Geschil over de vraag of gebruik van de grond door de (rechtsvoorgangers van) partij Y vanaf 23 april 1979 al dan niet kwalificeert als houderschap uit erfpacht, zoals dat het geval was ten aanzien van twee percelen tot 2006, de datum waarop partij Y de bloot eigendom van die twe
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:314 BW
Genoemd in 469 uitspraken · Officiële wettekst
469 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 16 · live
Eiser parkeert al sinds 44 jaar met twee wielen van zijn auto op strookje grond gedaagde. Slechts sprake van gedogen. Geen verkrijgende verjaring van een recht van erfdienstbaarheid. Het onthouden van medewerking aan het verlijden van een notariële akte, die is gebaseerd op een o
Een agrariër stelt dat hij door bevrijdende verjaring ex artikel 3:105 BW en verkrijgende verjaring ex artikel 3:99 BW eigenaar is geworden van bepaalde gemeentegronden omdat hij die gronden gedurende enkele tientallen jaren heeft betrokken bij de exploitatie van de agrarische on
Woonbootbewoners in Amsterdam-Noord hebben sinds de jaren ’70 stroken oevergrond van de gemeente in gebruik als tuin. Zij vorderen verklaring voor recht dat de vorderingen van de gemeente tot opheffing van het onrechtmatige gebruik van de oever als tuin zijn verjaard én dat zij d
Erfdienstbaarheid. Verjaring. Verkrijgende verjaring. Geen misbruik van bevoegdheid. Uitvoerbaar bij voorraad verklaard, verweer daartegen slaagt niet. Artikelen 5:48 BW, 5:50 BW, 3:306 BW, 3:307 BW, 3:314 BW, 3:13 BW, 3:99 BW, 3:105 BW en 233 Rv.
geschil over erfgrens. Conventie: sprake van bevrijdende verjaring m.b.t. opheffing onrechtmatige toestand. Reconventie: geen sprake van verkrijgende verjaring, bruikleenovereenkomst.
erfgrensgeschil; verjaring naar oud en nieuw recht
Geschil over eigendom van grond; extinctieve verjaring van de revindicatie (art. 3:306/314 BW) en de daaraan gekoppelde verkrijging van art. 3:105 BW; discussie omtrent de toepasselijkheid van art. 5:54 lid 1 BW; deskundigenoordeel vereist.
executie eerder vonnis; vordering tot verwijdering; misbruik van recht?
Geschil met betrekking tot (onder meer) een glazen doolhof (kermisattractie). Huurovereenkomst levert dwingend bewijs op van eigendom (art. 157 Rv). Geen ruimte voor tegenbewijs. Geen verjaring. Doolhof moet terug. Gedaagde mag wel tegenbewijs leveren tegen de voorshands bewezen
De advocaat van appellant heeft zijn hoedanigheid van advocaat verloren, doordat hij zich heeft laten uitschrijven van het tableau. Het geding is daardoor van rechtswege geschorst en alle daarna verrichte proceshandelingen zijn nietig. Zie de artikelen 225 en 226 Rv. Het geding i
Conventie: vordering VvE. Ontvankelijkheidsverweer op basis van nietigheid van het besluit om gedaagde te dagvaarden is afgewezen. Het - in beginsel - nietige besluit is bekrachtigd in een vergadering van de VvE. Verklaring voor recht dat geen sprake is van verjaring van het excl
erfdienstbaarheid van uitzicht, beplanting, verjaring.
De Provincie heeft in 1965 aan de gemeente een ontheffing verleend met een boot ligplaats in te nemen in een provinciaal kanaal ten behoeve van de exploitatie van een VVV-kantoor. De boot is in 1980 door de gemeente overgedragen aan de VVV. De Provincie vordert thans verwijdering
Ontruiming clubgebouw voetbalvereniging, geen verkrijgende verjaring, opzegging duurovereenkomst
Beroep op verkrijging van een strook grond door bevrijdende verjaring.
burenrecht. 4 tot 5 meter hoge coniferenhaag langs erfgrens geeft substantiële zonlichtbeperking in tuin van de buren. De conventionele vordering tot verwijdering van de coniferen is verjaard, terwijl de reconventionele vordering tot terugsnoeien tot een hoogte van 1,72 meter in
Vraag is wie eigenaar is van een strook grond.
Goederenrecht. Merkenrecht. Verkrijging van merkenrechten te goeder trouw van beschikkingsonbevoegde rechtsopvolger geprivatiseerde Russische staatsonderneming? Inroeping nietigheid merkendepot (art. 14.B BMW). Depot te kwader trouw (art. 14bis BMW)? Valt gedogen aan te merken al
Burengeschil. Extinctieve verjaring (artikel 3:105 BW) met betrekking tot erfgrens tussen twee aangrenzende opritten, inbezitneming / bezitspretentie? Bomen op erfgrens (artikel 5:42 BW), plaatselijke gewoonte, verjaring rechtsvordering (artikel 3:314 BW)
eigendom pad, in akte van levering tot uitdrukking gebrachte partijbedoeling, verkrijgende verjaring, daden van bezit
Partijen verschillen van mening wie van hen eigenaar is (geworden) van het perceel. Eigenaar of houderschap? Bevrijdende verjaring versus bruikleenovereenkomst. Artt. 3:105 en 113 BW. Art. 306 BW jo. art. 73 Overgangswet Nieuw Burgerlijk Wetboek. Art. 314 BW.
Burengeschil. Bomen en struiken op kleinere afstand van de erfgrens dan bedoeld in artikel 5:42 BW hoeven niet te worden verplaatst of verwijderd, nu de redelijkheid en billijkheid daaraan in de weg staan. Een heg als erfafscheiding tot een hoogte van 2 meter wordt in het algemee
Erfdienstbaarheid. Recht van weg gevestigd bij akte. Door verjaring ex artikel 3:106 BW is de erfdienstbaarheid teniet gegaan voor zover het betreft het gebruik per motorvoertuig. Thans resteert een recht van weg te voet.
Geschil over een erfgrens en het snoeien van een boom. Uiteenzetting van de regeling van verkrijgende verjaring naar oud en nieuw recht. Inbezitname. Bewijs.