Civiel. Algemeen verbintenissenrecht. Langdurige affectieve relatie van partijen wordt gekwalificeerd als informeel samenwonen.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:321 BW
Genoemd in 62 uitspraken · Officiële wettekst
62 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Bewijswaardering na getuigenverhoor.
Vermogensrecht. Financieel recht. Verjaring schadevordering ter zake van afgesloten swaps. Devolutieve werking van het appel.
Partijen zijn in 2020 gescheiden en hebben zelf een echtscheidingsconvenant opgesteld en ondertekend. De vrouw is tekort geschoten in de nakoming van de afspraak dat het kindgebonden budget op de gemeenschappelijke (kinder)rekening moest worden betaald. Geen (wederzijdse) dwaling
Vervoerszaak. Het CMR verdrag is van toepassing op deze zaak. De vraag is of er sprake is van verjaring van een rechtsvordering tot een negatieve verklaring voor recht. Stuiting, schorsing en verlenging komen aan de orde.
samenstel van rechtshandelingen, draagplicht voor rekening-courantschuld
Eiser mocht leenovereenkomst ontbinden, bedrag dient in één keer betaald te worden. Vordering tot vergoeding vanwege samenwerking verjaard. Dat partijen een relatie hebben gehad, leidt niet tot een opschorting van de verjaringstermijn.
grondhuur vergoeding aan moeder voor een door haar op grond van dochter gebouwd huis
vergoedingsrecht samenwoners zonder samenlevingscontract
Voogdij. Rekening en verantwoording. Schadevergoeding. Geen verjaring; verlengingsgrond. Wettelijke rente.
Verjaringstermijn tussen ex-samenwoners. Geen verlengde verjaringstermijn. Compensatie proceskosten.
Huwelijkse voorwaarden. Geen verjaring. Geen vernietiging op grond van wilsgebreken.
huwelijksvermogensrecht. Afwikkeling periodiek verrekenbeding dat niet is nageleefd.
Verklaringsprocedure art. 477a lid 2 Rv. Executoriaal derdenbeslag. Onjuist afgelegde derden-verklaring. Man heeft wel twee vergoedingsvorderingen op de vrouw. Getrouwd onder huwelijkse voorwaarden. Eenvoudige gemeenschap. Mede-eigendom. Natuurlijke verbintenis. Verjaring. Rechts
Verzekeringsrecht. Brandverzekering. Is vordering tegen verzekeraar verjaard? Art. 7:942 (oud) BW; aanvang van nieuwe verjaringstermijn na tweede of volgende aanspraak op uitkering (na een eerste afwijzing door de verzekeraar). Wetsgeschiedenis; strekking; systeem van de wet.
Aansprakelijkheid bewindvoerder. Vordering tot schadevergoeding wegens slecht bewind. Artikel 1:444 jo artikel 1:445, lid 4, jo artikel 1:362 BW. Verhouding rekening verantwoording kantonrechter.
Verzekeringsrecht; verjaring; stuiting; verlengingsgrond; devolutieve werking hoger beroep De eis van ondubbelzinnige afwijzing van de aanspraak van de verzekerde bij aangetekende brief met ondubbelzinnige vermelding van het in art. 7:942 lid 3 BW vermelde gevolg, is een eenmalig
Vordering op gemeente tot nakoming koopovereenkomst. Beroep gemeente op verjaring slaagt. Beroep op verlenging verjaringstermijn ex art. 3:321 lid 1 sub f BW en op beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid afgewezen.
Onrechtmatige daad. Verjaring vordering op grond van gevoerd voogdijbewind, art. 1:377 (oud) BW. Overgangsrecht, art. 73 Ow NBW en Invoeringswet Boeken 3, 5 en 6 NBW. Gronden voor verlenging? Vertegenwoordiging en bewind, art. 3:321 lid 1, aanhef en onder b en c, en lid 2 BW. Opz
art. 2:248 BW, art. 6:248 lid 2 BW. Aansprakelijkheid bestuurder voor tekort in faillissement. Is beroep op niet verrekenbaarheid van de rekening-courantvordering naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar?
Schorsing van tenuitvoerlegging dwangsommen overeenkomstig 438 lid 2 Rv. vormt wettelijk beletsel als bedoeld in art. 611g lid 2 Rv. en schorst de verjaring van dwangsommen.
CMR. Schorsing van verjaring schadevordering door schriftelijke vordering als bedoeld in art. 32 lid 2 CMR. Schorsing strekt ertoe gerechtigde in staat te stellen schade te onderzoeken en minnelijke regeling te treffen. De schriftelijke vordering van art. 32 lid 2 moet duidelijke
Vader handelt onrechtmatig jegens dochter door onrechtmatig te beschikken over vermogen van dochters afkomstig uit nalatenschap van overleden moeder. Geen verjaring of rechtsverwerking. Zie voor andere dochter ljn BT6861.
Vader handelt onrechtmatig jegens dochter door onrechtmatig te beschikken over vermogen van dochters afkomstig uit nalatenschap van overleden moeder. Geen verjaring of rechtsverwerking.
Betreft een heropend faillissement. Een beroep op verjaring is onder de in casu geschetste omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Geen uitvoerbaar verklaring bij voorraad.