Verzekeringsrecht. Brandverzekering. Is vordering tegen verzekeraar verjaard? Art. 7:942 (oud) BW; aanvang van nieuwe verjaringstermijn na tweede of volgende aanspraak op uitkering (na een eerste afwijzing door de verzekeraar). Wetsgeschiedenis; strekking; systeem van de wet.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:316 BW
Genoemd in 701 uitspraken · Officiële wettekst
701 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 22 · live
stuiting verjaring rechtsvordering, art. 3:316 BW en art. 3:317 lid 1 BW
Verjaring. Vordering uit overeenkomst van geldlening. Is art. 3:324 BW van toepassing op in executoriale vorm uitgegeven proces-verbaal van schikkingscomparitie?
Effectenlease. De kantonrechter verwijst de zaak naar de rolzitting van dinsdag 27 oktober 2015 te 09.30 uur.
Kort geding. Vordering voorschot schadevergoeding wegens niet kunnen gebruiken domeinnamen afgewezen. Gerede kans dat de bodemrechter zal oordelen dat de vordering verjaard is.
Effectenlease. Vernietigingsmogelijkheid echtgenoot ex artikel 1:89 BW verjaard? Heeft het aanhangig maken van een collectieve actie door Stichting Eegalease de verjaring van de vernietigingsmogelijkheid gestuit? Hof houdt beslissing aan in afwachting van de antwoorden van de Hog
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Collectieve actie effectenlease-overeenkomst, art. 3:305a BW. Geldt stuitende werking ook voor bevoegdheid tot buitengerechtelijke vernietiging ex art. 1:89 BW? Zesmaandentermijn van art. 3:316 lid 2 BW.
Verjaring vordering tot betaling van een suppletie op loon. Uitleg CAO bepaling. Aanbod toepassing compensatieregeling overeenkomstig de CAO. Onderscheid tussen voltijd en deeltijd werknemers.
Notaris, tussenpersoon en kredietverstrekker hebben hun zorgplicht niet geschonden jegens de koper die een lidmaatschapsrecht heeft gekocht van de woonvereniging dat de koper het recht geeft op het exclusieve gebruik van een woonstudio. Bestuurder koopstudio vennootschap niet aan
Verjaring; stuiting
effectenlease – waiverzaak – vernietiging door eega – verjaring vernietigingsbevoegdheid – stuitende werking collectieve actie Eegalease – aanhouding ex art. 392 lid 6 Rv. Aanhouding voor de beantwoording door de Hoge Raad van prejudiciële vragen gesteld door het hof Amsterdam ov
Dexia-zaak. effectenlease-overeenkomsten. wetenschap van echtgenote. ongeloofwaardige verklaring.
-
Verdeling huwelijksgoederengemeeschap. Eenmanszaak man. Vrouw door ontbinding aansprakelijk voor schulden van de eenmanszaak jegens schuldeisers (artikel 1:102 BW oud.). Vrouw op grond van de redelijkheid en billijkheid in de interne verhouding jegens de man niet draagplichtig.
Vervolg op Rb. Amsterdam 26 juni 2013 (ECLI:NL:RBAMS:2013:4617), Rb. Amsterdam 18 september 2013 (ECLI:NL:RBAMS:2013:5910) en HR 28 maart 2014 (ECLI:NL:HR:2014:766). De rechtbank beantwoordt de resterende ‘voorvragen’.
Bestuursrechtelijke geldschuld; last onder dwangsom; verjaring van verbeurde dwangsommen (art. 5:35 Awb). Stuiting van verjaring (art. 4:105 Awb en 4:106 Awb); aanmaning en invorderingsbeschikking door bestuursorgaan (art. 4:112 en 5:37 lid 1 Awb). ABRvS 24 december 2013, ECLI:NL
verzoek ex artikel 2:15 lid lid 3 sub b BW. Orgaanbegrip in het rechtspersonenrecht
Intellectuele Eigendom; schadestaatprocedure na vaststelling auteursrechtinbreuk. voldoende belang als bedoeld in artikel 3:303 BW aangenomen, bij slechts vorderen van verklaringen voor recht in schadestaatprocedure.
Vordering tot betaling van schade als gevolg van diefstal tijdens vervoer over de weg. De aansprakelijkstelling van de vervoerder heeft de verjaring geschorst. Na afwijzing liep verjaring weer door. Vervolgens is binnen de verjaringstermijn gedagvaard. De dagvaarding stuitte de v
Verjaring en rechtsverwerking. Een op de rol doorgehaalde zaak wordt meer dan tien jaar later weer opgebracht door de eisende partij. Gedaagde vordert in een incident dat de vordering zonder verder inhoudelijk voortprocederen wordt afgewezen op grond van verjaring althans rechtsv
Kantonrechter legt, op vordering van werknemer, eiser, in voorlopige voorziening de werkgever een wedertewerkstellingsverplichting op, dit op verbeurte van een dwangsom. Vraag of deze dwangsom inmiddels is verbeurd. Verjaring, ziekte werknemer, mediation.
Koop. Procesrecht. Vervolg op HR 3 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO0183. Verzuim; beroep op ‘een voor de voldoening bepaalde termijn’, art. 6:83, onder a, BW; maatstaf HR 4 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4357, NJ 2003/257. Devolutieve werking hoger beroep. Inroepen stellingen e
Financiële afwikkeling ontbonden vennootschap. Aanspraken aandeelhouder. Heeft vereffenaar onrechtmatig gehandeld? Nadere aktewisseling ten aanzien van verjaring en hoogte reconventionele vordering.
Advies mbt bestrijdingsmiddel; toepasselijkheid algemene voorwaarden; exoneratiebeding; verjaring; klachtplicht
Bestuurdersaansprakelijkheid. Beroep op verjaring, art. 3:310 lid 1 BW. Tijdstip waarop verjaringstermijn is gaan lopen; maatstaf. Bekendheid met gedragingen bestuurder die later oorzaak van de schade blijken te zijn. Stuiting van de verjaring door eis in rechte, art. 3:316 lid 2