WWZ. Ernstig verwijtbaar handelen van werkgever en/of werknemer niet vast te stellen. Wettelijke vakantiedagen vervallen of verjaard? Art. 7:640a BW. Max Planck-arrest HvJEU. Zorg- en informatieverplichting werkgever. Buiten toepassing laten art. 7:642 BW.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:318 BW
Genoemd in 307 uitspraken · Officiële wettekst
307 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Internationaal wegvervoer. Verjaring art. 32 lid 1 CMR. Na schorsing verjaring (art. 32 lid 2 CMR) nog schorsing of stuiting naar nationaal recht mogelijk (art. 32 lid 3 CMR)? Verhouding tussen eenvormig recht en nationaal recht. Strekking CMR en korte verjaringstermijn. Kwalific
Vermogensrecht. Geen verkrijgende verjaring van strook grond ex art. 3:105 BW. Hof had moeten onderkennen dat na de erkenning in de zin van art. 3:318 BW, waardoor de verjaring werd gestuit, op de voet van art. 3:319 BW een nieuwe verjaringstermijn van vijf jaren aanving. In dit
Verjaring schadevordering van werknemer op werkgever. Stuiting van de verjaring door erkenning van aansprakelijkheid (art. 3:318 BW). Verzekeraar van werkgever erkent aansprakelijkheid en wikkelt schade gedeeltelijk af. Is vordering voor het overige nadien verjaard? Voorschotbeta
Terugbetaling geldlening. Artt. 3:318 BW en 2019 oud BW. Verjaring rechtsgeldig gestuit, erkenning van de schuld door handelen van de schuldenaar, te weten gedeeltelijk aflossen van de schuld.
Huwelijksvermogensrecht. Verjaringstermijn vergoedingsrecht: is de twintigjarige verjaringstermijn van art. 3:306 BW of de vijfjaarstermijn van art. 3:307 BW van toepassing?; schending grenzen rechtsstrijd;
Beroepsaansprakelijkheid van advocaat. Verzuim om verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van rechterlijke uitspraak (art. 3:324 BW) te stuiten? Rechtsgevolg van stuiting door daad van tenuitvoerlegging in de zin van art. 3:325 lid 2, onder c, BW: nieuwe verjaringsterm
Contractenrecht. Uitleg overeenkomst, opgaan eerdere overeenkomst in latere overeenkomst. Erkenning vordering; nakoming door derde; toerekening aan de schuldenaar.
Verbintenissenrecht. Kredietovereenkomst. Verjaringsverweer; art. 3:307 lid 1 BW. Materiële rechtsverhouding verandert niet door veroordelend vonnis met betrekking tot een deel van de vordering. Andere verjaringstermijn art. 3:324 BW doet daaraan niet af. Feitelijk oordeel hof da
Beroepsaansprakelijkheid advocaat. Laten verlopen verjaringstermijn dwangsommen. Cliënt niet geïnformeerd over korte verjaringstermijn. Hypothetische verhaalsmogelijkheden.
Verdeling nalatenschap. Vraag of de schuld uit hoofde van een lening van één van de kinderen aan de nalatenschap al dan niet is verjaard. Het hof acht het beroep op verjaring gelet op alle feiten en omstandigheden van het geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaa
Procesrecht. Vernietiging meerpartijenovereenkomst. Verjaring. Is verjaring gestuit door mediation? Wet implementatie richtlijn nr. 2008/52/EG betreffende bepaalde aspecten van bemiddeling/mediation in burgerlijke en handelszaken; ambtshalve toepassing (art. 25 Rv). Niet-ontvanke
Verbintenissenrecht; verjaring. Vordering op rechtspersoon die na faillietverklaring door insolventie is ontbonden en vervolgens is opgehouden te bestaan (art. 2:19 lid 1, onder c, en lid 6 BW), terwijl de mogelijkheid bestaat dat de vereffening in faillissement wordt heropend (a
Caribische zaak. Invordering aanslag winstbelasting. Vordering tot verklaring voor recht dat het invorderingsrecht is verjaard. Heeft verlening van uitstel van betaling naar het tot juni 2014 geldende recht stuitende werking? (Art. 13 (oud) Landsverordening invordering directe be
Borgtocht aangegaan in de normale uitoefening van het bedrijf. Is de vordering op de hoofdschuldenaar verjaard en de borgtocht ingevolge artikel 7:853 BW teniet gegaan. Aanhouding van de zaak in verband arrest Hof Den Haag van 29 september 2015 (ECLI: NL:GHDHA:2015:2525, JOR 2016
Ex-bestuurders schoonmaakbedrijven aansprakelijk voor niet betaalde pensioenafdrachten op grond van Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000. Vorderingen op twee gedaagden verjaard. Derde ex-bestuurder (van een andere vennootschap) wel gehouden tot betaling.
Verbintenissenrecht. Overeenkomstenrecht. Stuiting verjaring rechtsvordering tot ontbinding, art. 3:317 BW. Volstaat schriftelijke mededeling met ondubbelzinnig voorbehoud recht? Betekenis HR 11 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD4919.
Pensioenrecht. Uitleg hoofdzakelijkheidscriterium verplichtstellingsbesluit bedrijfstakpensioenfonds. Verjaring. Moment opeisbaar worden premievordering (art 3:308 BW). Vervolg op HR 9 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:527 (Booking.com).
Ruimte voor ruimte – overeenkomst. Uitleg overeenkomst. Verjaring vordering. Schending klachtplicht. Voldoening aan de overeenkomst.
Kostenveroordeling
Vordering tot terugbetaling van een geldlening. Geen verjaring. Sprake van meerdere rechtsgeldige stuitingshandelingen. Vordering toegewezen.
Aansprakelijkheid notaris. Toerekenbare tekortkoming. Een in 1992 gepasseerde akte van huwelijkse voorwaarden is niet ingeschreven in het huwelijksgoederenregister. Vraag of de vordering verjaard is. Artikel 3:310 lid 1 BW; twintigjaarstermijn. Aanvangsmoment van die termijn: zes
Art. 81 lid 1 RO. Overheidsaansprakelijkheid. Identiteitsfraude. Schending art. 8 EVRM. Verjaring vordering tot schadevergoeding. Art. 3:310 BW.
Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Verjaring. Procesrecht. Overeenkomst totstandbrenging onroerendgoedproject. Tekortkoming in de nakoming van een toezegging tot aanbieding van een soortgelijk project? Opeisbaarheid. Art. 3:307 lid 1 of lid 2 BW? Gedekt verweer in appel?
Verjaring schadevordering van werknemer op werkgever. Stuiting van de verjaring door erkenning van aansprakelijkheid (art. 3:318 BW). Verzekeraar van werkgever erkent aansprakelijkheid en wikkelt schade gedeeltelijk af. Is vordering voor het overige nadien verjaard? Voorschotbeta