Erfrecht. Geschil tussen erfgenamen over geldigheid van een testament wegens wilsonbekwaamheid van erflater ten tijde van het maken van het testament; dwang als bedoeld in art. 4:490 (oud) BW, bewijslastverdeling (81 RO).
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:34 BW
Genoemd in 420 uitspraken · Officiële wettekst
420 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 7 · live
Eiser stelt dat hij door gedaagde onder druk is gezet om zijn aandelen over te dragen en zijn vordering op de BV te laten afkopen. Subsidiair stelt hij onder invloed van een geestelijke stoornis gehandeld te hebben althans niet in staat te zijn geweest zijn wil te bepalen vanwege
Nu de verkoop nadelig was voor de geestelijk gestoorde moeder, wordt haar toestemmingsverklaring vermoed te zijn gegeven onder invloed van de stoornis. Een met haar toestemmingsverklaring overeenstemmende wil wordt geacht te ontbreken. Een beroep van [appellanten] op artikel 3:35
In het algemeen kan een objectieve aanwijzing voor het bestaan van een dergelijke natuurlijke verbintenis worden ontleend aan de omstandigheid dat in een situatie als de onderhavige, waarin (bij een zogenaamde "koude uitsluiting") de man gelden heeft verstrekt voor de aankoop res
Voor zover de latere afstand waar [geïntimeerde] zich wellicht ook op heeft beroepen, gezien zou moeten worden als een eenzijdige ongerichte rechtshandeling, overweegt het hof dat ook dan aan [geïntimeerde] geen bescherming (art. 3:36 BW) toekomt, aangezien [geïntimeerde] op de z