Onrechtmatige hinder door hoge boom in achtertuin (art 5:37 BW). Verwijdering boom gelast. (Verjarings)verweren verworpen. Ondeelbare rechtsverhouding (oproeping ex art 118 Rv gelast).
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:314 BW
Genoemd in 469 uitspraken · Officiële wettekst
469 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Vervolg op ECLI:RBGEL:2017:3084 + 3085. Burenzaak. Verwijdering bomen binnen 50 cm erfgrens. Verjaringstermijn rechtsvordering tot verwijdering gaat lopen vanaf het moment dat bomen boven de schutting zijn gaan uitgroeien. Bewijsopdracht.
Burengeschil. Uitleg erfdienstbaarheid, doorgang in erfafscheiding, onderhoud, hinder, plaatsing beveiligingscamera.
Overbouw op de grond van de buurman en riolering in de grond van de buurman. Voor de overbouw geldt dat een belangenafweging met zich brengt dat de buurman geen aanspraak heeft op afbraak van de overbouw, maar dat hij op de voet van art. 5:54 BW de overbouwde grond tegen schadelo
verkrijgende verjaring 3:99 lid 1 BW / eigendomsverkrijging door bevrijdende verjaring 3:105 lid 1 BW. Rechtsvordering tot opheffen van een onrechtmatige toestand 3:314 lid 1 BW jo 3:306 BW, echter leerstuk overhangende beplanting 5:44 BW van toepassing
Vordering jegens Liander tot verwijdering van een transformatorstation uit het pand dat in eigendom is van eiser. Toezegging van Liander tot verwijdering komt niet vast te staan. Beroep op verjaring ex artikel 3:314 lid 1 BW en 3:105 BW faalt. Beroep van Liander op artikel 5:20 l
Burenrecht. Bomen in de tuin van de buurman leveren geen onrechtmatige hinder als bedoeld in artikel 5:37 BW op. Het gaat om een groene woonwijk. Enige hinder moet geduld worden als mensen dicht bij elkaar wonen.
Eiser parkeert al sinds 44 jaar met twee wielen van zijn auto op strookje grond gedaagde. Slechts sprake van gedogen. Geen verkrijgende verjaring van een recht van erfdienstbaarheid. Het onthouden van medewerking aan het verlijden van een notariële akte, die is gebaseerd op een o
Woonbootbewoners in Amsterdam-Noord hebben sinds de jaren ’70 stroken oevergrond van de gemeente in gebruik als tuin. Zij vorderen verklaring voor recht dat de vorderingen van de gemeente tot opheffing van het onrechtmatige gebruik van de oever als tuin zijn verjaard én dat zij d
Geschil over eigendom van grond; extinctieve verjaring van de revindicatie (art. 3:306/314 BW) en de daaraan gekoppelde verkrijging van art. 3:105 BW; discussie omtrent de toepasselijkheid van art. 5:54 lid 1 BW; deskundigenoordeel vereist.
erfdienstbaarheid van uitzicht, beplanting, verjaring.
De Provincie heeft in 1965 aan de gemeente een ontheffing verleend met een boot ligplaats in te nemen in een provinciaal kanaal ten behoeve van de exploitatie van een VVV-kantoor. De boot is in 1980 door de gemeente overgedragen aan de VVV. De Provincie vordert thans verwijdering
Beroep op verkrijging van een strook grond door bevrijdende verjaring.
Erfdienstbaarheid. Recht van weg gevestigd bij akte. Door verjaring ex artikel 3:106 BW is de erfdienstbaarheid teniet gegaan voor zover het betreft het gebruik per motorvoertuig. Thans resteert een recht van weg te voet.
Vordering tot opheffing onrechtmatige toestand verjaard
Verjaring.
Verjaringskwestie.
Partijen klagen over en weer over het feit dat buren zich niet aan bouwschriften hebben gehouden. Hof wijst op de regel dat bij gelijke onrechtmatigheid de positie van gedaagde sterker is. Hof houdt iedere beslissing aan.
Erfdienstbaarheid van uitzicht, verjaring en gedeeltelijk teniet gaan erfdienstbaarheid, wijziging erfdienstbaarheid, machtiging op grond van artikel 3:299 BW. Gedaagden wonen op een perceel met een diepe achtertuin. Eisers wonen in een rijtje langs deze tuin. Op het erf van geda
Art. 3:27 BW. Art. 3:302 BW. Art. 433 Rv. Verkrijging eigendom door verjaring? Erkenning eigendom. Ontstaan erfdienstbaarheid door verjaring? Art. 3:105 BW juncto art. 3:306 BW. Ondubbelzinnig bezit.
De vordering van het Hoogheemraadschap Rijnlanden tot het verwijderen van een steiger die een particulier in water van het Hoogheemraadschap heeft, is verjaard. De aanvang van de verjaringstermijn moet worden gesteld op het moment dat de steiger zonder toestemming of ontheffing i
De Heilig Hart Kerk.
Burenrecht. Hinder van bomen. Afwijkend aanvangstijdstip van de verjaringstermijn. Aanvaarding beroep op afwijkende plaatselijke gewoonte. Geen onrechtmatige hinder.
Gemeente vordert ontruiming van een gedeelte van een perceel. Is de vordering tot opheffing van de onrechtmatige toetstand verjaard? Gedaagde heeft het eigendomsrecht erkend en daarmee is de verjaring op de voet van het bepaalde in artikel 3:318 BW gestuit. Vordering tot ontruimi
Gedaagde heeft zich beroepen op verjaring van de rechtsvordering tot opheffing van de volgens eiser onrechtmatige toestand in de zin van artikel 3:314 lid 1 BW, omdat de in 1968 geplante bomen in 1985 waren volgroeid, zodat de verjaringstermijn van twintig jaar (artikel 3:306 BW)