Eiser procedeert als curator in het faillissement van Color Coating (CC). Hij vordert (onder meer) een verklaring voor recht dat gedaagde geen vordering heeft op CC en ook geen (rechtsgeldig) pandrecht heeft gevestigd ter versterking van die vordering. Daarnaast vordert de curato
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:7 BW
Genoemd in 47 uitspraken · Officiële wettekst
47 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
uitleg erfdienstbaarheid van weg; aan eigenaar heersend erf is, anders dan gesteld, geen exclusief recht van weg verleend.
Geschil (na cessie) over exploitatie van tuinbouwgrond en beweerde zwarte handel in tweede klasse-producten. Overeenkomst van opdracht tussen managementvennootschap die bestuurder ter beschikking stelt aan vennootschap die tuinbouwbedrijf exploiteert. Tekortschieten in overeenkom
Bestuurdersaansprakelijkheid (artikel 2:9 BW) wegens beweerde zwarte handel in tweede klasse tuinbouw-producten. Splitsing van hoofdelijke aansprakelijkheid na cessie en gevolgen daarvan.
Vestiging pandrechten op aandelen. Afhankelijkheid hoofdrecht. Het bestaan van het hoofdrecht blijkt afdoende uit de tekst van de overgelegde stukken.
Aan vorderingen verbonden borgtocht met hypotheekrecht. Overdracht van gedeelte van de vorderingen. Gevolgen voor borgtocht met hypotheekrecht.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Selectieve betaling? Onrechtmatige daad?
Art. 81 lid 1 RO. Reikwijdte (derden)pandrecht: ook gevestigd voor toekomstige vorderingen van pandhouder op schuldenaar? Uitleg pandrecht aan de hand van Haviltexmaatstaf.
tenietgaan recht van hypotheek, uitleg hypotheekakte, betekenis obligatoire overeenkomst na faillissement contractspartij
Bestond de vordering waarvoor het pandrecht werd gevestigd nog op datum faillissement pandgever; opschorting betaling als opmaat tot ontbinding ; verzuim op de voet van art. 6:83 sub c BW; tenietgaan pandrecht op de voet van art. 3:7 BW
Art. 3.111, lid 1, letter a, Wet IB 2001. Eigenwoningregeling van toepassing bij van erfpacht afhankelijk recht van opstal.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongeggrond verklaard, zie ook het arrest 11/00445.
Moet het gevestigde recht van pand en hypotheek op de zaken en de woning van eiser in stand blijven of moet dit vervallen verklaard en doorgehaald worden? Artikel 3:7 BW; 3:231 lid 2 BW; primair gevorderde verklaring voor recht dat geen sprake is van een rechtsgeldige borgtocht e
Mandigheid of buurweg. Devolutieve werking van het appel. Geïntimeerde heeft de grondslag van de vorderingen van appellanten met kracht van argumenten betwist en appellanten zijn daarop niet, althans niet voldoende, ingegaa. Het hof acht de stellingen van appellanten onvoldoende
Koopverplichting gekoppeld aan mogelijke uitoefening van pandrecht door de bank geen afhankelijk recht of nevenrecht
Voortzetting van tussenuitspraak van 7 augustus 2007, C200600705/RO T, LJN BQ2316 Nakoming back to back putovereenkomst, afhankelijk recht, afstand van recht
Borgtocht en huurovereenkomst. Heeft borg zich ook verbonden tot nakoming van de verbintenissen van de hoofdschuldenaar uit hoofde van een aanvullende overeenkomst? Gevolgen van beëindiging huurovereenkomst "met wederzijds goedvinden" door huurder en curator van hoofdschuldenaar
Huurovereenkomst met daarin opgenomen een borgstelling. Blijft een borg ook gebonden jegens een nieuwe verhuurder? Ja, zie rechtsoverweging. 4.2 (op grond van art. 3:7 en 6:142 lid 1 BW). Art. 7:226 lid 3 BW is in deze verhouding niet van toepassing (rechtsoverweging 4.3). Dat de
In deze zaak staat de vraag centraal of gedaagde 1 en zijn kandidaat-notaris Stoel en Van Loo c.s. onjuist hebben geadviseerd bij het te gelde maken van het varkensrecht van Stoel en Van Loo.
11 maart 2005 Eerste Kamer Nr. C03/313HR RM/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: COÖPERATIEVE CENTRALE RAIFFEISEN BOERENLEENBANK B.A., gevestigd te Amsterdam, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk, t e g e n 1. STORMPOLDER VASTGOED B.V., ge
Er moet onderscheid worden gemaakt tussen de obligatoire overeenkomst, waarbij de eigenaar van het heersende erf zich verplicht afstand te doen van de erfdienstbaarheid, en de goederenrechtelijke rechtshandeling waarmee de erfdienstbaarheid wordt opgeheven. De partijen debatteren
-