De hoofdelijkheid van schuldenaren doet er niet aan af dat er sprake is van te onderscheiden vorderingsrechten van de schuldeiser jegens enerzijds (het vermogen) van schuldeiser A en anderzijds (het vermogen) van schuldeiser B. Elke (hoofdelijke) schuldenaar kan zich dan ook bero
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:318 BW
Genoemd in 307 uitspraken · Officiële wettekst
307 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 12 · live
Vordering tot uitbetaling onder documentair krediet, respectievelijk tot schadevergoeding wegens wanprestatie of onrechtmatige daad.
Nà afwikkeling van faillissement werkgever aanhangig gemaakt. Deels verjaard
Erfrechtkwestie; vordering tot verdeling van het resterende deel van een nalatenschap; verplichting tot inbreng van schenkingen ex artikel 4:1132 BW (oud); beroep op verjaring; artikelen 73 OW, 3:318 en 3:322 lid 2BW; vrije bewijskracht onderhandse akte.
Kredietovereenkomst. Verjaring? Bewijsopdracht inzake feiten en omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat de verjaring van de vordering (steeds) tijdig is gestuit door een schriftelijke aanmaning of mededeling in de zin van artikel 3:317 lid 1 BW.
Kredietovereenkomst, beroep op verjaring. Is vordering gestuit door indiening vordering in (inmiddels opgeheven) faillissement gedaagde en erkenning op een later moment door het aanbieden van een betalingsregeling? Bewijsopdracht.
Regresvordering jegens hoofdelijk(mede)schuldenaar ivm aflossing restant hypotheekschuld; verjaring; rechtsverwerking.
aar het oordeel van het hof heeft mr. [naam betrokkene] blijkens de hierboven onder 16.1 geciteerde passage van zijn brief van 21 januari 1998 voldoende duidelijk gemaakt dat op basis van de zijdens het ministerie verstrekte informatie destijds in 1991 de karnemelk niet in het aa
Eiser heeft zich met ingang van 27 september 1977 ziek gemeld en van (de rechtsvoorganger van) het UWV (verder: het UWV) ziekengeld ontvangen over een periode van 52 weken. Aansluitend heeft het UWV Martens een AAW/WAO-uitkering toegekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid v
Vordering tot terugbetaling geldlening, ingesteld door erfgenaam. Gedaagde beroept zich met succes op verjaring, nadat deze twemaal is gestuit.
Na het arrest van het hof van 4 juni 2002 heeft Reesink bij deurwaardersexploten van 7 juni 2002 en van 26 (volgens de gemeente 27) november 2002 (producties 16 en 17 bij de inleidende dagvaarding) de gemeente aangemaand tot betaling van onder meer voormeld bedrag van € 2.268.901
Verjaring.
Betreft een vordering van een pluimveevangbedrijf tot terugbetaling van de premie die ten onrechte zou zijn betaald als gevolg van het feit dat de eisende partij ten onrechte aangesloten is geweest bij diverse bedrijfstakregelingen en - fondsen in de agrarische sector. Vordering
Het hof is van oordeel dat [geïntimeerde] geen beroep op artikel 3:86 lid 3 BW toekomt, nu [geïntimeerde] de hoogwerker niet binnen de in dat artikel gestelde termijn van drie jaar als zijn eigendom heeft opgeëist en niet is gebleken dat [geïntimeerde] deze termijn tijdig heeft g
Het voormalige gasfabriekcomplex te Krommenie, De Groote Weiver, is reeds in 1984 gekraakt, onder meer door de op 20 februari 1985 opgerichte Stichting tot behoud van het voormalig gasbedrijf. De gemeente Zaanstad is eigenaar en wil nu tot ontruiming en sloop van het complex over
Het hof is van oordeel dat, indien de stellingen van [appellant] komen vast te staan, de situatie aan de orde is zoals geregeld in art. 3:307, lid 2 BW. Er is in dat geval immers sprake van een verbintenis tot nakoming na onbepaalde tijd van een overeenkomst inhoudende de verplic
De slotsom is dat aangenomen moet owrden dat de lopende verjaringstermijn niet is gestuit en dat deze is voltooid op 31 december 1998. Dat betekent dat de vordering van eiseres tot nakoming is verjaard, zodat zij niet-ontvankelijk is in haar vordering, die daarom moet worden afge
De wet stelt voor de aanvang van de verjaring in art. 3:310 BW de eisen van bekendheid met de schade en de aansprakelijke persoon. Het begrip "bekendheid" moet feitelijk en niet juridisch worden ingevuld. De wet stelt niet tevens de eis van bekendheid met de onrechtmatigheid (HR
vordering inmiddels meerderjarig kind tegen bank wegens overboekingen verricht door vader toen kind reeds meerderjarig was, afgewezen omdat vordering is verjaard. Artikel 73 overgangswet, artikel 3:310 BW. Verjaringstermijn vangt aan op moment van kennis van de overboekingen. Ber
4 maart 2005 Eerste Kamer Nr. C03/257HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens, t e g e n 1. [Verweerster 1], wonende te [woonplaats], 2. [Verweerder 2], wonende te [woonplaats], 3
Ingevolge artikel 5:35 Awb verjaart de bevoegdheid tot invordering van verbeurde dwangsommen door verloop van zes maanden na de dag waarop zij zijn verbeurd, met dien verstande dat de verjaring wordt geschorst door ieder wettelijk beletsel voor invordering van de dwangsom. Deze ‘
Het reconventionele geschil in eerste aanleg heeft zich geconcentreerd op de vraag of de vrouw de bij het vonnis in kort geding van 29 december 2000 opgelegde dwangsom van f 1.000,- per dag, met een maximum van f 50.000,-, heeft verbeurd, welke dwangsom was verbonden aan haar ver
De vordering van de ABN AMRO Bank op (onder meer) [appellant] tot terugbetaling van de ter beschikking gestelde gelden en betaling van renten uit hoofde van de privé-rekening verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de vordering opeisb
Geen verjaring, Overgangswet Nieuw BW art 73 en 73a; stuiting art 3:318.
Het hof stelt voorop dat de stelling van [appellant] dat onderhandelingen (na een voorafgaande aansprakelijkheidstelling) op zichzelf de verjaring kunnen stuiten, niet als juist kan worden aanvaard (HR 1 februari 2002, NJ 2002, 195). Het is echter niet uitgesloten dat het onder o