Dexia-zaak. Vernietiging door echtgenoot ex 1:88 BW. Geen verjaring.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:316 BW
Genoemd in 701 uitspraken · Officiële wettekst
701 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 10 · live
Bouwrecht. Verzakking en beschadiging pand als gevolg van sloop buurpand. Ontvankelijkheid in hoger beroep. Verjaring vordering tot vergoeding van schade na meerdere mislukte gerechtelijke procedures. Toerekening van de uitgebrachte dagvaarding aan de Stichting die nu eiseres is.
Effectenleasezaak. Vernietiging door echtgenote.
Effectenlease-overeenkomst. Geldt voor het Dexia Aanbod het toestemmingsvereiste van art. 1:88 BW? Belang bij antwoord op die vraag? Verjaring van de vordering tot vernietiging van de effectenleaseovereenkomst; beroep op stuiting van de verjaring door een collectieve actie, indie
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige overheidsdaad. Verjaring. Schade door onjuiste informatie van gemeente. Aanvangstermijn verjaring. Beïnvloed door uitkomst kort geding? Afhankelijk van voltooiing bestuursrechtelijke procedure?
erfrecht; verjaring geldlening; voor inkorting vatbare gift?
Verordening (EEG) Nr. 1101/89; Wet structurele sanering binnenvaart; incassering door Staat van speciale bijdrage, opgelegd wegens ingebruikname (vergroot) schip. Formele rechtskracht. Verjaring. Stuiting. Wettelijke rente.
Vordering curator verjaard. Geen stuiting o.g.v. artikel 3:317 BW of artikel 3:316 BW. Het beroep op verjaring is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid in de gegeven omstandigheden niet onaanvaardbaar.
Art. 81 lid 1 RO. Beroepsaansprakelijkheid opeenvolgende advocaten.
Verjaring. Vordering uit overeenkomst van geldlening. Is art. 3:324 BW van toepassing op in executoriale vorm uitgegeven proces-verbaal van schikkingscomparitie?
Effectenlease. De kantonrechter verwijst de zaak naar de rolzitting van dinsdag 27 oktober 2015 te 09.30 uur.
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Collectieve actie effectenlease-overeenkomst, art. 3:305a BW. Geldt stuitende werking ook voor bevoegdheid tot buitengerechtelijke vernietiging ex art. 1:89 BW? Zesmaandentermijn van art. 3:316 lid 2 BW.
Verjaring; stuiting
effectenlease – waiverzaak – vernietiging door eega – verjaring vernietigingsbevoegdheid – stuitende werking collectieve actie Eegalease – aanhouding ex art. 392 lid 6 Rv. Aanhouding voor de beantwoording door de Hoge Raad van prejudiciële vragen gesteld door het hof Amsterdam ov
Vordering tot betaling van schade als gevolg van diefstal tijdens vervoer over de weg. De aansprakelijkstelling van de vervoerder heeft de verjaring geschorst. Na afwijzing liep verjaring weer door. Vervolgens is binnen de verjaringstermijn gedagvaard. De dagvaarding stuitte de v
Verjaring en rechtsverwerking. Een op de rol doorgehaalde zaak wordt meer dan tien jaar later weer opgebracht door de eisende partij. Gedaagde vordert in een incident dat de vordering zonder verder inhoudelijk voortprocederen wordt afgewezen op grond van verjaring althans rechtsv
Bestuurdersaansprakelijkheid. Beroep op verjaring, art. 3:310 lid 1 BW. Tijdstip waarop verjaringstermijn is gaan lopen; maatstaf. Bekendheid met gedragingen bestuurder die later oorzaak van de schade blijken te zijn. Stuiting van de verjaring door eis in rechte, art. 3:316 lid 2
Tussenvonnis. Oordeel over verjaring. Uitleg van artikelen 3:116 en 3:117 BW met verwijzing naar Hoge Raad 8 februari 2013 (LJN: BX7846). De rechtbank verwerpt het verjaringsverweer.
Tekortschieten financiële dienstverlening Bank, gebrekkig advies, schadevordering. Klachtplicht art. 6:89 BW, tijdigheid klacht, relevante omstandigheden. Stuiting verjaring, art. 3:317 lid 1 BW; stuitende werking door daad van rechtsvervolging, art. 3:316. Causaal verband tusse
Geschil over de vraag of de Staat (het OM) onrechtmatig heeft gehandeld in verband met (i) het strafrechtelijk optreden jegens eisers en (ii) het aangaan van een vaststellingsovereenkomst. De rechtbank is van oordeel dat de vorderingen van eisers deels zijn verjaard. voor de over
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige overheidsdaad. Vordering tot schadevergoeding in verband met toepassing strafvorderlijke dwangmiddelen en strafvervolging. Beroep op verjaring; art. 3:310 lid 1 BW.
verjaring rechtsvordering; stuiting binnen de in artikel 3:316 lid 2 bedoelde termijn. Wanneer kracht van gewijde indien cassatiedagvaarding niet is aangebracht?
Bij verstekvonnis is voor recht verklaard dat gedaagde (partij B) volledig aansprakelijk is voor de gevolgen van het door hem jegens eiser (partij A) gepleegde geweldsmisdrijf en is gedaagde veroordeeld tot betaling van schadevergoeding. Partij B beroept zich in verzet op verjari
Vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag. Gevolgencriterium. Stuiting van de verjaringstermijn van artikel 7:683 BW door instelling van een nieuwe vordering binnen zes maanden nadat de eerste vordering niet tot toewijzing heeft geleid (artikel 3:316 lid 2 BW) ."Piercing the
Verjaring vordering bank en faillissement van de klant.