Partneralimentatie. Verjaring, rechtsverwerking, stilzwijgende (wijziging van een) overeenkomst.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:324 BW
Genoemd in 176 uitspraken · Officiële wettekst
176 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Effectenlease. Beroep aanbieder op ontbreken opt-out verklaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Geen advies, dus geen afwijking hofmodel.
Zorgverzekeringszaak.
Bevoegdheid o.g.v. artikel 96 lid 1 Rv. Dwangsommen verbeurd i.v.m. niet-afgeven roerende goederen? Verjaring van verbeurde dwangsommen? Nieuwe verjaringstermijn? Moment verrekenen reconventionele vordering en proceskosten. Artikel 6:129 BW, terugwerkende kracht. Materiële schade
opheffing executoriaal beslag op woonhuis afgewezen. Achterstand kinderalimentatie. Beschikking 2006. Verjaring. Stuiting. Betaling was erkenning achterstand. Artt 3:324, 3;325 en 6:43 BW.
Kort geding. Huurrecht. Huurwoning. Ontbinding en ontruiming reeds uitgesproken bij eerder vonnis. Onderhavige procedure heeft het karakter van een executiegeschil. Bij de beoordeling van de vordering wordt dan ook uitgegaan van de maatstaven die in executiegeschillen worden geha
Kinderalimentatie. Tenuitvoerlegging van Belgische vonnissen in Nederland.
Verjaring. De executie van een vonnis uit 1991 moet worden gestaakt en de beslagen worden opgeheven. Ook bij een van waarde verklaard beslag is stuiting van de verjaring nodig.
Verjaring.
Verklaring voor recht. Recht op partneralimentatie vervallen en verjaard, recht op kinderalimentatie verjaard. Geen stuiting. 1:160 en 3:324 lid 3 BW.
Verjaring tenuitvoerlegging vonnis; rente; artikel 3:324 lid 3 BW; voortzetting executie nadat beroep op dwaling is gedaan; verrekening; ontvangst te kwader trouw; verrekening naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.
Conclusie AG. Geen sprake van verjaring van de vordering van de benadeelde partij. Voor de verjaring is art. 51g lid 2 Sv niet van betekenis. Na het vonnis in eerste aanleg geldt de termijn van de civiele executieverjaring. De conclusie trekt tot verwerping van het beroep.
Opheffing beslag; gebrek aan overbetekening; betekening zonder goede reden geschied door middel van verzending per post
Gerechtelijke rangregeling. Renvooiprocedure. Verdeling executie-opbrengst woning. Geschil over de vraag voor welke vorderingen de executant tot de rangregeling kan worden toegelaten. Beroep op overmacht ten aanzien van vordering tot betaling van dwangsommen wegens niet voldoen a
Cessie. Verjaringstermijn van in faillissement geverifieerde vordering 20 jaar.
Kort geding. Opheffing executoriaal beslag op woning. Bevoegdheid tenuitvoerlegging exequatur niet verjaard. Stuiting door executoriaal derdenbeslag. Nieuwe verjaringstermijn van artikel 3:319 lid 2 BW is in dit geval niet maximaal 5 jaar. Oorspronkelijke verjaringstermijn van 20
Betekening aan onjuist adres. Verzet. Beroep op nietigheid van het exploot van dagvaarding. Niet onredelijk in belangen geschaad. Geen verjaring. Geen schending van rechtsbeginselen.
Thuiskopievergoeding. Vervolg op ECLI:NL:RBDHA:2016:3952. Beslissing na antwoord op prejudiciële vraag HR (ECLI:NL:HR:2017:2569). Copydan-verweer gaat niet op. Verjaringstermijnen van artikel 3:309 en 3:310 BW zijn niet in strijd met het Unierechtelijk doeltreffendheidsbeginsel.
Civiel. Verstek. Opheffing beslag.
Litispendentie (artikel 12 Rv). Verklaring voor recht. Kinder- en partneralimentatie.
Procesrecht. Vonnis op tegenspraak of verstekvonnis? Aanwending van juiste rechtsmiddel? Beoordeling door appelrechter van aard van uitspraak in eerste aanleg. Recht op toegang tot de rechter (art. 6 EVRM) indien niet kenbaar is dat sprake is van vonnis op tegenspraak. Geen belan
Gewezen echtgenoten. Art. 3:324 lid 3 BW, verjaring bevoegdheid tenuitvoerlegging uitspraak (rente). Verrekening pensioenrechten (Boon/Van Loon arrest) Verdeling vermogensbestanddelen.
Gewezen echtgenoten, opheffing executoriaal beslag, verjaring bevoegdheid tenuitvoerlegging rechterlijke uitspraak, verrekening.
Rangregeling naar aanleiding van executie door eerste hypotheekhouder. Verdeling overwaarde. Hypotheekrecht (3e in rang) is nevenrecht dat bij cessie van gesecureerde vordering mee overgaat. Voorrang op de executie-opbrengst uit hoofde van het derde hypotheekrecht bestaat nog ste
bewijswaardering, verjaring rentevordering