Relatievermogensrecht. Afwikkeling affectieve relatie tussen informeel samenlevenden. Vergoedingsrecht bij aflossing lening t.b.v. gemeenschappelijke woning uit privé-vermogen? Eenvoudige gemeenschap. Stelplicht verjaringsverweer. Uitleg grieven.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:322 BW
Genoemd in 106 uitspraken · Officiële wettekst
106 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Huwelijksvermogensrecht. Verjaringstermijn vergoedingsrecht: is de twintigjarige verjaringstermijn van art. 3:306 BW of de vijfjaarstermijn van art. 3:307 BW van toepassing?; schending grenzen rechtsstrijd;
Verbintenissenrecht; verjaring. Vordering op rechtspersoon die na faillietverklaring door insolventie is ontbonden en vervolgens is opgehouden te bestaan (art. 2:19 lid 1, onder c, en lid 6 BW), terwijl de mogelijkheid bestaat dat de vereffening in faillissement wordt heropend (a
Aansprakelijkheidsrecht; bevoegdheidsperikelen. Schadevordering van voormalige werkgever tegen oud-bestuurders/werknemers die op staande voet waren ontslagen wegens in dienstverband gepleegde strafbare feiten; samenloop, vraag of art. 2:9 en 7:661 BW in de weg staan aan toewijzin
Onrechtmatige daad. Verjaring; art. 3:310 BW. Rechter heeft procedure aangespannen tegen advocaat wegens uitlating advocaat in interview dat die rechter met advocaten belde over een zaak. Na royement van die procedure vordert advocaat schadevergoeding van rechter op de grond dat
Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Verjaring. Procesrecht. Overeenkomst totstandbrenging onroerendgoedproject. Tekortkoming in de nakoming van een toezegging tot aanbieding van een soortgelijk project? Opeisbaarheid. Art. 3:307 lid 1 of lid 2 BW? Gedekt verweer in appel?
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Verbintenissenrecht; huurrecht. Uitleg van art. 6:265 lid 1 BW. Voorwaarden voor ontbinding van wederkerige overeenkomst. Verhouding tussen hoofdregel en tenzij-bepaling. Rechtspraak Hoge Raad. Gelden bijzondere eisen voor ontbinding van een huu
Appelprocesrecht. Nieuw verweer in memorie van antwoord; had wederpartij daarop moeten reageren in haar memorie van antwoord in incidenteel beroep? Zelfstandige positie incidenteel beroep. Uitzonderingen op tweeconclusieregel; ondubbelzinnige toestemming.
Verkrijgende verjaring. Geen bezit te goeder trouw (art. 3:99 BW). Art 3: 105 lid 1 BW ambtshalve toepassen? Artikel 3:322 lid 1 BW, dat bepaalt dat de rechter het middel van verjaring niet ambtshalve mag toepassen, heeft geen betrekking op de verkrijgende verjaring maar alleen o
Contractenrecht. Overeenkomsten gesloten door onder bewind gestelde. Bewindvoerders vorderen vernietiging op grond van misbruik van omstandigheden. Art. 3:44 lid 4 BW. Kenbaarheid abnormale geestestoestand.
Bijdrageplicht hoofdelijke schuldenaren; regresvordering; art. 6:10 lid 2 BW; niet voldaan aan stelplicht. Verjaring; art. 3:310 BW; aanvangstijdstip; niet vereist dat benadeelde daadwerkelijk bekend is met juridische beoordeling feiten en omstandigheden waaruit voor hem de schad
Op zichzelf acht het hof het niet onbegrijpelijk dat [appellante] zijn niet erg fraaie en in slechte bouwkundige staat verkerende muur wil weghalen en vervangen. In dit geval staat niet vast hoe lang de situatie, dat er problemen kunnen ontstaan als de muur wordt weggehaald, al b
In 2010 hebben twee (inmiddels ex-) echtgenoten gelden geleend. In deze procedure vordert de uitlener terugbetaling. De man is niet in het geding verschenen, de vrouw wel. Zij doet met succes een beroep op verjaring. De man wordt bij verstek veroordeeld tot terugbetaling omdat he
Wrakingsverzoek toegewezen. Ter zitting is sprake geweest van een opeenvolging van een aantal feiten en omstandigheden, die bij verzoekers de vrees heeft doen ontstaan dat de rechter jegens hen niet onpartijdig was: opmerkingen aan het begin van de zitting; gesprek bij hervatting
Vervolg van ECLI:NL:GHARL:2021:2741; bewijswaardering; partijgetuige; geen rechtsverwerking; terugkomen van bindende eindbeslissingen; geen ambtshalve verjaring; schadevergoedingsvordering wegens ontbrekende fietsnaven bij staat. Artikelen: -3:322 lid 1 en 6:97 en 248 BW -164 lid
Geldleningsovereenkomst. Borgtochtovereenkomst. Beroep op verjaring. Geen tijdige stuiting van de verjaringstermijn, de verjaringstermijn van gedaagde had apart van de geldleningsovereenkomst, op basis van de borgtochtovereenkomst moeten worden gestuit.
borgtocht – verjaring vordering op hoofdschuldenaar – verjaring vordering op borg.
Geschil over erfenis tussen broer (legataris) en zus (erfgenaam voor 99%). Geen ondeelbare rechtsverhouding met erfgenaam voor 1% (niet meegedaagd). Legaat gerelateerd aan waarde nalatenschap: wat was de nalatenschap waard en wat is de waardepeildatum? Waarderingsmaatstaf inboede
bewijswaardering, verjaring rentevordering
Onrechtmatige daad. Aansprakelijkheid voor personen. Gestelde grondslag: mishandeling en seksueel misbruik in een religieus internaat. Beroep op verjaring. Naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar? Schending artikel 6 EVRM? Afstand van verjaring?
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht, internationaal privaatrecht. Immuniteit vreemde staat. Geschil over rechtsmacht Nederlandse rechter gebaseerd op art. 126 lid 3 (oud) Rv (forum actoris) in een verstekprocedure tegen Irak. Thans procedure tot herroeping (art. 382 e.v. Rv).
Executiegeschil. “Versteknuance”. Exceptio plurium litis consortium. Verjaring.
Contractenrecht. Overname van apotheken. Vordering van koper uit ongerechtvaardigde verrijking. Verwerping bewijsaanbod. Tegenbewijs tegen dwingend bewijs in notariële akte (art. 157 lid 2 Rv).
Bevrijdende verjaring (art. 3:310 lid 1, 7:23 lid 2 en 7:761 lid 1 BW). Aanvangstijdstip verjaring. Verzuim van hof om aansprakelijkstelling in oordeel te betrekken (art. 24 en 149 Rv).
effectenlease - waiverzaak – wel belang, dus ontvankelijk – doorbreking verjaringsregeling massaschade - uitgestelde werking ex art. 73 Ow. van wetswijziging verjaringstermijn - vordering afgewezen. Dexia heeft geen recht om voor gedaagde de rechtsgrond van diens vordering te for