Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Richtlijn consumentenrechten. Moet de rechter bij een op afstand of buiten verkoopruimte gesloten overeenkomst, ambtshalve onderzoeken of is voldaan aan de informatieplichten van art. 6:230m en 6:230v BW? Ambtshalve aan schending van die informa
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:40 BW
Genoemd in 1.638 uitspraken · Officiële wettekst
1.638 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, veertiendagenbrief (art. 6:96 lid 6 BW). Aanvang veertiendagentermijn. Stelplicht en bewijslast. Gevolgen van onjuiste vermelding van de termijn. Rol van de rechter; verstek en tegenspraak. Gevolg
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Telefoonabonnement met ‘gratis’ telefoon; uitwerking van HR 13 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1385, NJ 2015/477 (Lindorff/Statia). Voldoet ‘all-in prijs’ voor abonnement en toestel aan art. 7:61 lid 2 BW en art. 7A:1576 lid 2 BW? Ambtshalve beoordeli
Huur perceel grond. Procesrecht. Afstandsbeding inhoudende dat verhuurder bij onteigening geen schadevergoeding jegens huurder is verschuldigd. Gelet op art. 1 Eerste protocol EVRM in samenhang met art. 7:377 en 7:399 BW en art. 42a (oud) Ow., volgt uit art. 3:40 lid 2 BW dat dit
Overheidsprivaatrecht. Procesrecht. Bodemprocedure in Didam-zaak (HR 26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778). Toepasselijkheid Didam-regels op handelen van overheidslichaam voorafgaande aan Didam-arrest. Rechtsgevolgen van niet-naleving van Didam-regels. Gelding Didam-regels als
Faillissement. Ponzi-scheme. Beroep curator op nietigheid overeenkomsten van geldlening. Sanctie art. 3:40 lid 2 BW mist toepassing; ook destijds geldende Wte en Wtk strekten niet ertoe geldigheid aan te tasten van met die wetten strijdige rechtshandelingen. Geen strijd met goede
Effectenleaseovereenkomsten van Groeivermogen N.V. Collectieve actie van de Vereniging Consument & Geldzaken. Toepasselijkheid Wet op het Consumentkrediet. Kern van het geschil is de vraag of de contracten misleidend zijn en/of Groeivermogen haar zorgplicht heeft geschonden.
Dexia, tussenpersoon. Vervolg op ECLI:NL:RBNNE:2018:4726. Beroep op verjaring afgewezen.
Vaststellingsovereenkomst m.b.t. waardering van aan werknemers verleende optierechten en inhoudingsplichtige; toetsing aan art. 3:40, lid 1, BW.
Effectenlease; Dexia-affaire. Is een cliëntenremisier die tevens adviesdiensten verricht bij de totstandkoming van de effectenleaseovereenkomst, vergunningplichtig? Art. 3 Richtlijn Beleggingsdiensten 93/22/EEG, art. 7 en 10 Wet toezicht effectenverkeer 1995, art. 12 Vrijstelling
Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 BW. Onbehoorlijk bestuur? Lening (aanwending vreemd vermogen) met oog op nemen of verkrijgen aandelen in strijd met art. 2:207c lid 2 BW, onder meer in verband met hoogte uitkeerbare reserves? Stelplicht en bewijslast kennelijk onbehoorlij
Effectenlease. Vervolg van ECLI:NL:GHAMS:2012:BY1665 (verstekarrest). Onaanvaardbaar zware last(?). Tussenarrest. Zie ECLI:NL:GHAMS:2020:1107.
(pre)contractuele informatieverplichtingen (als bedoeld in art. 6:230m en 6.230v BW) bij koop op afstand door een consument: voornemen tot stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.
beslissingen over bevoegdheid rechtbank, toepasselijkheid WAMCA en ontvankelijkheid in collectieve actie van Bureau Clara Wichmann tegen AbbVie c.s. (producent van borstimplantaten)
Website Airbnb handelt in strijd met de wet door bij zowel huurders als verhuurders bemiddelingskosten in rekening te brengen.
-
Kansspelzaak. Tussenvonnis Voornemen tot stellen prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.
Overheidsprivaatrecht. Vervolg Didamzaak. Wanneer is overheid bij de verkoop van onroerende zaak verplicht om mededingingsruimte te bieden? Mogelijkheid om een uitzondering te maken op die plicht. Grondpositie projectontwikkelaar grond voor uitzondering op die plicht? Sanctie op
Tussenarrest. Onaanvaardbaar zware last, oneerlijke bedingen en voordeelstoerekening.
Kansspelzaak. Gokbedrijf moet het geld dat eisende partij, de speler, met online gokken heeft verloren terugbetalen omdat het gokbedrijf geen vergunning had om in Nederland online kansspelen aan te bieden en dit naar het oordeel van de rechtbank tot nietigheid van de tussen parti
Kansspelzaak. Gokbedrijf moet het geld dat eisende partij, de speler, met online gokken heeft verloren terugbetalen omdat het gokbedrijf geen vergunning had om in Nederland online kansspelen aan te bieden en dit naar het oordeel van de rechtbank tot nietigheid van de tussen parti
Nietigheid wegens strijd met de openbare orde – bij gebreke van een wettelijke grondslag – van het beding in een ‘groenovereenkomst’ op grond waarvan een gemeente onderhoudskosten van door haar op eigen grond aangelegde, voor publiek algemeen toegankelijke, groenvoorzieningen vor
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Verbintenissenrecht; art. 3:40 BW; art. 7A:1825 e.v. BW; kansspelovereenkomsten; Wet op de kansspelen; verbod op zonder vergunning gelegenheid geven om deel te nemen aan kansspelen; strekking van het verbod; kansspelen via internet; zijn kansspe
De rechtbanken Amsterdam en Noord-Holland hebben gezamenlijk besloten rechtsvragen voor te leggen aan de Hoge Raad. Ze willen duidelijkheid krijgen over de vraag of gokkers bij online aanbieders zonder vergunning, hun verlies terug kunnen krijgen. Het antwoord van de Hoge Raad ka
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Consumentenrecht. Informatieverplichtingen bij verkoop op afstand of buiten de verkoopruimte. Vervolgvragen n.a.v. HR 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677. Hoge Raad ziet af van beantwoording van de prejudiciële vragen.