Kort geding over dwangsommen met betrekking tot recht van overpad.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:324 BW
Genoemd in 176 uitspraken · Officiële wettekst
176 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 7 · live
Verjaring en rechtsverwerking. Een op de rol doorgehaalde zaak wordt meer dan tien jaar later weer opgebracht door de eisende partij. Gedaagde vordert in een incident dat de vordering zonder verder inhoudelijk voortprocederen wordt afgewezen op grond van verjaring althans rechtsv
Beslag. Vervolg op HR 27 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA3740.
Pandrecht op aandelen. Tenietgaan (substitutie)pandrecht door verjaring van gezekerde vordering? Toepasselijkheid art. 3:323 lid 1 BW indien pandhouder een op de voet van art. 3:251 lid 1 BW aangevangen executie, na toewijzende beschikking, niet voltooit. Beroep op tenietgaan pan
Beroepsaansprakelijkheid advocaat. Advocaat betaalt niet tijdig griffierecht in appel, waardoor ontslag van instantie volgt. In geschil is of de voormalig cliënt daardoor schade heeft geleden. De rechtbank oordeelt dat het hof bij een inhoudelijke beoordeling het vonnis in eerste
Afwijzing verzoek man te verstaan dat er geen sprake meer is van een onderhoudsverplichting jegens de vrouw. Onderhoudsbijdrage in verleden nooit met wettelijke indexering verhoogd. Partijen indexering nooit uitgesloten. Van rechtsverwerking geen sprake. Dat de vrouw nooit aanspr
Verjaring bevoegdheid tenuitvoerlegging rechterlijke uitspraak, art. 3:324 BW. Stuiting naar oud recht, art. 120 Overgangswet Nieuw BW. Onmiddellijke werking nieuw BW op grond van art. 68a in verbinding met art. 73 lid 1 Ow NBW met betrekking tot rechtsgevolgen stuiting. Toepassi
beroepsaansprakelijk advocaat; hoogte facturen.. . . . . .
611g lid 1 Rv., aanvang verjaringstermijn dwangsommen door moment van verbeurte. Verjaring niet geschorst door instellen rechtsmiddel tegen veroordeling waarbij zij zijn opgelegd; art. 3:324 lid 2 BW niet van toepassing. Ratio korte verjaringstermijn.
Bij verstekvonnis veroordeeld tot betaling van een geldsom ineens: voor tenuitvoerlegging geldt een verjaringstermijn van twintig jaar.
Executiegeschil. Vordering tot matiging van rente (bij veroordeling rechter). Voorzieningenrechter oordeelt dat rente gedeeltelijk is verjaard izv artikel 3:324 lid 3 BW.
Verjaringstermijn dwangsommen. Verschuift het bepaalde in artikel 3:324 lid 2 BW het moment waarop verjaringstermijn van artikel 611 g Rv een aanvang neemt.
Kortgeding. Executiegeschil. Verjaring van wettelijke rente en lasten na veroordelend vonnis (art. 3:24 BW).
Kredietovereenkomst. Veroordeling bij verstek tot betaling van hoofdsom plus rente, berekend per maand, is geen veroordeling tot betaling per maand, en is niet verjaard. Executie geruime tijd na opheffing faillissement is niet naar redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.
Executie alimentatiebeschikking. Verjaring (art. 3:324.3 BW) Geen imputatue ex art. 6:43 Bw.
In verband met in verband met HR 29 juni 2012 (LJN: BW1260) publicatie van onderstaand vonnis.
Verjaringstermijn bevoegdheid tenuitvoerlegging van een vonnis (3:324 BW). Verschillende verjaringstermijnen voor hoofdsom en rente. Rechtsverwerking. Verklaring voor recht.
Geschil over de vraag welke verjaringstermijn van toepassing is op een veroordeling tot betaling van een kredietvergoeding per tijdseenheid, korter dan een jaar. (artikel 3:324 lid 1 of lid 3 BW).
leidingschade; is eiser vorderingsgeechtigd; verjaring; onderzoeksplicht aannemer; informatieplicht leidingbeheerder.
Uitleg gebod met dwangsom. Onvoldoende inspanning tot naleving. Dwangsommen naar voorlopig oordeel verbeurd.
Wijziging in appel toelaatbaar. Artikelen 1:401,4 en 1:408,1 BW. Gedeeltelijke verjaring ex 3:324 BW
Vordering tot opheffing beslag. Beslagvrije voet gehalveerd wegens weigering inzicht te geven in inkomsten en financiële armslag. Geen verjaring vordering wettelijke rente op grond van artikel 3.308 BW.
Een wrakingsverzoek dient te worden gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan verzoeker bekend zijn geworden. Door eerst zes dagen na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting schriftelijk een verzoek in te dienen dat betrekking heeft op feiten of omstandigheden die zich t
Gedaagde heeft executoriaal derdenbeslag gelegd ter tenuitvoerlegging van een verstekvonnis van 6 januari 1986. Na het faillissement van eiseres, dat in 1989 is opgeheven wegens gebrek aan baten, heeft gedaagde jarenlang niets van zich laten horen. Eerst op 22 september 2005 somm
De vordering van de curator betreft de nakoming van een in 1992 gesloten overeenkomst van geldlening. Verjaring?