Zijn dwangsommen verbeurd? Rechtsgeldigheid cessie van de uit de dwangsommen voortvloeiende vordering. Pauliana.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:49 BW
Genoemd in 85 uitspraken · Officiële wettekst
85 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Royement lidmaatschap vereniging in strijd met art. 2:8 BW.
Huurgeschil in familiekring. Geslaagd beroep op het gezag van gewijsde.
Verzekeringsrecht, getaxeerde polis, oldtimerverzekering, voortaxatie, opzet, schending informatieplicht, gebondenheid aan voortaxatie, tenaamstelling.
Ontbinding arbeidsovereenkomst van geschiedenisdocent op middelbare school. Respectloze uitlatingen met soms gewelddadig karakter op het internet maken docent in verband met voorbeeldfunctie die docent heeft voor werkgever (verzoeker) niet (langer) geloofwaardig. Ook de angst van
Bindend advies door een partij terecht vernietigd? Maatstaf (artikel 7:904 BW)? Hoger beroep tegen afwijzing verzoek tussentijds appel mogelijk? (art.337 lid2 Rv) Vorderingen als “ingetrokken” beschouwd nu partijen benoeming bindend adviseur door rechtbank wensten?
Ontslag op staande voet. Overgangsrecht WWZ. Faillissement werkgever en gevolgen daarvan.
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Collectieve actie effectenlease-overeenkomst, art. 3:305a BW. Geldt stuitende werking ook voor bevoegdheid tot buitengerechtelijke vernietiging ex art. 1:89 BW? Zesmaandentermijn van art. 3:316 lid 2 BW.
Renvooiprocedure. Paulianeus handelen? Onrechtmatige daad? Beroep op artikel 3:45 BW slaagt niet. Zenden voorschotnota in de gegeven omstandigheden niet onrechtmatig.
Huur bedrijfsruimte. Nadere vaststelling huurprijs. Vernietigbaarheid beding dat afwijkt van art. 7:303 BW. Kan rechterlijke goedkeuring van afwijkend beding worden verkregen nadat het is vernietigd (art. 7:291 lid 1 en 3 BW)? Mogelijkheden om verschillende soorten uitspraak uitv
Art. 3:37 lid 3, 3:49, 3:51 en 6:128 BW. Vernietiging koopovereenkomst wegens dwaling? Niet gebleken dat gedaagde ten tijde van beroep op dwaling kenbaar heeft gemaakt van welke feiten of omstandigheden hij niet op de hoogte was of verkeerde voorstelling van zaken had en op grond
Partijen hebben gedurende het huwelijk hun huwelijkse voorwaarden gewijzigd (van – kort gezegd – periodieke verrekening van inkomen naar koude uitsluiting) en een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin ter afwikkeling van de oorspronkelijke huwelijkse voorwaarden een verrekenv
Leveringsovereenkomst met Nuon niet rechtsgeldig opgezegd. Geen onjuiste voorstelling van zaken (art. 6:288 BW) of onjuiste mededeling (art. 3:44 lid 3 BW) door Nuon. Geen sprake van dwaling of bedrog en ook geen misbruik van omstandigheden.
Niet-nakoming verrekenbeding uit huwelijkse voorwaarden. Bij echtscheiding gesloten overeenkomst over verrekening vermogen niet vernietigbaar op grond van art. 6:229 BW (voortbouwende overeenkomsten).. Art. 1:132 e.v. ook van toepassing op bij echtscheiding overeengekomen verreke
Effectenlease. Buitengerechtelijke vernietiging; art. 1:89 BW. Beroep op vernietigingsgrond als verweer tegen vordering bank; art. 3:51 lid 3 BW. Verjaring vernietigingsbevoegdheid; art. 3:52 lid 1, aanhef en onder d, en lid 2 BW. Het in art. 3:51 lid 3 bedoelde beroep kan alleen
Effectenlease-overeenkomst; Dexia-aanbodovereenkomst; artikel 1:88 BW; verjaring; stelplicht.
Effectenlease-overeenkomst; Dexia-aanbodovereenkomst; artikel 1:88 BW; verjaring; stelplicht.
Beëindigingsovereenkomst van de huurovereenkomst inzake een softijsmachine is onder invloed van dwaling (art. 6:228 BW) tot stand gekomen; nu geen beroep is gedaan op art. 6:230 lid 2 is de beëindigingsovereenkomst vernietigd; oorspronkelijke huurovereenkomst is op grond van art.
Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg). Art. 26 lid 1 Wvg. (Vgl. HR 13 november 2009, R 08/00497 en R 08/02890). Door gemeenteraad aangewezen perceel waarop de art. 10-14, 26 en 27 Wvg van toepassing zijn, verhypothekeerd ten gunste van hypotheeknemer. Verzoek van gemeente om onder m
Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg). Art. 26 lid 1 Wvg. (Vgl. HR 13 november 2009, R 08/00497 en R 08/02890). Door gemeenteraad aangewezen perceel waarop de art. 10-14, 26 en 27 Wvg van toepassing zijn, verhypothekeerd ten gunste van hypotheeknemer. Verzoek van gemeente om onder m
Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg). Art. 26 lid 1 Wvg. (Vgl. HR 13 november 2009, R 08/00497 en R 08/02890). Door gemeenteraad aangewezen perceel waarop de art. 10-14, 26 en 27 Wvg van toepassing zijn, verhypothekeerd ten gunste van hypotheeknemer. Verzoek van gemeente om onder m
Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg). Art. 26 lid 1 Wvg. (Vgl. HR 13 november 2009, R 08/00497 en R 08/02890). Door gemeenteraad aangewezen perceel waarop de art. 10-14, 26 en 27 Wvg van toepassing zijn, verhypothekeerd ten gunste van hypotheeknemer. Verzoek van gemeente om onder m
Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg). Art. 26 lid 1 Wvg. (Vgl. HR 13 november 2009, R 08/00497 en R 08/02890). Door gemeenteraad aangewezen perceel waarop de art. 10-14, 26 en 27 Wvg van toepassing zijn, verhypothekeerd ten gunste van hypotheeknemer. Verzoek van gemeente om onder m
Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg). Art. 26 lid 1 Wvg. (Vgl. HR 13 november 2009, R 08/00497 en R 08/02890). Door gemeenteraad aangewezen perceel waarop de art. 10-14, 26 en 27 Wvg van toepassing zijn, verhypothekeerd ten gunste van hypotheeknemer. Verzoek van gemeente om onder m
Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg). Art. 26 lid 1 Wvg. (Vgl. HR 13 november 2009, R 08/00497 en R 08/02890). Door gemeenteraad aangewezen perceel waarop de art. 10-14, 26 en 27 Wvg van toepassing zijn, verhypothekeerd ten gunste van hypotheeknemer. Verzoek van gemeente om onder m