Erfdienstbaarheid. Verkrijgende verjaring van een erfdienstbaarheid. Aanvang en stuiting verjaringstermijn. Bewijsopdracht aan gebruikers van het pad.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:317 BW
Genoemd in 1.807 uitspraken · Officiële wettekst
1.807 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Erfdienstbaarheid van uitzicht, verjaring en gedeeltelijk teniet gaan erfdienstbaarheid, wijziging erfdienstbaarheid, machtiging op grond van artikel 3:299 BW. Gedaagden wonen op een perceel met een diepe achtertuin. Eisers wonen in een rijtje langs deze tuin. Op het erf van geda
Verjaring van de vordering tot het in rechte doen aanvaarden van de vernietigingsgrond dwaling, artt. 3:51 en 4:52 BW, met betrekking tot beëindigingsovereenkomst. Stuiting door aanmaning binnen zes maanden gevolgd door rechtsvordering, art. 3:317 lid 2 BW.
De rechtbank zal allereerst ingaan op de meest verstrekkende verweren van [gedaagde], het beroep op de klachtplicht en het beroep op verjaring. Ambtshalve wordt daarbij overwogen dat, gelet op de schakelbepaling van artikel 7:47 BW, op de koop van een erfpachtsrecht de bepalingen
Het geschil tussen partijen zowel in conventie als in reconventie betreft in essentie de vraag of gedaagde door (verkrijgende) verjaring de eigendom van een strook grond heeft verkregen, welke volgens het kadastrale uittreksel toebehoort aan de Gemeente. Voor het antwoord op de v
stuiting
Primair moet worden vastgesteld dat op grond van de stuitingregels geen sprake is van verjaring van de vordering van eiseres. Ingevolge artikel 7:683 lid 1 BW verjaart een vordering tot schadevergoeding uit artikel 7:681lid 1 BW na verloop van zes maanden. De brief die (pas op 5
Kennelijk onredelijk ontslag. Vordering tot schadevergoeding. Beroep op verjaring verworpen. De kantonerchter is van oordeel dat stuiting van de verjaring kan geschieden op de wijze als vermeld in artikel 3:317 lid 1 BW, nu het een vordering tot nakoming van een verbintenis in de
Aandelenlease, sprintplan, 30-70%.
Burenrecht. Vordering tot opheffing onrechtmatigheid wegens het planten van coniferen binnen twee meter van de grenslijn. Verjaringstermijn van artikel 3:306 BW vangt aan op het moment dat de bomen boven de scheidsmuur uitkomen (artikel 5:42, derde lid, BW).
Het Stadsdeel heeft eisers aangeschreven dat zij een aantal voorzieningen aan hun pand moeten (laten) verrichten op straffe van een dwangsom van EUR 450.000,=. De voorzieningen zijn niet (tijdig) getroffen en het Stadsdeel heeft een dwangbevel tot betaling van de dwangsom uitgeva
Sprintplan.
Civiel recht - Arbeidsrecht - Verjaring? - Vordering wegens kennelijk onredelijke opzegging is een rechtsvordering "tot nakoming van een verbintenis" in de zin van art. 3:317 lid 1 BW en niet "als andere rechtsvordering" in de zin van art. 3:317 lid 2 BW - Beroep op verjaring afg
* Vordering ex art. 7:681 BW niet ontvankelijk wegens verjaring * Vordering ex art. 7:658 BW direct afgewezen vanwege onvoldoende feitelijke onderbouwing
Geschil tussen de eigenaar van een strook grond en zijn buurman die de grond eerst in huur en vervolgens om niet in gebruik heeft gekregen, eigendomsverkrijging door extinctieve verjaring?, stuiting, aanvangstijdstip verjaringstermijn van rechtsvordering tot ontruiming als bedoel
18 februari 2005 Eerste Kamer Nr. C03/279HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiseres 1], gevestigd te [vestigingsplaats], 2. [Eiser 2], wonende te [woonplaats], 3. [Eiseres 3], wonende te [woonplaats], 4. [Eiseres 4], wonende te [woonplaats], 5. [Eiser 5]
Vraag of een strook grond door verkrijgende of extinctieve verjaring in eigendom is verkregen.
Verjaring is voltooid met betrekking tot bomen die binnen de wettelijke afstand van de erfgrens staan. De brief van de advocaat van eiseres heeft niet geleid tot stuiting omdat die niet binnen een half jaar nadien door een stuitingshandeling is gevolgd (art. 3:316 BW jo 3:317 lid
-