Artikel 4:59 en 4:60 BW. Verzorgster en latere echtgenote van erflater kan geen voordeel trekken uit testament. Bekrachtiging.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:51 BW
Genoemd in 365 uitspraken · Officiële wettekst
365 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Prejudiciële vragen. Betaling door middel van Afterpay. Toepasselijkheid van afd. 7.2A.1 BW over consumentenkrediet. Is uitstel van betaling een kredietovereenkomst? Kosten in de zin van art. 7:57 lid 1 onder g en art. 7:58 lid 2 sub e BW. Verstrekken van informatie ‘geruime tijd
Richtlijn 93/13 Afdeling 6.5.3.BW 3:51 BW Variabel rentebeding niet transparant en oneerlijk.
Procesrecht. Vernietiging meerpartijenovereenkomst. Verjaring. Is verjaring gestuit door mediation? Wet implementatie richtlijn nr. 2008/52/EG betreffende bepaalde aspecten van bemiddeling/mediation in burgerlijke en handelszaken; ambtshalve toepassing (art. 25 Rv). Niet-ontvanke
Dwaling; misbruik van omstandigheden; verjaring
Rentederivaten, renteswaps, cancellable swaps, overhedge en mismatch, negatieve marktwaarde. Adviesrelatie, reikwijdte zorgplicht, informatieverplichtingen, onderscheid professionele en niet-professionele belegger. Dwaling, manipulatie Euribor
Het hof toetst gelet op het arrest HvJ EU van 30 mei 2013 (zaak C-488/11) ambtshalve of art. 4 van de a.v. van Groeneveld in het licht van de richtlijn 93/13EEG onredelijk bezwarend is in de zin van art. 6:233 aanhef en onder a BW. Kwalificatie verhouding partijen: overeenkomst v
Rechtspersonenrecht (art. 2:25 BW, art. 2:334t BW). Vermogensrecht (art. 3:45 BW, art. 3:166 BW). Verbintenissenrecht (art. 6:2 BW, art. 6:6 BW). Procesrecht (o.a. art. 24-25 Rv). Kan bij rechtshandeling contractuele verbintenis van rechtspersoon-schuldenaar ondeelbaar worden gem
Kort geding. Aankoop percelen cultuurgrond met het oogmerk om rendement te genereren indien de bestemming van de gronden in de toekomst gewijzigd zou worden. Nakoming verplichtingen uit de koopovereenkomsten; betaling en medewerking aan de levering van de percelen. Beroep op ont
Aansprakelijkheid bank jegens derden (niet-cliënten). Zorgplicht. Moest bank op de hoogte zijn van ontbinding en faillissement van cliënt? Pauliana buiten faillissement.
- verjaring art. 3:310 BW (ECLI:NL:HR:2020:1603; ECLI:NL:HR:2017:552) - eigen vordering aandeelhouder (HR 2 december 1994, NJ 1995, 288 (Poot-ABP m.nt. Ma)
Faillissementsrecht. Artikel 29 Faillissementswet. Appellant is na het instellen van hoger beroep failliet verklaard. Schuldeiser van appellant, die de vordering van geïntimeerde op appellant betwist, neemt de procedure over van appellant. Hof verstaat dat de vordering van geïnti
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Is bij het boeken van accommodaties via een platform als dat van Airbnb sprake van bemiddeling (art. 7:425 BW)? Is het courtageverbod van art. 7:417 lid 4 BW, op grond waarvan de tussenpersoon in voorkomend geval geen recht heeft op loon jegens
Wet voorkeursrecht gemeenten. Verkoop van percelen waarop een voorkeursrecht was gevestigd, met uitgestelde levering waarbij de koopsom vooruitbetaald was en waarbij als zekerheid voor de leveringsverplichting een hypotheek was verstrekt. De verkoopovereenkomst bevatte een geheim
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Renteswap. Onderliggende procedure geroyeerd; HR ziet af van beantwoording; art. 393 lid 9 Rv. Vragen gelijkluidend aan die, gesteld in zaak 18/03941 (nog in behandeling).
franchiseovereenkomsten door franchisenemers gesloten onder invloed van dwaling en/of bedrog?; omzetprognose als zuivere toekomstverwachting; onrechtmatige daad van franchisegever jegens franchisenemers vanwege foutieve/onvolledige informatie vóór het sluiten van de franchiseover
Regiobank heeft de dienstverlening ter zake van door haar klanten ingelegde spaargelden grotendeels uitbesteed aan zogenaamde “zelfstandig adviseurs”. De rechtbank oordeelt dat deze zelfstandig adviseurs kwalificeren als hulppersonen in de zin van artikel 6:76 BW. Regiobank is aa
Levensverzekering/overlijdensrisicoverzekering in samenhang met beleggingen. Kosten. Richtlijn 93/13 is niet van toepassing, omdat overeenkomst in 1991 is gesloten. Onrechtmatige daad door verzekeraar.
Vernietiging koopovereenkomst aandelen. Pauliana ex art. 42 Fw.
Provisionele vordering na verwijzing HR. bindende eindbeslissing inzake dwaling in arrest hof Arnhem.
Pauliana; afwijzing verklaring voor recht wegens ‘exceptio plurium litis consortium’. Onrechtmatige daad door activa van vennootschap onbereikbaar te maken voor enige overgebleven schuldeiser. Aansprakelijkheid van zustervennootschap, moedervennootschap en bestuurder.
In strijd met Gedragsregel 28 verlangt advocatenkantoor mede-aansprakelijkstelling van dga in ruil voor afgifte procesdossier. Misbruik van omstandigheden.
Effectenlease. Buitengerechtelijke vernietiging; art. 1:89 BW. Verjaring vernietigingsbevoegdheid; art. 3:52 lid 1, aanhef en onder d, en lid 2 BW. Verjaringstermijn loopt vanaf tijdstip waarop ‘andere’ echtgenoot met de overeenkomsten daadwerkelijk bekend is geworden; stelplicht
Dexia/Varde-zaak. De oorspronkelijk gesloten overeenkomst is door de echtgenoot van de contractant vernietigd, terwijl het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is indien de contractant en haar echtgenoot vervolgens (desalniettemin) worden gehouden aan he
Vermogensrecht; verjaring. Erfrecht (art. 4:54 BW; art. 4:59 BW; art. 4:60 BW). Erfgenaam verleende via thuiszorgorganisatie zorg aan erflater vanaf 2014 en trouwde met hem in 2016. Kinderen van erflater vorderen verklaring voor recht dat erfgenaam op grond van art. 4:59 lid 1 BW