Verbod verdere tenuitvoerlegging vonnis; verjaringstermijn wettelijke rente; beroep op redelijkheid en billijkheid. Eiser vraagt verbod van verdere executie van veroordelend arrest Hof ’s-Hertogenbosch d.d. 15 juli 1999, dat op 27 juli 2012 aan eiser is betekend. Volgens eiser he
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:324 BW
Genoemd in 176 uitspraken · Officiële wettekst
176 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Gemeente verkoopt onteigend perceel aan projectontwikkelaar. Oorspronkelijk eigenaar stelt na jaren met succes een vordering ex artikel 61 Onteigeningswet in en spreekt ontwikkelaar uit onrechtmatige daad aan. Verjaring van de vordering.
Geverifieerde vordering. Verjaring. Het proces-verbaal van een verificatievergadering levert voor de daarin als erkend vermelde vorderingen een voor tenuitvoerlegging vatbare titel tegen de schuldenaar op, tenzij deze gedurende het faillissement de vordering heeft betwist. Gestel
Kort geding over dwangsommen met betrekking tot recht van overpad.
Beslag. Vervolg op HR 27 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA3740.
Verjaring bevoegdheid tenuitvoerlegging rechterlijke uitspraak, art. 3:324 BW. Stuiting naar oud recht, art. 120 Overgangswet Nieuw BW. Onmiddellijke werking nieuw BW op grond van art. 68a in verbinding met art. 73 lid 1 Ow NBW met betrekking tot rechtsgevolgen stuiting. Toepassi
Bij verstekvonnis veroordeeld tot betaling van een geldsom ineens: voor tenuitvoerlegging geldt een verjaringstermijn van twintig jaar.
Executiegeschil. Vordering tot matiging van rente (bij veroordeling rechter). Voorzieningenrechter oordeelt dat rente gedeeltelijk is verjaard izv artikel 3:324 lid 3 BW.
Verjaringstermijn dwangsommen. Verschuift het bepaalde in artikel 3:324 lid 2 BW het moment waarop verjaringstermijn van artikel 611 g Rv een aanvang neemt.
Kortgeding. Executiegeschil. Verjaring van wettelijke rente en lasten na veroordelend vonnis (art. 3:24 BW).
Kredietovereenkomst. Veroordeling bij verstek tot betaling van hoofdsom plus rente, berekend per maand, is geen veroordeling tot betaling per maand, en is niet verjaard. Executie geruime tijd na opheffing faillissement is niet naar redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.
In verband met in verband met HR 29 juni 2012 (LJN: BW1260) publicatie van onderstaand vonnis.
Verjaringstermijn bevoegdheid tenuitvoerlegging van een vonnis (3:324 BW). Verschillende verjaringstermijnen voor hoofdsom en rente. Rechtsverwerking. Verklaring voor recht.
Geschil over de vraag welke verjaringstermijn van toepassing is op een veroordeling tot betaling van een kredietvergoeding per tijdseenheid, korter dan een jaar. (artikel 3:324 lid 1 of lid 3 BW).
Vordering tot opheffing beslag. Beslagvrije voet gehalveerd wegens weigering inzicht te geven in inkomsten en financiële armslag. Geen verjaring vordering wettelijke rente op grond van artikel 3.308 BW.
Gedaagde heeft executoriaal derdenbeslag gelegd ter tenuitvoerlegging van een verstekvonnis van 6 januari 1986. Na het faillissement van eiseres, dat in 1989 is opgeheven wegens gebrek aan baten, heeft gedaagde jarenlang niets van zich laten horen. Eerst op 22 september 2005 somm