Met een beroep op verkrijging te kwader trouw door extinctieve verjaring op grond van artikel 3:105 BW en nader ook op grond van goede trouw (artikel 3:99 BW) menen eisers dat eerst hun ouders, en nu zij op grond van vererving, als eigenaar van het weitje behoren te worden bescho
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:314 BW
Genoemd in 469 uitspraken · Officiële wettekst
469 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 12 · live
Eiser in conventie vordert ontruiming van een stuk grond, dat al lange tijd in bezit is van de eigenaars van het naastgelegen pand (gedaagden en rechtsvoorgangers). In reconventie vorderen gedaagden (eisers in reconventie) dat voor recht wordt verklaard dat de rechtvordering tot
Het hof deelt de opvatting van de rechtbank dat in het onderhavige geval het overgangsrecht van toepassing is. Anders dan de rechtbank is het hof echter van oordeel dat onder oud recht het bezit van de door [appellante] geclaimde erfdienstbaarheid ook mogelijk was zonder bezitter
.
Burengeschil over erfgrens. Door gedaagde geplaatste schutting, tuinhuisje en nieuw aangebrachte bestrating liggen volgens eiser gelet op uitgevoerde kadastrale reconstructie op zijn grond. Hij vordert verwijdering en herstel in oude toestand. Vordering slechts gedeeltelijk toege
Extinctieve verjaring ex artikel 3:105 jo 3:306 BW vereist een aaneengesloten bezit van 20 jaar door de bezitter. Ingevolge artikel 3:314 lid 2 BW begint de termijn van verjaring van een rechtsvordering strekkende tot beëindiging van het bezit van een niet-rechthebbende met de aa
Artikel 3:105 BW juncto artikel 95 Overgangswet NBW. Verkrijging van erfdienstbaarheid door bevrijdende verjaring, zoals geregeld in art. 3:105 BW, kan, in verband met de verjaringstermijn van twintig jaren (art. 3:306 BW), niet voor 1 januari 2012 plaatsvinden.
Kadaster, eigendom na verjaring.
-