Vennootschapsrecht. Verbintenissenrecht. Arbeidsrecht. Functie van bestuurder (statutair directeur) en van vestigingsmanager/patiëntbehandelaar. Grondslag van aanvullende vergoedingen voor verrichte invalwerkzaamheden. Bij uitsluiting RvC bevoegd tot vaststelling? Tegenstrijdig b
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:61 BW
Genoemd in 640 uitspraken · Officiële wettekst
640 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Verbintenissenrecht. Volmacht. Makelaar brengt bod uit op een pand en dat wordt geaccepteerd. Verkoper vordert nakoming koopovereenkomst. Is de makelaar opgetreden als 'bode' van de cliënt, was een opdracht tot een bieding gegeven of schijn van bevoegdheid daartoe gewekt? Maatsta
Verbintenissenrecht. Onrechtmatige daad; kwalitatieve aansprakelijkheid assurantiekantoor voor fraude hypotheekadviseur (art. 6:170, 171, 172)? Schijn van volmachtverlening (art. 3:61 lid 2 BW)? Oordeel hof dat aansprakelijkheid op de voet van art. 6:172 BW ook kan ontstaan indie
Fiscale vergrijpboetes; HR komt terug van BNB 1988/270; opzet/grove schuld van adviseur wordt niet toegerekend aan belastingplichtige.
Zie ook zaak AO4608 van 13 februari 2004.
Verkoop van woning op Bonaire, waar geen wettelijk schriftelijkheidsvereiste geldt. Koopovereenkomst tot stand gekomen? Makelaar als bode (art. 3:37 lid 4 BW). Gerechtvaardigd vertrouwen (art. 3:35 BW). Toerekening van door bode gewekte schijn aan de achterman? Concordantiebegins
Verzoek werknemer tot betaling loon, wettelijke verhoging, aanzeg- en transitievergoeding. Geen sprake van ontslagname door werknemer zelf. Onderzoeksplicht werkgever. Arbeidsrecht WWZ.
kort geding, vervoersrecht, documentair krediet, verrekening
Overeenkomstenrecht. Borgtocht. Is door tussenkomst van bestuurder vennootschap een overeenkomst van borgtocht tot stand gekomen tussen vennootschap en advocatenkantoor? Kribbebijter-maatstaf (HR 11 maart 1977, ECLI:NL:HR:1977:AC1877). Vertegenwoordigingsbevoegdheid.
Regiobank heeft de dienstverlening ter zake van door haar klanten ingelegde spaargelden grotendeels uitbesteed aan zogenaamde “zelfstandig adviseurs”. De rechtbank oordeelt dat deze zelfstandig adviseurs kwalificeren als hulppersonen in de zin van artikel 6:76 BW. Regiobank is aa
Verjaring schadevordering van werknemer op werkgever. Stuiting van de verjaring door erkenning van aansprakelijkheid (art. 3:318 BW). Verzekeraar van werkgever erkent aansprakelijkheid en wikkelt schade gedeeltelijk af. Is vordering voor het overige nadien verjaard? Voorschotbeta
overeenkomst met gemeente?, rechtsverwerking ECLI:NL:HR:2013:982
Onbevoegde vertegenwoordiging, art. 3:61 lid 2 BW. Is volmacht verleend voor wijziging van een splitsingsakte? Toerekening van verklaringen en gedragingen van een notaris aan de achterman op grond van het risicobeginsel. Daaraan te stellen eisen; HR 3 februari 2017, ECLI:NL:HR:20
onbevoegd gesloten overeenkomst.
Onbevoegde vertegenwoordiging Schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid. Omstandigheden die zich hebben voorgedaan na de betrokken rechtshandeling (HR 12 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9429, NJ 2001/157).
Verbintenissenrecht. Onrechtmatige daad; kwalitatieve aansprakelijkheid assurantiekantoor voor fraude hypotheekadviseur (art. 6:170, 171, 172)? Schijn van volmachtverlening (art. 3:61 lid 2 BW)? Oordeel hof dat aansprakelijkheid op de voet van art. 6:172 BW ook kan ontstaan indie
Artikel 16, lid 1, AWR, navordering, toerekenen aan de belastingplichtige van kwade trouw van degene die de aangifte voor de belastingplichtige heeft opgesteld
5 maart 2004 Eerste Kamer Nr. C02/303HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: STICHTING V.B. VAGOBEL, gevestigd te Rotterdam, doch kantoorhoudende te Amersfoort, EISERES tot cassatie, voorwaardelijk incidenteel verweerster, advocaat: mr. E. van Staden ten Brink,
Art. 8:24, lid 2 Awb, art 3:61, lid 2, BW, art. 3:61, lid 2, BW, artikel 26a, lid 1, onderdeel a en c AWR, art. 30, lid 1, Wet WOZ art. 236, lid 1, Gemeentewet. In hoger beroep ontbreekt een recente machtiging. Gerede twijfel aan vertegenwoordigingsbevoegdheid. De beweerdelijke g
Art. 8:24, lid 2 Awb, art 3:61, lid 2, BW, art. 3:61, lid 2, BW, artikel 26a, lid 1, onderdeel a en c AWR, art. 30, lid 1, Wet WOZ art. 236, lid 1, Gemeentewet. In hoger beroep ontbreekt een recente machtiging. Gerede twijfel aan vertegenwoordigingsbevoegdheid. De beweerdelijke g
Art. 8:24, lid 2 Awb, art 3:61, lid 2, BW, art. 3:61, lid 2, BW, artikel 26a, lid 1, onderdeel a en c AWR, art. 30, lid 1, Wet WOZ art. 236, lid 1, Gemeentewet. In hoger beroep ontbreekt een recente machtiging. Gerede twijfel aan vertegenwoordigingsbevoegdheid. De beweerdelijke g
Art. 8:24, lid 2 Awb, art 3:61, lid 2, BW, art. 3:61, lid 2, BW, artikel 26a, lid 1, onderdeel a en c AWR, art. 30, lid 1, Wet WOZ art. 236, lid 1, Gemeentewet. In hoger beroep ontbreekt een recente machtiging. Gerede twijfel aan vertegenwoordigingsbevoegdheid. De beweerdelijke g
Art. 8:24, lid 2 Awb, art 3:61, lid 2, BW, art. 3:61, lid 2, BW, artikel 26a, lid 1, onderdeel a en c AWR, art. 30, lid 1, Wet WOZ art. 236, lid 1, Gemeentewet. In hoger beroep ontbreekt een recente machtiging. Gerede twijfel aan vertegenwoordigingsbevoegdheid. De beweerdelijke g
Artikel 8:24, lid 2, Awb: ontbreken recente schriftelijke machtiging; gerede twijfel vertegenwoordigingsbevoegdheid. Hoger beroep niet-ontvankelijk.
Bemiddelingsovereenkomst. Vertegenwoordigingsbevoegdheid bemiddelaar; toerekenbare schijn? Tweezijdige bemiddeling; belangenverstrengeling? Beroepsaansprakelijkheid; norm van een redelijk handelend en redelijk bekwaam bemiddelaar.