Wet WOZ. Art. 3:3 BW. Waardevaststelling voor stacaravanchalets op gehuurde grond ten onrechte achterwege gelaten. Gelijkheidsbeginsel.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:3 BW
Genoemd in 180 uitspraken · Officiële wettekst
180 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Tussen de belanghebbende en de heffingsambtenaar is in geschil het antwoord op de vraag of de zendinstallatie in zijn geheel dan wel onderdelen daarvan als een onroerende zaak is aan te merken.
Tussen de belanghebbende en de heffingsambtenaar is in geschil het antwoord op de vraag of de zendinstallatie in zijn geheel dan wel onderdelen daarvan als een onroerende zaak is aan te merken.
Tussen de belanghebbende en de heffingsambtenaar is in geschil het antwoord op de vraag of het grondstation met hekwerk als een onroerende zaak is aan te merken.
24 december 2004 Eerste Kamer Nr. C03/266HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n [Verweerder], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. F. Dams
Geschil over de vraag of een in plassengebied liggend object dat gefundeerd is op een stalen draagconstructie op onderheide houten palen roerend of onroerend is. Belanghebbende stelde dat het een woning is, en de gemeente stelde dat het een woonark is. In casu een onroerende zaak
Kan een ‘portacabin’ onroerend zijn in de zin van art. 3:3 lid 1 BW dat een duurzame vereniging met de grond vereist? De bij de beantwoording van deze vraag te hanteren maatstaven.