Hoofdzaak, vrijwaring en ondervrijwaring Verkooptransactie m.b.t. onroerend goed. In de hoofdzaak in conventie beroep op toerekenbare tekortkoming in nakoming van verplichtingen uit hoofde van akte van economische eigendomsoverdracht, alsmede van verplichtingen uit hoofde van ach
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:317 BW
Genoemd in 1.807 uitspraken · Officiële wettekst
1.807 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 45 · live
Verkeersongeluk waarbij auto is doorgereden.Verjaring, maar de verjaring is geldig gestuit waardoor aan inhoudelijke beoordeling wordt toegekomen. Appellant slaagt niet in bewijs dat het geen eenzijdig ongeluk is geweest.
Eiseres heeft in 2001 werkzaamheden verricht voor gedaagde. Ktr : de vordering is verjaard omdat gedaagde betwist de aanmaning – die de verjaring zou kunnen stuiten- te hebben ontvangen (zij het dat dit onder omstandigheden voor rekening van gedaagde kan komen). Eiseres heeft on
Kredietovereenkomst. Verjaring? Bewijsopdracht inzake feiten en omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat de verjaring van de vordering (steeds) tijdig is gestuit door een schriftelijke aanmaning of mededeling in de zin van artikel 3:317 lid 1 BW.
verzet dwangbevel; verjaring van bevoegdheid tot invordering dwangsommen; permanente bewoning recreatiewoning
BW art. 3:303, 3:306, 3:317, 7:317, 7:322, Ow nieuw BW art. 68a lid 1 Schriftelijke vastlegging van pachtovereenkomst. Vordering tot betaling van de pachtprijs. Overgangsrecht. Pachter vordert in conventie schriftelijke vastlegging van pachtovereenkomst met het oog op vordering
Verjaring.
Vermogensbeheer, verjaring, zorgplicht, redelijk handelend en redelijk bekwaam beleggingsadviseur, beleggingsprofiel, eigen schuld. Beoordeeld dient te worden of de bank bij de uitvoering van haar werkzaamheden heeft gehandeld zoals van een redelijk handelend en redelijk bekwaam
Wegvervoer. CMR. Verjaring vrachtvordering o.g.v. artikel 32 lid 1 aanhef en sub c CMR. De vraag of een vervoerder een retentierecht toekomt en wat de omvang daarvan is, dient uitsluitend aan de hand van artikel 1131 lid 2 BW te worden bepaald.
Tegen deze achtergrond is het hof van oordeel dat de verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW in het onderhavige geval is aangevangen op het moment van ontvangst door [geïntimeerde sub 1 en sub 2] van de dagvaarding door de curator, dus op 11 december 1997. Het hof overweegt hie
Tussen partijen bestaat onenigheid over de uitoefening van de erfdienstbaarheden. Dat heeft onder meer geleid tot een bodemprocedure voor de rechtbank Arnhem. Eisers in conventie vorderen gedaagde in conventie te verbieden het bodemvonnis te executeren ter inning van dwangsommen
Zelfs indien daarvan zou worden uitgegaan, kan [geïntimeerde], blijkens de onder 4.5 weergegeven rechtsregels en vaste jurisprudentie van de Hoge Raad in verband met art. 3:37 lid 3 BW, niet volstaan met het bewijs dat hij de brieven heeft verzonden. In het geval de herinneringen
Naar het oordeel van het hof brengt het enkele feit dat Vandijke zich, in een overigens door [appellant] aanhangig gemaakte procedure, steeds heeft verzet tegen beperking en wijziging van het concurrentiebeding nog niet met zich dat de door Vandijke genomen processtukken hebben t
Primair moet worden vastgesteld dat op grond van de stuitingregels geen sprake is van verjaring van de vordering van eiseres. Ingevolge artikel 7:683 lid 1 BW verjaart een vordering tot schadevergoeding uit artikel 7:681lid 1 BW na verloop van zes maanden. De brief die (pas op 5
Bestuurdersaansprakellijkheid faillissement. Opvolgende bestuurders. Management Buy Out.
Kennelijk onredelijk ontslag. Vordering tot schadevergoeding. Beroep op verjaring verworpen. De kantonerchter is van oordeel dat stuiting van de verjaring kan geschieden op de wijze als vermeld in artikel 3:317 lid 1 BW, nu het een vordering tot nakoming van een verbintenis in de
internationaal wegvervoer; art. 17 CMR; art. 32 CMR; schade bij lossing; aftekening vrachtbrief voor ontvangst; verjaring, art. 3:317 BW
Verdeling nalatenschap; vordering tot uitkering van een som ineens vanwege verzorging van de beide ouders is in dit geval verjaard.
Arbeidsrecht. Kennelijk onredelijk/onregelmatig ontslag; vordering tot herstel dienstbetrekking en schadevergoeding; verjaring op grond van art. 7:683 BW; stuiting; schriftelijke mededeling in art. 3:317 lid 1 BW; daaraan te stellen eisen; ondubbelzinnig voorbehoud van recht op
leidingschade; is eiser vorderingsgeechtigd; verjaring; onderzoeksplicht aannemer; informatieplicht leidingbeheerder.
Wet identificatie bij dienstverlenening (Wid) en Wet Melding ongebruikelijke transacties (Wet Mot). Het Bureau Financieel Toezicht heeft geconstateerd dat gedaagde partij zich niet heeft gehouden aan de voor haar geldende verplichtingen krachtens artikel 9 Wet Mot, te weten het
Het Stadsdeel heeft eisers aangeschreven dat zij een aantal voorzieningen aan hun pand moeten (laten) verrichten op straffe van een dwangsom van EUR 450.000,=. De voorzieningen zijn niet (tijdig) getroffen en het Stadsdeel heeft een dwangbevel tot betaling van de dwangsom uitgeva
Medische aansprakelijkheid; schadevordering voor bij een operatie opgelopen lichamelijk letsel. Bevrijdende verjaring, aanvang vijfjarige termijn art. 3:310 BW, maatstaf; onbegrijpelijk oordeel.
Huwelijkse voorwaarden, stuiting van de verjaring, rechtsverwerking, in strijd met redelijkheid en billijkheid de man te houden aan de terugbetaling van de gehele tijdens het huwelijk verschuldigde rente over geld dat de vrouw aan de man heeft geleend ten tijde van hun huwelijk.
Vordering tot terugbetaling geldlening, ingesteld door erfgenaam. Gedaagde beroept zich met succes op verjaring, nadat deze twemaal is gestuit.