Verjaring en stuiting van individuele vorderingen nadat collectieve actie ex artikel 3:305a BW is geëindigd door toewijzing van verklaring voor recht. Vragen over toepassing van artikel 3:316 lid 2, 3:324, 3:319 lid 2 BW.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:319 BW
Genoemd in 222 uitspraken · Officiële wettekst
222 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Beroepsaansprakelijkheid van advocaat. Verzuim om verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van rechterlijke uitspraak (art. 3:324 BW) te stuiten? Rechtsgevolg van stuiting door daad van tenuitvoerlegging in de zin van art. 3:325 lid 2, onder c, BW: nieuwe verjaringsterm
Vermogensrecht. Geen verkrijgende verjaring van strook grond ex art. 3:105 BW. Hof had moeten onderkennen dat na de erkenning in de zin van art. 3:318 BW, waardoor de verjaring werd gestuit, op de voet van art. 3:319 BW een nieuwe verjaringstermijn van vijf jaren aanving. In dit
Verjaring. Stuiting. Art. 3:319 BW; nieuwe verjaringstermijn opnieuw gestuit? Stelplicht en bewijslast. Schriftelijke aanmaningen verzonden? Art. 3:317 lid 1 BW.
Effectenlease-overeenkomst. Geldt voor het Dexia Aanbod het toestemmingsvereiste van art. 1:88 BW? Belang bij antwoord op die vraag? Verjaring van de vordering tot vernietiging van de effectenleaseovereenkomst; beroep op stuiting van de verjaring door een collectieve actie, indie
Verjaring bevoegdheid tenuitvoerlegging rechterlijke uitspraak, art. 3:324 BW. Stuiting naar oud recht, art. 120 Overgangswet Nieuw BW. Onmiddellijke werking nieuw BW op grond van art. 68a in verbinding met art. 73 lid 1 Ow NBW met betrekking tot rechtsgevolgen stuiting. Toepassi
Effectenlease-overeenkomst. Aan de door Stichting Eega-lease in 2003 gevorderde verklaring voor recht (collectieve actie) komt stuitende werking toe omdat de rechtsvordering tot vernietiging van de eega van eiser op die collectieve actie aansluit. Door de totstandkoming van de Ho
Beroepsaansprakelijkheid van advocaat. Verzuim om verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van rechterlijke uitspraak (art. 3:324 BW) te stuiten? Rechtsgevolg van stuiting door daad van tenuitvoerlegging in de zin van art. 3:325 lid 2, onder c, BW: nieuwe verjaringsterm
Verjaring en stuiting. Appellant had een hypothecaire geldlening en er ontstond achterstand in de aflossingen. De bank heeft na executoriaal beslag op het loon van appellant (2010) de woning executoriaal verkocht (2012) waarna er nog een restschuld was. Op die restschuld bleef he
Handelszaak. Is handhaven van executoriaal loonbeslag door de bank onrechtmatig omdat de vordering waarvoor dit beslag is gelegd is verjaard? Geoordeeld wordt van niet. De vordering waarvoor het executoriale loonbeslag is gelegd, is door dit executoriale loonbeslag maandelijks ge
Erfrecht. Verdeling nalatenschappen ouders. Verjaring geldlening in familieverband. Wel af te leggen rekening en verantwoording.
Interversie van houderschap, art. 3:111 BW. Tegenspraak van het recht van degene voor wie men houdt. Noodzakelijk dat openlijk het recht wordt betwist en dat app zich daar ook naar heeft gedragen. Bezit niet te goeder trouw, revindicatie verjaart na 20 jaar. Aanbod om te kopen im
Verzekeringsrecht. Verjaring van de rechtsvordering tot het doen van uitkering? Stuiting van de verjaring (art. 7:942 leden 2-3 (oud) BW). Overgangsrecht (art. 68a, 72 en 75 Ow NBW).
De voorzieningenrechter veroordeelt de stichting Talpa om met de consumentenbond in onderhandeling te treden over het beoordelen van aanvragen en het vaststellen en doen van uitkeringen aan slachtoffers van de legionella-uitbraak op de West-Friese Flora in 1999. Verder is de stic
-
Tussenvonnis. Eiser vordert waardeloosverklaring van een hypotheekrecht o.g.v. artikel 3:29 BW. Geoordeeld wordt dat de BV niet is opgehouden te bestaan en dat de vordering is verjaard. Eiser kan daarom aanspraak maken op doorhaling van de hypotheek. De (vereffenaar van de) BV is
Verjaring van dwangsommen (art. 611g Rv). Dwangsomschuldenaar maakt executiegeschil aanhangig en voorzieningenrechter verbiedt de executie gedeeltelijk. Is voor de resterende dwangsommen vervolgens de regeling van art. 3:324 Rv van toepassing?
Verkrijgende verjaring en verwijzing naar schadestaat
Kort geding opheffing executoriaal beslag, gelegd ter incassering van dwangsommen. Belang bij vordering in hoger beroep; verjaring dwangsommen of gestuit door beslag? Geen belang bij vordering tot opleggen dwangsom in verband met naleven erfdienstbaarheid.
arbeidsongeschiktheidsverzekering, verjaring
Brandverzekering. Overgangsrecht art. 7:942 BW. Verjaring. Vermoeden van brandstichting.
Ten uitvoerlegging van een vonnis van 27 juni 1990. Verjaring; overgangswet; stuiting; rechtsverwerking.
Verjaring rechtsvordering tegen verzekeraar tot het doen van een uitkering. Na afwijzing aanspraak door verzekeraar ex artikel 7:942, lid 2 BW dient de dan lopende verjaringstermijn iedere zes maanden gestuit te worden.
Verjaring. Hypotheekrecht. Procesrecht. Verjaring restschuld lening na uitwinning hypothecair verbonden goed. Stuit de maandelijkse inning van afdracht krachtens loonbeslag de verjaring van de restschuld als een daad van rechtsvervolging in de zin van art. 3:316 lid 1 BW? Is art.
Bij akte stelt gedaagde dat eiser de verkeerde parij heeft gedagvaard, door de verkeerde bv te dagvaarden. Deze stelling gaat niet op. Eiser mocht er redelijkerwijs vanuit gaan dat zij zaken deed met gedaagde. De verwarring tussen de bv's is te wijten aan gedaagde. Gedaagde en de