Het gaat op dit punt om de vraag of [appellant] terecht heeft gesteld dat hij ten tijde van de ondertekening van de overeenkomst niet in staat was om zijn wil te bepalen en indien dit het geval was, of [geïntimeerde c.s.] er gerechtvaardigd op mochten vertrouwen dat de verklaring
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:41 BW
Genoemd in 335 uitspraken · Officiële wettekst
335 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live