigendom. Auteurscontractenrecht. Popgroep (Golden Earring) heeft in de jaren 1971-1991 overeenkomsten gesloten m.b.t. muziekuitgaverechten. Buitengerechtelijke ontbinding wegens tekortschieten door uitgever in exploitatieverplichting; klachtplicht (art. 6:89 BW) v
Goederenrecht. Bevoegdheid pandhouder tot uitwinning zekerheden die zijn verbonden aan vordering pandgever op derden. HR 11 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS2619, NJ 2006/362. Verbod van herverpanding (art. 3:242 BW).
Artikel 9 juncto artikel 52 Wet BRV. Artikel 15, lid 1, letter i, Wet BRV. Voorbehoud van recht van gebruik en bewoning m.b.t. een woning, onder vestiging van een recht van (mede)gebruik voor de blote eigenaar en diens echtgenote. Waardebepaling van de verkrijging. Invloed van de
Goederenrecht. Erfgrenskwestie. Bezit en verjaring. Beschouwing van feiten en omstandigheden in onderling verband.
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Is het Kadaster voor zijn vorderingen wegens inschrijvingskosten en recherchekosten rechthebbende op een aandeel in het saldo van de kwaliteitsrekening van de notaris? Art. 25 lid 3 Wet op het notarisambt.
Het recht van pand is, net als het recht van hypotheek, een beperkt recht dat er toe strekt om op het daaraan onderworpen goed - in casu: de vordering tot levering - een vordering tot voldoening van een geldsom - in casu: voornoemde vordering tot schadevergoeding (zie 4.13) - bij
WOZ. Bedrijfswoning. Recht van gebruik en bewoning. Aanslag terecht opgelegd aan eiseres. De heffingsambtenaar heeft voldoende rekening gehouden met waardebeperkende omstandigheden. Ongegrond beroep.
Verhuurderheffing 2016-2022. Art. 1.1, 1.4 en 1.6a Wet maatregelen woningmarkt 2014 II; is de juridische of de economische eigenaar van woningen de belastingplichtige voor de verhuurderheffing?
Goederenrecht. Pandrecht. Is pandhouder bevoegd om schikking aan te gaan m.b.t. verpande vordering en, zo neen, kan hij die bevoegdheid in de pandakte bedingen met goederenrechtelijke werking? Betekenis arresten IAE/Neo River en MFE/Stibbe. Toepassing van art. 7:424 lid 1 BW jo a
Curaçao. Een aantal verhypothekeerde en beslagen onroerende goederen is verkocht en geleverd aan een koper. Moet de verkoop aangemerkt worden als een executoriale verkoop? Zijn de beslagen vervallen?
Vordering tegen Microsoft van nabestaanden tot afgifte van inloggegevens en inhoud van het e-mailaccount van erflater. Artikel 4:184 BW Saisine regel: Onduidelijk is of digitale data als goederen kunnen worden aangemerkt. In de literatuur lijkt als heersend standpunt te gelden da
K.G. Ontruiming.
Geschil over een perceel grond. Er is een koopovereenkomst voor het perceel tot stand gekomen tussen partijen en die moet worden nagekomen. De koopovereenkomst kan niet door eiser ontbonden worden met een beroep op een bepaling in de koopovereenkomst. Bij een verklaring voor rech
Faillissementsrecht. Is een openbare, en dus inningsbevoegde, pandhouder (art. 3:246 BW) bevoegd het faillissement van de panddebiteur aan te vragen? Art. 1 lid 1 Fw.
Faillissementsaanvraag. Pandhouder is niet bevoegd om het faillissement van de schuldenaar van zijn pandgever aan te vragen. Pandhouder doet mededeling van zijn pandrecht. Nadat betaling uitblijft vraagt de pandhouder het faillissement van de debiteur van zijn pandgever. De faill
A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van [X], tegen de uitspraak van het gerechtshof te Arnhem van 22 mei 2012, nr. 10/00286, LJN BW7837, NTFR 2012/1744. De staatssecretaris van Financiën heeft incidenteel beroep in cassatie ingesteld. B
Pandrecht op lidmaatschapsrecht coöperatie, huurbeding, executie. Art. 3:264 BW van overeenkomstige toepassing? Waarborgen openbare registers, art. 3:260 lid 1 BW.
Overdrachtsbelasting. Waardedruk recht gebruik en bewoning. Vrijstelling voor verkregen zaak die is aangebracht door verkrijger.
Artikel 2 Wet BRV. Verkrijging economische eigendom van bestanddeel?
Art. 9 Flora- en Fauna Wet (Ffw). Art. 65 Ffw: vrijstelling verbod art. 9 Ffw; ingeval verdachte is aan te merken als grondgebruiker in de zin van art. 1.1 Ffw. Aanneming van werk of pachtovereenkomst (grondgebruiker)? Het oordeel van het Hof dat het beheer van de eendenkooi door
Ouderlijke boedelverdeling. Art. 4:1167 BW (oud). Toedeling vruchtgebruik van onroerende zaken die tot de nalatenschap behoren.
-