Verschillende vorderingen met betrekking tot beëindiging zakelijke samenwerking tussen golfprofessional en exploitant golfbaan.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:316 BW
Genoemd in 701 uitspraken · Officiële wettekst
701 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 13 · live
Consumentenkoop, verjaring vordering uit met koopovereenkomst samenhangende kredietovereenkomst. Verjaringstermijn van art. 7:28 BW mogelijk van toepassing; omstandigheden van het geval.
verjaring rechtsvordering; stuiting binnen de in artikel 3:316 lid 2 bedoelde termijn. Wanneer kracht van gewijde indien cassatiedagvaarding niet is aangebracht?
Art. 81 RO. Koop. Beroep op non-conformiteit. Kennisgeving binnen bekwame tijd? Art. 7:17, 23 BW.
De vraag of de bevoegdheid van de gemeente tot invordering van dwangsommen is verjaard o.g.v. art. 5:35 lid 1 Alg. wet bestuursrecht (Awb) kan in het midden blijven, nu partijen inmiddels een regeling hebben getroffen m.b.t. de betaling van de verbeurde dwangsomen. Op deze overee
Verjaring vordering, stuitende werking van indienen vordering bij curator in faillissement vervallen omdat niet binnen 6 maanden na opheffen faillissement een nieuwe eis is ingesteld Artikel 3:316 tweede lid BW.
Verjaring. Schadevergoeding na mishandeling. Twee conclusie regel.
Verjaring. Vereisten voor stuiting verjaring; vraag of processtukken in eerdere procedure mogelijk een mededeling in de zin van art. 3:317 lid 1 BW bevatten; vervolg van HR 4 april 2003, nr. C01/221, LJN AF3077. (art. 81 RO).
Samenhang met HR 24 december 2010, nr. 09/04673. Invorderingszaak (art. 36 Iw 1990). Verhaal fiscus op bestuurder. Beroep op vernietiging van door bestuurder in privé verrichte rechtshandelingen met oogmerk verhaalsmogelijkheden te verminderen; art. 36 lid 8 Iw 1990. Aanvang verj
Koop. Vordering tot betaling koopprijs. Stuiting verjaring ex art. 3:316 BW? Hof had niet zonder nadere motivering mogen voorbijgaan aan essentiële stelling verkoopster dat verjaring is gestuit door eerdere “van haar zijde” jegens koopster geïnitieerde procedure (HR 2 maart 2001
Verjaring (voormalige) faillissementsvordering. 1. Ter verificatie ingediende vordering is slechts op voet van art. 3:316 lid 1 BW gestuit indien binnen zes maanden na het in kracht van gewijsde gaan van de beschikking tot opheffing van het faillissement wegens de toestand van de
Kennelijk onredelijk ontslag. Verjaringstermijn van zes maanden. Heeft de juridische gemachtigde van de ontslagen werknemer de verjaring van de vordering ondubbelzinnig gestuit in haar brief aan de werkgever? Heeft de voormalige juridische gemachtigde van de werkgever dat beter b
Een vordering van appellant tot het betalen van schadevergoeding wegens onrechtmatig beslag; de vordering is afgewezen vanwege verjaring van die vordering.
Procedure van Stichting Volendam alsmede vele individuele beleggers tegen Fortis Bank, [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3]. Gedaagden sub 2 en 3 hebben in 1996 onder de naam ‘Safe Haven’ bij Fortis Bank een bankrekening geopend en deze gebruikt om gelden van derden te beleggen.
Betreft vordering van SSC. Appellant betoogt dat de eilandsraad niet heeft besloten de overeenkomst van lastgeving en volmacht aan te gaan of de gezaghebber daartoe te machtigen, de overeenkomst zou daarom in strijd zijn met dwingendrechtelijke bepalingen. Dit betoog faalt. Hof o
Degene die een procedure start omdat hij betaling van een factuur wil, moet alle argumenten daarvoor aan de rechter voorleggen in de dagvaarding. In geval van consumentenkoop kan betaling niet meer worden gevorderd als de klant twee jaren lang niets van de schuldeiser heeft verno
Heeft het Regionaal Politiekorps Utrecht onrechtmatig jegens appellant gehandeld door onvoldoende opsporingshandelingen na zijn aangiften van strafbare feiten te verrichten? Relativiteit (6:163 BW)
Kettingbotsing. Aansprakelijkheid voor gebrek aan voertuig?
Vermogensbeheer, verjaring, zorgplicht, redelijk handelend en redelijk bekwaam beleggingsadviseur, beleggingsprofiel, eigen schuld. Beoordeeld dient te worden of de bank bij de uitvoering van haar werkzaamheden heeft gehandeld zoals van een redelijk handelend en redelijk bekwaam
Onrechtmatige overheidsdaad; superheffing; EVRM.
Arbeidsrecht. Kennelijk onredelijk/onregelmatig ontslag; vordering tot herstel dienstbetrekking en schadevergoeding; verjaring op grond van art. 7:683 BW; stuiting; schriftelijke mededeling in art. 3:317 lid 1 BW; daaraan te stellen eisen; ondubbelzinnig voorbehoud van recht op
leidingschade; is eiser vorderingsgeechtigd; verjaring; onderzoeksplicht aannemer; informatieplicht leidingbeheerder.
Sprintplan.
Het hof is van oordeel dat [geïntimeerde] geen beroep op artikel 3:86 lid 3 BW toekomt, nu [geïntimeerde] de hoogwerker niet binnen de in dat artikel gestelde termijn van drie jaar als zijn eigendom heeft opgeëist en niet is gebleken dat [geïntimeerde] deze termijn tijdig heeft g
toepasselijkheid CAO na overgang van onderneming, nawerking, verjaring, rechtsverwerking en "ne bis in idem" ivm schikking