Artikel 9.6 van het Landelijk procesreglement civiele dagvaardingszaken bij rechtbanken; continuatierol; verzekeringsrecht; verjaring; overgangsrecht; artikel 7:942 (oud) BW.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:317 BW
Genoemd in 1.807 uitspraken · Officiële wettekst
1.807 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 38 · live
Schuldvordering
Geïntimeerde leent in 2005 aan appellant een geldbedrag dat binnen 3 maanden zal worden terugbetaald. De afspraken zijn niet op schrift gesteld. In 2008 zet appellant op een A-4 tje de in dat jaar en begin 2009 afgeloste bedragen en betaalde rente, waarbij de betalingen door geïn
Tussenvonnis. Bewijsopdracht. De rechtbank zal eiseres opdragen om te bewijzen dat zij met gedaagde is overeengekomen dat gedaagde, naast de vergoeding die volgt uit de overeenkomst, 2% van het aanvankelijk aangeboden bedrag zou voldoen.
dienstverband bij consulaat Marokko, immuniteit van rechtsmacht, verjaring
Is de werknemer gebonden aan de door (de rechtsvoorganger van) de werkgever doorgevoerde eenzijdige wijziging? Goed werkgeverschap art. 7:611 BW.
Ondernemerskrediet voor klant die Nederlandse taal niet beheerst, terwijl bij aangaan contractuele relatie met bank haar (ex)echtgenoot het woord heeft gevoerd; misbruik van omstandigheden; dwaling; wilsgebrek; opeisbaarheid; zorgplicht bank; ontvangst brieven; stuiting verjaring
Overeenkomst tot stand gekomen ook zonder handtekening, en er is ook uitvoering aan gegeven. Vordering erkend door daaraan te (laten) voldoen. Erkenning heeft stuitende werking op de verjaring. Afwikkeling bouwopdracht.
stuiting verjaring rechtsvordering, art. 3:316 BW en art. 3:317 lid 1 BW
Arbeidszaak. Arbeidsongeval. Tijdige stuiting van de verjaring. Bewijsopdracht.
Aanneming van werk. Geschil over diepteligging rioolleiding. In conventie is bij gebrek aan een voldoende concreet bewijsaanbod niet komen vast te staan dat de aannemer de leiding niet op de juiste diepte heeft aangelegd. Dat laat onverlet dat de aannemer in reconventie zal moete
Aanneming van werk. Vordering wegens gebrek in het opgeleverd werk. Verjaring is gestuit. Comparitie van de partijen.
Vordering op basis van kennelijk onredelijk ontslag. Verjaringstermijn van zes maanden. Niet tijdig gestuit waardoor vordering is verjaard.
Verjaring. Vordering uit overeenkomst van geldlening. Is art. 3:324 BW van toepassing op in executoriale vorm uitgegeven proces-verbaal van schikkingscomparitie?
Vervolg op tussenvonnis van 23 juli 2014 (ECLI:NL:RBROT:2014:6603). Tijdbevrachting binnenvaart. Voortijdige beëindiging. Verjaring. Schadebegroting.
Kort geding. Vordering voorschot schadevergoeding wegens niet kunnen gebruiken domeinnamen afgewezen. Gerede kans dat de bodemrechter zal oordelen dat de vordering verjaard is.
Afwikkeling samenlevingsovereenkomst. Uitleg bepaling over verdeling waardevermeerdering/waardevermindering woning tijdens samenwoning.
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Collectieve actie effectenlease-overeenkomst, art. 3:305a BW. Geldt stuitende werking ook voor bevoegdheid tot buitengerechtelijke vernietiging ex art. 1:89 BW? Zesmaandentermijn van art. 3:316 lid 2 BW.
Geldleningsovereenkomst via Boober.
Geslaagd beroep op verjaring. Volgt afwijzing vorderingen.
Vordering tot betaling van VvE-bijdragen. Beroep op verjaring slaagt niet, want de verjaring is gestuit. Beroep op verrekening slaagt evenmin, want in gegeven omstandigheden onredelijk om te verrekenen.
Weigering huurovereenkomst te sluiten i.v.m. onbetaald gebleven oude huurschuld van bedrijfsruimte. Geen rechtsverwerking of verjaring.
Effectenleaseovereenkomst. Verjaring beroep ex artikel 1:88 BW en beroep op artikel 3:217 lid 2 BW. Aegon toegelaten tot bewijslevering.
achterstallige VvE-bijdragen; verjaring, opschorten, verrekenen met schadenota's
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige overheidsdaad. Verjaring, art. 3:310 lid 1 BW. Stuiting.