Beroep op rechtsverwerking en art. 3:55 BW bij misbruik van omstandigheden, kort geding, voorlopig oordeel
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:55 BW
Genoemd in 76 uitspraken · Officiële wettekst
76 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Nakoming echtscheidingsconvenant, vernietigingsvordering; (overeenkomstige) toepassing art. 3:196 en 3:199 BW op verdeling van vóór 1 september 1992? Beoordeling benadeling op onderdelen? Beroep op (wederzijdse) dwaling, grenzen van de rechtsstrijd. Verrekenbeding, opeisbaarheid,
Terecht beroep echtgenote op vernietiging ex 1:89 jo. 1:88 lid 1 sub c BW van een door haar echtgenoot aangegane borgstelling. De uitzondering als bedoeld in 1:88 lid 5 gaat niet op. De kredietovereenkomst met inbegrip van de borgstelling is gesloten met het oog op de langlopende
Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg). Vernietiging koopovereenkomst ten aanzien van perceel grond waarop voorkeursrecht rustte ook nog mogelijk nadat voorkeursrecht vervallen is verklaard. Strekking art. 26 Wvg.
Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg). Vernietiging koopovereenkomst ten aanzien van perceel grond waarop voorkeursrecht rustte ook nog mogelijk nadat voorkeursrecht vervallen is verklaard. Strekking art. 26 Wvg.
Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg). Vernietiging koopovereenkomst ten aanzien van perceel grond waarop voorkeursrecht rustte ook nog mogelijk nadat voorkeursrecht vervallen is verklaard. Strekking art. 26 Wvg.
Financiering van kosten van rechtsbijstand in letselschadezaak. Overeenkomst tussen gelaedeerde en stichting is niet nietig, ondanks hoge vergoeding voor de stichting en tuchtrechtelijk laakbaar handelen advocaat. Door de stichting gehanteerde constructie niet in strijd met openb
Saxion/studenten
Terugvordering van aan destijds minderjarige geleend geld.
Art. 1:88, eerste en vijfde lid BW; begrip "normale bedrijfsuitoefening" in verband met toestemming echtgenote voor borgstelling.
Door universiteit ten onrechte de indruk gewekt dat opleiding zou leiden tot graad van master als bedoeld in de WHW. Geen beroep op dwaling mogelijk wegens bekrachtiging. Geen rechtsverwerking ten aanzien van het recht op schadevergoeding. Onrechtmatige daad. Aktewisseling over s
Is de bevoegdheid om een beroep op dwaling te doen hier komen te vervallen? Artikel 3:55 lid 1 BW De bevoegdheid van eiser om zich op dwaling te beroepen is op grond van artikel 3:55, eerste lid, BW komen te vervallen, omdat hij in zijn klacht van 29 maart 2005 onder verwijzing n
De zaak betreft de vraag of een werknemer, die tevens directeur is, zijn - reeds per 1 januari 1999 geeffectueerde - overgang van een oud naar een nieuw bedrijfspensioenreglement nog ongedaan kan maken met een beroep op de tekst van een overgangsbepaling in het oude pensioenregle
Studie-overeenkomst. Kort geding; afgewezen vordering student tegen universiteit tot terugbetaling van cursusgeld voor (aanvankelijk) niet erkende mastersopleiding; dwaling, onjuiste mededelingen; motivering.
Studie-overeenkomst. Kort geding; afgewezen vordering student tegen universiteit tot terugbetaling van cursusgeld voor (aanvankelijk) niet erkende mastersopleiding; dwaling, onjuiste mededelingen; motivering.
Dexia-zaak
Vernietiging koopovereenkomsten onroerend goed (met als verkoper een 72-jarige vrouw en als koper een vastgoedbedrijf) krachtens artikel 3:34 BW (geestelijke stoornis), subsidiair 3:44 lid 1 BW (bedrog dan wel misbruik van omstandigheden).
Bevoegdheid tot vernietiging van vaststellingsovereenkomst vervallen door bevestiging. Uitleg vaststellingsovereenkomst bij vordering tot nakoming. Eiseres heeft aangevoerd dat zij de schikkingsovereenkomst onder de werking van bedreiging, bedrog en misbruik van omstandigheden do
Het hof leidt uit een en ander af dat uit de stukken waarop Oudehuys zich beroept niet kan worden afgeleid dat de gemeente in de fase tot en met de mededeling van het besluit van B&W aan NSAW met uitponding heeft willen instemmen of van een dergelijke wil naar NSAW toe enig vertr
Verzekeringsgeschil; verval van de bevoegdheid van een verzekeraar beroep te doen op art. 251 K. tot vernietiging van de verzekeringsovereenkomst op de voet van art. 3:55 lid 1 of lid 2 BW?, rechtsverwerking?, 81 RO.
Partijen verschillen van mening over de vraag of eiseres aanspraak heeft op een uitkering op basis van de inboedelverzekering. Het meest verstrekkende verweer van RVS tegen deze vordering is haar beroep op de vervaltermijn van artikel 18 sub c van de polisvoorwaarden.
Art. 3:55 lid 1 BW. Nu de vrouw dit aanvullende convenant heeft gesloten, en heeft nagelaten haar gestelde aanspraken op haar aandeel in het vermogen verder hard te maken, kan dit nalaten onder de omstandigheden van dit geval in relatie met de strekking van HR 9 maart 1934, NJ 19
Echtscheidingsconvenant, benadeling voor meer dan 1/4.
-
-