Effectenlease. Het hof komt niet terug op eerdere jurisprudentie die betrekking heeft op dwaling, bedrog, misbruik van omstandigheden, bedreiging en de omvang van de zorgplicht en schadevergoedingsplicht van Dexia. Gedragingen van de tussenpersoon in strijd met de toezichtregelge
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:40 BW
Genoemd in 1.638 uitspraken · Officiële wettekst
1.638 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Effectenlease; Dexia-affaire. Is een cliëntenremisier die tevens adviesdiensten verricht bij de totstandkoming van de effectenleaseovereenkomst, vergunningplichtig? Art. 3 Richtlijn Beleggingsdiensten 93/22/EEG, art. 7 en 10 Wet toezicht effectenverkeer 1995, art. 12 Vrijstelling
(pre)contractuele informatieverplichtingen (als bedoeld in art. 6:230m en 6.230v BW) bij koop op afstand door een consument: voornemen tot stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.
Kansspelzaak. Tussenvonnis Voornemen tot stellen prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.
Overheidsprivaatrecht. Vervolg Didamzaak. Wanneer is overheid bij de verkoop van onroerende zaak verplicht om mededingingsruimte te bieden? Mogelijkheid om een uitzondering te maken op die plicht. Grondpositie projectontwikkelaar grond voor uitzondering op die plicht? Sanctie op
Kansspelzaak. Gokbedrijf moet het geld dat eisende partij, de speler, met online gokken heeft verloren terugbetalen omdat het gokbedrijf geen vergunning had om in Nederland online kansspelen aan te bieden en dit naar het oordeel van de rechtbank tot nietigheid van de tussen parti
De rechtbanken Amsterdam en Noord-Holland hebben gezamenlijk besloten rechtsvragen voor te leggen aan de Hoge Raad. Ze willen duidelijkheid krijgen over de vraag of gokkers bij online aanbieders zonder vergunning, hun verlies terug kunnen krijgen. Het antwoord van de Hoge Raad ka
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Richtlijn consumentenrechten. Moet de rechter bij een op afstand of buiten verkoopruimte gesloten overeenkomst, ambtshalve onderzoeken of is voldaan aan de informatieplichten van art. 6:230m en 6:230v BW? Ambtshalve aan schending van die informa
Kansspelzaak. Gokbedrijf beschikte tijdens de speelperiode niet over een vergunning om (online)kansspelen aan te bieden in Nederland. Dit leidt tot nietigheid van de kansspelovereenkomst. Gokbedrijf moet eiser het verloren geld terugbetalen.
Ambtshalve toetsing door de rechter van de informatieplichten van afd. 6.5.2B BW.
Mededingingsrecht. Vervolg van HR 26 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY6102, NJ 2013/260 en HvJEU 17 september 2014, ECLI:EU:C:2014:2224, NJ 2015/42. Zijn door havenbedrijf verstrekte kredietgaranties aan te merken als verboden staatssteun (art. 107 en 108 VWEU)? Toerekening aan de o
Effectenlease; Dexia-affaire. Is een cliëntenremisier die tevens adviesdiensten verricht bij de totstandkoming van de effectenleaseovereenkomst, vergunningplichtig? Art. 3 Richtlijn Beleggingsdiensten 93/22/EEG, art. 7 en 10 Wet toezicht effectenverkeer 1995, art. 12 Vrijstelling
Mededingingsrecht. Verboden staatssteun; art. 87 en 88 EG (art. 107 en 108 VWEU). Vervolg op HR 28 mei 2010, LJN BL4082 en HvJEU 8 december 2011, LJN BU8588. Vraag of nietigverklaring van door overheid verstrekte kredietgarantie kan leiden of bijdragen aan herstel mededingingssit
Kort geding. Didam arrest heeft terugwerkende kracht. Koopovereenkomst is gesloten in strijd met gelijkheidsbeginsel zoals ingevuld in Didam arrest. Koopovereenkomst is daarom nietig op grond van artikel 3:40 lid 2 en 3 BW.
Vervolg van hof Amsterdam 30 oktober 2012 (ECLI:NL:GHAMS:2012:BY1450), 7 mei 2013 (ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ9564) en 4 maart 2014 (ECLI:NL:GHAMS:2014:581). Collectieve actie van een vereniging ten behoeve van deelnemers aan het Sprintplan van Spaarbeleg (thans Aegon). De Wet op het c
Kansspelzaak. De rechtbank oordeelt dat de kansspelovereenkomst die eiser en gedaagde hebben gesloten, in strijd is met artikel 1 lid 1 onder a van de Wet op de Kansspelen (Wok) omdat gedaagde niet beschikte over de vereiste vergunning voor het aanbieden van kansspelen in Nederla
Art. 81 lid 1 RO. Overheidsprivaatrecht. Aankoop bedrijfsterrein door gemeente. Staatssteun? Gevolgen niet-aanmelden ex art. 108 lid 3 VWEU: gehele of partiële nietigheid (art. 3:41 BW)? Wettelijke rente over terugbetaling.
VSA mocht het oordeel van de Commissie van Beroep, inhoudende dat het beroep van appellante tegen het besluit van VSA om haar te ontslaan, gegrond was, naast zich neerleggen. Het ontslag is wel kennelijk onredelijk.
Prejudiciële vragen op voet art. 392 Rv. Vermogensrecht. Consumentenrecht. Verzekeringsrecht. Online gesloten schadeverzekering auto. Moet civiele rechter ambtshalve onderzoeken of in Wft en BGfo omgezette informatieplichten van Richtlijn verkoop op afstand van financiële dienste
Beleggingsfraude. Oneerlijke handelspraktijk. Geen causaal verband. Een particulier wordt door een fraudeur ([vereniging]) verleid tot het kopen van grote hoeveelheden cryptocurrency op een handelsplatform (Coinbase). Zowel fraudeur als inzet gaan in rook op. Het handelsplatform
Koopovereenkomst tussen gemeente en private partij. Schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid gemeenteambtenaar. Gevolgen Didam-arrest. Voornemen tot stellen prejudiciële vragen aan Hoge Raad. Overeenkomst dateert van voor datum Didam-arrest.
15 april 2005 Eerste Kamer Nr. R03/147HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: EAST CARIBBEAN CELLULAR N.V., gevestigd op Sint Maarten, Nederlandse Antillen, EISERES tot cassatie, advocaat: mrs. R.S. Meijer en M.E.M.G. Peletier, t e g e n CELLULAR ONE COMMUNICATIO
Kansspelzaak. Gedaagde is een Maltees gokbedrijf. Nederlandse rechter bevoegd omdat gokbedrijf haar activiteiten mede op Nederland gericht heeft (Pammer/Alpenhof-criteria). Nederlands recht van toepassing. Gokbedrijf beschikte tijdens de speelperiode niet over een Nederlandse ver
Kansspelzaak. De rechtbank oordeelt dat de kansspelovereenkomst die eiser en gedaagde hebben gesloten, in strijd is met artikel 1 lid 1 onder a van de Wet op de Kansspelen (Wok) omdat gedaagde niet beschikte over de vereiste vergunning voor het aanbieden van kansspelen in Nederla
Kansspelzaak. De rechtbank oordeelt dat de kansspelovereenkomst die eiser en gedaagde hebben gesloten, in strijd is met artikel 1 lid 1 onder a van de Wet op de Kansspelen (Wok) omdat gedaagde niet beschikte over de vereiste vergunning voor het aanbieden van kansspelen in Nederla