Dexia
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:317 BW
Genoemd in 1.807 uitspraken · Officiële wettekst
1.807 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
Uitleg overeenkomst (voorgenomen) koop erfpachtpercelen.
Dexia / tussenpersoon / advies / wetenschap
Beroepsaansprakelijkheid advocaat. Stuiting verjaring 3:317 BW. Betekenis HR 11 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD4919, NJ 2002/81. Werkelijk geleden schade? Reikwijdte HR 25 september 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4233, NJ 1982/255.
Verjaring van dwangsommen (art. 611g Rv). Dwangsomschuldenaar maakt executiegeschil aanhangig en voorzieningenrechter verbiedt de executie gedeeltelijk. Is voor de resterende dwangsommen vervolgens de regeling van art. 3:324 Rv van toepassing?
Onrechtmatige overheidsdaad; uitleg toestemmings-plan; gewijzigde inzichten
Artt. 6.2; 3:37; 3:307; 3:317; 3:320 en 3:321 BW Incasso van openstaande geldvordering. Correspondentie per email; onbereikbaarheid van de debiteur; beroep op verjaring ontoelaatbaar?
Eindvonnis. Erfrechtelijke zaak tussen broers en zussen.
CMR verdrag. Verkorte verjaringstermijn ook van toepassing op retouremballage.
Geschil tussen recreatiepark en gemeente. Geen gevolgen Didam-arrest voor reeds gesloten onderhandse verkoopovereenkomst onroerend goed. Verweer dat de koopovereenkomst is beëindigd met wederzijds goedvinden slaagt niet. Toewijzing nakomingsvordering.
Inhoud: vervolg van incidenteel arrest (ECLI:NL:GHAMS:2021:4176). Advocaat vordert van vader en zoon o.a. betaling van (in hoger beroep: een gedeelte van) declaraties wegens door hem voor de vader verrichte werkzaamheden in het kader van een strafzaak. In eerste aanleg had de adv
Onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld die melding van strafrechtelijke persoonsgegevens bij het fraudeloket van het Verbond van Verzekeraars kunnen rechtvaardigen. Rechtsvordering tot vergoeding van schade als gevolg van die melding is niet verjaard. Beperkte lezing stuiti
Schulden uit huurovereenkomst en geldleningsovereenkomst. Geen verjaring. Zijn mailberichten stuitingshandelingen en hebben deze schuldenaar bereikt? Geen contractovername door BV van de huurovereenkomst. Geldigheid overeenkomst gesloten terwijl schuldenaar onder bewind stond. Na
-
Tussenarrest. Werkgever mag bewijsvermoeden ontzenuwen dat partijen onvoorwaardelijk hebben afgesproken dat voor werkneemster een pensioenverzekering wordt afgesloten.
Verjaring vordering uit onrechtmatige daad ex artikel 3:310 lid 1 BW. De vrouw was al sinds 2008 ermee bekend dat zij schade zou lijden als de man geen medewerking zou verlenen aan de voltooiing van de talaq en de administratieve afhandeling hiervan in Pakistan. Bekendheid met de
Exploitatieopbrengsten film New Kids Turbo. Contractenrecht. Nakoming. Juridische splitsing. Bewijsopdracht notariële akte ex. art. 2:334n BW. Vooruitlopend op bewijslevering reeds beslissing op overige verweren. Leidt tot akteronde op tweetal onderwerpen.
Aanneming van werk. Vorderingen zijn niet verjaard. Ontbinding van de overeenkomst afgewezen omdat de tekortkoming ontbinding niet rechtvaardigt. Compensatie proceskosten.
Faillissement; Pauliana; vorderingen van curatoren ter zake van bedragen die op de derdenrekening van advocaat zijn ontvangen. Voor wie werden de gelden op de derdenrekening gehouden? Verrekeningsbevoegdheid overeengekomen? Uitzondering op artt. 6:127 BW en 53 Fw? Onvoldoende ges
Mediationbeding brengt niet met zich dat de rechtbank onbevoegd is: rechtbank blijft onverminderd bevoegd om kennis te nemen van een geschil indien zij daartoe door een van de partijen wordt opgeroepen. Eisers zijn dus ontvankelijk in de vordering. Eisers spreken gedaagden aan ui
Verzet tegen bankvorderingen en dwangschrift gegrond.
aandelenlease; tussenpersoon
EJ. Arbeid. Vordering uit hoofde van kennelijk onredelijk ontslag. Verjaringsverweer slaagt. Geen stuitingshandeling verricht.
Dexia: tussenpersoon
Aansprakelijkheid agrarisch belastingadviseur voor beroepsfout. Maatstaf. Verjaring ex artikel 3:310 met toepassing van oa HR 31 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:552 rov. 3.3.2 en 3.3.4 en HR 4 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:677 rov. 3.3.2. Heeft stuiting tijdig plaatsgevonden?