Kapitaalverzekering met lijfrenteclausule. Totstandgekomen uiterlijk 15 oktober 1990?
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:60 BW
Genoemd in 127 uitspraken · Officiële wettekst
127 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Contractenrecht. Uitleg overeenkomst, opgaan eerdere overeenkomst in latere overeenkomst. Erkenning vordering; nakoming door derde; toerekening aan de schuldenaar.
Bestuurders- en commissarissenaansprakelijkheid. Bestuurders en commissarissen van Landis zijn aansprakelijk voor het faillissementstekort op grond van artikel 2:138 lid 2 BW (in samenhang met artikel 2:149 BW ten aanzien van de commissarissen). Het bestuur heeft niet voldaan aan
In geschil is of de Heffingsambtenaar belanghebbende terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn bezwaren wegens het ontbreken van een machtiging.
Faillissementspauliana; art. 42 en 47 Fw. Rechtsgeldigheid verpandingen door middel van verzamelpandakteconstructie. Volmacht die uitsluitend strekt tot uitvoering van in stampandakte neergelegde verplichting tot verpanding; onverplichte rechtshandeling? Samenspanning? Maatstaf.
Overheidsprivaatrecht. Beslissing om tolk-vertaler niet meer in te zetten voor werkzaamheden politie. Beslissing onbevoegd genomen? Mandaatbesluiten Politie. Rechtskarakter van deze beslissing: mede volmacht of mandaat en derhalve onder meer afdeling 10.1.1 Awb en/of art. 3:69 BW
Dwaling omtrent gewijzigd bestemmingsplan bij koper bedrijfsruimte, overgangsrecht bestemmingsplan niet relevant, wetenschap verkoopmakelaar toerekenbaar aan verkoper, analoge toepassing art. 3:66. lid 2 BW, mededelingsplicht boven onderzoeksplicht, beroep op exoneratie in 'as is
Consumentenrecht. Procesrecht. Oneerlijke handelspraktijken. Deelname aan piramidesysteem. Ambtshalve toepassing consumentenbescherming. Voldoende gelegenheid geboden zich uit te laten over ambtshalve toepassing? Wanneer handelaar in de zin van art. 6: 193a lid 1, onder b, BW?
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Is het Kadaster voor zijn vorderingen wegens inschrijvingskosten en recherchekosten rechthebbende op een aandeel in het saldo van de kwaliteitsrekening van de notaris? Art. 25 lid 3 Wet op het notarisambt.
Obligatie-uitgevende instellingen en hun bestuurder worden aangesproken door een belegger. Vernietiging van de overeenkomsten met de instellingen op grond van dwaling en oneerlijke handelspraktijk. De bestuurder is geen “handelaar” in de zin van artikel 6:193a lid 1 sub b BW. De
VvE spreekt de Alliantie aan tot vergoeding van herstelkosten van onder meer de vloerbalken van een pand die verrot waren vanwege zwam- en schimmel op grond van non-conformiteit. Het gebrek is eerst in 2014 vastgesteld. De Alliantie heeft het pand in 2003 gesplitst in appartement
In geschil is of de Rechtbank het ingediende beroepschrift ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Indien de erven ontvankelijk zijn in het beroep, is in geschil of de Heffingsambtenaar de erven ten onrechte niet-ontvankelijk in het bezwaar heeft verklaard.
Bemiddeling. Geschil tussen vastgoedadviseurs en een projectontwikkelaar over (het bestaan van) een bemiddelingsovereenkomst en ontvankelijkheid van hun vordering; hoedanigheid van procespartij, lastgeving tot het instellen van een vordering op eigen naam (ter incasso), verkeerde
26 november 2004 Eerste Kamer Nr. C03/202HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. D. Rijpma, t e g e n 1. [Verweerder 1] en 2. [Verweerster 2], beiden wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassat
Appellant (A) heeft hij via een door verweerder in hoger beroep (V) aangestelde tussenpersoon een boot gekocht. A heeft de koopprijs betaald op een door de tussenpersoon aangewezen bankrekening, die niet van V is. De boot is niet aan A geleverd, reden voor hem om de overeenkomst
VvE-lid moet extra bijdrage betalen, nu daarover rechtsgeldige besluiten zijn genomen in vergadering. Lid heeft schijn gewekt dat degene die namens hem aan vergadering deelnam, bevoegd was om hem te vertegenwoordigen.
Vermogensrecht; bemiddelingsovereenkomst; toerekenbare schijn van volmachtverlening, art. 3:61 lid 2 BW
Tussenvonnis; bewijsopdracht voor schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid op grond van artikel 3:61 lid 2 BW
Vordering vernietiging arbitraal vonnis wegens schending van de opdracht en strijd met de openbare orde; artikelen 1065 lid 1 sub c en e Rv. Hof wijst de vordering af.
Terugbetaling geldlening; stuiting verjaring; passieve vertegenwoordiging.
Wraking. Verzoek tegen de rechter afgewezen. In het wrakingsverzoek ontbreken concrete feiten en omstandigheden waaruit de vooringenomenheid van de rechter of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor kan worden afgeleid. Het wrakingsverzoek tegen de griffier, de rechtbank en
Wraking. Verzoekster is niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek tegen de rechter omdat er nog geen sprake is van een behandelend rechter in de hoofdzaak. Ook het wrakingsverzoek tegen de griffier, de rechtbank en de rechtspraak is niet-ontvankelijk omdat geen sprake is van een
Wraking. Verzoeker is niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek tegen de rechter omdat er nog geen sprake is van een behandelend rechter in de hoofdzaak. Ook het wrakingsverzoek tegen de griffier, de rechtbank en de rechtspraak is niet-ontvankelijk omdat geen sprake is van een wr
Eisende partij aan overeenkomst gebonden ingevolge volmachtverlening ex artikel 3:60 lid 1, 3:66 lid 2, 3:61 lid 2 BW. Gerechtvaardigd vertrouwen wederpartij op grond van feiten en omstandigheden die voor risico van onbevoegd vertegenwoordigde komen en waaruit naar verkeersopvatt
Totstandkoming (koop)overeenkomst; makelaar handelde niet als gevolmachtigde; geen geslaagd beroep op schijn van volmachtverlening (art. 3:61 lid 2 BW).