Faillissementsrecht. Verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van in proces-verbaal van verificatievergadering opgenomen erkende, en niet door de gefailleerde betwiste, vordering (art. 196-197 Fw). Toepasselijkheid van verjaringstermijn van twintig jaar (art. 3:324 lid
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:324 BW
Genoemd in 176 uitspraken · Officiële wettekst
176 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Procesrecht. Conservatoir beslag, gevolgd door hoofdzaak waarin in appel verklaring voor recht in plaats van veroordeling wordt gevorderd. Art. 700 lid 3 Rv. Levert arrest executoriale titel op? Verjaringstermijn. Art. 3:324 lid 1 BW. Rangregeling. Art. 552 Rv. Renvooiprocedure.
Verjaring bevoegdheid tenuitvoerlegging rechterlijke uitspraak, art. 3:324 BW. Stuiting naar oud recht, art. 120 Overgangswet Nieuw BW. Onmiddellijke werking nieuw BW op grond van art. 68a in verbinding met art. 73 lid 1 Ow NBW met betrekking tot rechtsgevolgen stuiting. Toepassi
Verjaringstermijn voor de vordering van de bank die resteert nadat het hypothecaire zekerheidsrecht is uitgewonnen bedraagt vijf jaar. Het is in de onderhavige situatie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat de bank cliënten houdt aan de voorwaarde dat
Beroepsaansprakelijkheid van advocaat. Verzuim om verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van rechterlijke uitspraak (art. 3:324 BW) te stuiten? Rechtsgevolg van stuiting door daad van tenuitvoerlegging in de zin van art. 3:325 lid 2, onder c, BW: nieuwe verjaringsterm
Executiegeschil. Beroep op verjaring dwangsommen faalt.
verdeling executieopbrengst; rangregeling; executoriale titel vereist of is verklaring voor recht voldoende? verjaring vordering?
Verjaring en stuiting. Appellant had een hypothecaire geldlening en er ontstond achterstand in de aflossingen. De bank heeft na executoriaal beslag op het loon van appellant (2010) de woning executoriaal verkocht (2012) waarna er nog een restschuld was. Op die restschuld bleef he
Verbintenissenrecht; verjaring. Vordering op rechtspersoon die na faillietverklaring door insolventie is ontbonden en vervolgens is opgehouden te bestaan (art. 2:19 lid 1, onder c, en lid 6 BW), terwijl de mogelijkheid bestaat dat de vereffening in faillissement wordt heropend (a
Conservatoir beslag op registergoed gevolgd door eis in de hoofdzaak; verval van het beslag doordat in hoger beroep nog slechts een declaratoir wordt gevorderd?; verdeling na executie door hypotheekhouder (art. 3:270 BW); rangregeling en renvooiprocedure; inmiddels verjaarde vord
Overnachtingshaven beroepsvaart; openbaar vaarwater; gewoon gebruik; erfdienstbaarheid; wijze van uitoefening (art. 5:73 BW); verzwaring; formele rechtskracht omgevingsvergunning meerpalen; dwangsom verbonden aan eerder vonnis van andere rechter; verkorting ligduur in afwijking R
Procesrecht. Dwangsommen. Verjaring. Stuiting. Art. 611g lid 1 Rv. Art. 3:324 lid 1 BW. Stuit door dwangsomschuldenaar aanhangig gemaakt executiegeschil verjaringstermijn van art. 611g lid 1 Rv?
Verjaring van dwangsommen (art. 611g Rv). Dwangsomschuldenaar maakt executiegeschil aanhangig en voorzieningenrechter verbiedt de executie gedeeltelijk. Is voor de resterende dwangsommen vervolgens de regeling van art. 3:324 Rv van toepassing?
Onherroepelijk terugvorderingsbesluit bijstandsuitkering – verzoek om betaling na ruim tien jaar – welke verjaringstermijn geldt hier?
KG executiegeschil. In de gegeven omstandigheden is het een woningbouwvereniging toegestaan een ontruimingsvonnis na vier jaar nog te executeren. Beroep op artikel 7:230 BW afgewezen.
Verjaring van bevoegdheid tot executeren van een rechterlijke beslissing (3:324 BW) van vonnis uit 1988 is nog niet verjaard, voor zover het gaat om executie van de hoofdsom. Voor de (bij het vonnis opgelegde) wettelijke rente geldt een verkorte verjaringstermijn van vijf jaar, h
Verjaring bevoegdheid tenuitvoerlegging van rente; geen rechtsverwerking.
Ten uitvoerlegging van een vonnis van 27 juni 1990. Verjaring; overgangswet; stuiting; rechtsverwerking.
Vordering tot opheffing van executoriaal derdenbeslag, dat in 2011 is gelegd in verband met een toewijzend verstekvonnis uit 1997. Geen sprake van rechtsverwerking aan de zijde van (thans) gedaagde. Evenmin sprake van verjaring of overschrijding van de redelijke termijn. Vorderin
Procedure na cassatie en verwijzing. Executiegeschil. Art. 611g lid 1 Rv. Het hof oordeelt dat het beroep op de verjaring van dwangsommen slaagt en niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
Diefstal in Nederland van Duitse Porsche. Duitse verzekeraar vordert afgifte na uitkering diefstalschade van Nederlandse koper. Koper is verkrijger te goeder trouw (artikel 3:86 BW). Beslag op auto niet onrechtmatig.
Beslagrecht; verzoek opheffing executoriaal beslag; geen misbruik van bevoegdheid als bedoeld in 3:13 BW.
in deze procedure speelt de vraag of vorderingen van eiseres ter zake van energieleveringen door Essent kunnen worden toegewezen. Het tijdstip van de totstandkoming van de cessie van die vordering aan eiseres wordt door gedaagde ter discussie gesteld. Bovendien, en mede in verban
De termijn voor de verjaring van de opgelegde dwangsom.
Verderling huwelijkse goederengemeenschap. Wat hebben partijen uit hoofde van eerdere rechterlijke uitspraken nog van elkaar te vorderen?