Vonnis in hoofdzaak en in vrijwaring. De vordering in de hoofdzaak uit hoofde van een door de bank opgezegde kredietovereenkomst wordt toegewezen. Er is geen sprake van een schending van de zorgplicht door de bank. De bank heeft een (relatief) beperkte zorgplicht nu gedaagde een
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:316 BW
Genoemd in 701 uitspraken · Officiële wettekst
701 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 12 · live
Executiegeschil. Geen verjaring dwangsommen. Minnelijke regeling na eerder kortgedingvonnis vervallen. Nieuwe dwangsommen voor oorspronkelijke veroordeling.
Vonnis in verzet; vordering uit hoofde van onrechtmatige daad en onverschuldigde betaling is verjaard (art. 3:310 BW). Dagvaarding is ten onrechte openbaar betekend en wordt nietig verklaard, zodat de verjaring daarmee niet is gestuit. Geen stuitingshandelingen gesteld.
dienstverband bij consulaat Marokko, immuniteit van rechtsmacht, verjaring
Kort geding. Vordering voorschot schadevergoeding wegens niet kunnen gebruiken domeinnamen afgewezen. Gerede kans dat de bodemrechter zal oordelen dat de vordering verjaard is.
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Collectieve actie effectenlease-overeenkomst, art. 3:305a BW. Geldt stuitende werking ook voor bevoegdheid tot buitengerechtelijke vernietiging ex art. 1:89 BW? Zesmaandentermijn van art. 3:316 lid 2 BW.
Notaris, tussenpersoon en kredietverstrekker hebben hun zorgplicht niet geschonden jegens de koper die een lidmaatschapsrecht heeft gekocht van de woonvereniging dat de koper het recht geeft op het exclusieve gebruik van een woonstudio. Bestuurder koopstudio vennootschap niet aan
Dexia-zaak. effectenlease-overeenkomsten. wetenschap van echtgenote. ongeloofwaardige verklaring.
Verdeling huwelijksgoederengemeeschap. Eenmanszaak man. Vrouw door ontbinding aansprakelijk voor schulden van de eenmanszaak jegens schuldeisers (artikel 1:102 BW oud.). Vrouw op grond van de redelijkheid en billijkheid in de interne verhouding jegens de man niet draagplichtig.
Vervolg op Rb. Amsterdam 26 juni 2013 (ECLI:NL:RBAMS:2013:4617), Rb. Amsterdam 18 september 2013 (ECLI:NL:RBAMS:2013:5910) en HR 28 maart 2014 (ECLI:NL:HR:2014:766). De rechtbank beantwoordt de resterende ‘voorvragen’.
Bestuursrechtelijke geldschuld; last onder dwangsom; verjaring van verbeurde dwangsommen (art. 5:35 Awb). Stuiting van verjaring (art. 4:105 Awb en 4:106 Awb); aanmaning en invorderingsbeschikking door bestuursorgaan (art. 4:112 en 5:37 lid 1 Awb). ABRvS 24 december 2013, ECLI:NL
Verjaring en rechtsverwerking. Een op de rol doorgehaalde zaak wordt meer dan tien jaar later weer opgebracht door de eisende partij. Gedaagde vordert in een incident dat de vordering zonder verder inhoudelijk voortprocederen wordt afgewezen op grond van verjaring althans rechtsv
Koop. Procesrecht. Vervolg op HR 3 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO0183. Verzuim; beroep op ‘een voor de voldoening bepaalde termijn’, art. 6:83, onder a, BW; maatstaf HR 4 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4357, NJ 2003/257. Devolutieve werking hoger beroep. Inroepen stellingen e
Bestuurdersaansprakelijkheid. Beroep op verjaring, art. 3:310 lid 1 BW. Tijdstip waarop verjaringstermijn is gaan lopen; maatstaf. Bekendheid met gedragingen bestuurder die later oorzaak van de schade blijken te zijn. Stuiting van de verjaring door eis in rechte, art. 3:316 lid 2
Broekhuis Harderwijk legt het volgende aan de schadevordering ten grondslag. Tussen Broekhuis Holding en Hazelaar is een overeenkomst van aanneming van werk tot stand gekomen, op grond waarvan Hazelaar saneringswerkzaamheden heeft uitgevoerd. Hazelaar is toerekenbaar tekortgescho
Vordering wegens gesteld kennekelijk onredelijk ontslag. Verjaringstermijn is niet gestuit door een opgesteld nietig ontslag gegronde gevorderde voorlopige voorziening tot doorbetaling van loon. Beroep op verjaring niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardba
Prejudiciële vraag. Collectieve actie. Stuiting verjaring. Art. 3:317 lid 1 BW. Kan een rechtspersoon, bedoeld in art. 3:305a BW, de verjaring stuiten van rechtsvorderingen van personen wier belangen hij behartigt? Strekking collectieve actie. HR 26 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010
Collectieve actie 3::305a BW; Verjaring; Stuiting; Voldoende belang 3:303 BW. Heeft de VEB na verjaring van de vorderingen van de individuele aandeelhouders LCI nog voldoende belang bij de door haar gevorderde verklaringen voor recht? De VEB beoogt met de op de voet van artikel 3
Expeditie-overeenkomst. Tegenvordering tot betalen schadevergoeding verjaard op grond van Fenex-voorwaarden. Verjaring staat niet in de weg aan beroep op verrekening. Aansprakelijkheid van expediteur voor schade aan vervoerde goederen niet eenvoudig vast te stellen, zodat het ber
Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 BW. Onbehoorlijk bestuur? Lening (aanwending vreemd vermogen) met oog op nemen of verkrijgen aandelen in strijd met art. 2:207c lid 2 BW, onder meer in verband met hoogte uitkeerbare reserves? Stelplicht en bewijslast kennelijk onbehoorlij
Sleepbergingsbedrijf; overeenkomst; hulploon; verjaring.
Beklag, beslag. Opeisen eigendom binnen termijn ex art. 3:86.3 BW door verzekeringsmaatschappij. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010/654 m.b.t. de toepasselijke maatstaf. De Rb heeft de juiste maatstaf toegepast. Het oordeel van de Rb dat het vereiste dat de verzekeringsm
Burenzaak. Geen recht op onbeperkte toetreding van zonlicht. Bomen dienen bovendien ook het algemeen belang, hetgeen wordt onderstreept het het vereiste van een kapvergunning. Eiser heeft zelf ook hoge bomen in zijn tuin.
Tussenvonnis. Oordeel over verjaring. Uitleg van artikelen 3:116 en 3:117 BW met verwijzing naar Hoge Raad 8 februari 2013 (LJN: BX7846). De rechtbank verwerpt het verjaringsverweer.
Effectenlease. Echtgenote heeft niet ingestemd met Dexia aanbod. Opt-outverklaring afgelegd. Echtgenote heeft tijdig nietigheid van leaseovereenkomst ingeroepen. Echtgenoot heeft als lasthebber van echtgenote geprocedeerd. Met renteloze lening heeft echtgenoot de restschuld volda