Verbintenissenrecht. Regresvordering op hoofdelijk medeschuldenaar verjaard? Art. 3:310 lid 1 BW van toepassing op regresvorderingen uit hoofde van art. 6:10 BW. Vijfjarige verjaringstermijn art. 3:310 lid 1 vangt niet eerder aan dan op de dag na die waarop de schadevordering ope
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:313 BW
Genoemd in 102 uitspraken · Officiële wettekst
102 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Echtscheiding. Huwelijkse voorwaarden. Geval waarin aan periodiek verrekenbeding tijdens huwelijk geen uitvoering is gegeven. Omzetting in finaal verrekenbeding (vgl. HR 6 december 2002, LJN AE9241, NJ 2005/125 en art. 1:141 BW). Uit omzetting voortvloeiende vordering ontstaat (b
-
Vermogensrecht. Nalatenschap. Afgifte legaat. Verjaring vordering tot afgifte? Art. 3:306 BW en art. 3:313 BW. Beroep op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar? Art. 6:2 lid 2 BW. Uitzonderlijk geval? HR 28 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5635.
Vordering uit onrechtmatige daad; verjaring; art. 3:310 lid 1 BW; aanvangsmoment subjectieve vijfjarige verjaringstermijn; maatstaf bekendheid met schade; onderzoeksplicht?
Schadevergoeding; verjaring. Vaststellingsovereenkomst met voorbehoud voor bepaalde toekomstige schade. Voorwaardelijke vordering? Aanvullen van rechtsgronden. Verjaring o.g.v. art. art. 3:307 lid 2 BW; aanvangsmoment. Bewijs dat voldaan is aan voorwaarde in voorbehoud, ondanks v
Toepasselijkheid art. 7:5 lid 4 BW op overeenkomst van aanneming met korte verjaringstermijn tot gevolg? Het gaat om de vervanging van een dakconstructie en het aanbrengen van een vaste trap naar de zolderverdieping. Daarbij zijn (prefab-)materialen gebruikt. Het hof is van oorde
recht van vruchtgebruik op vordering; rechtsgeldige constructie?; misbruik van recht; uitlokken van wanpretatie onrechtmatig door bijkomende omstandigheden
Art. 8 EVRM, art. 15 AVG, art. 35 UAVG Inzageverzoek persoonsgegevens; geen misbruik van recht; verstrekte overzichten voldoen niet; geen reproductie van de daadwerkelijk verwerkte persoonsgegevens.
Art. 6:203 BW; art. 6:205 BW; art. 3:309 BW; art. 3:317 BW Hoger beroep; tussenarrest; eigenaren van een vakantiewoning vorderen informatie van de parkbeheerder over in rekening gebrachte kosten en vorderen terugbetaling van kosten en van een deel van de parkbijdrage; uitleg alge
Dagvaarding is een authentieke akte als bedoeld in artikel 157 Rv. Mededeling cessie tijdens procedure leidt niet tot niet-ontvankelijkheid. Gemengde overeenkomst (art. 6:215 BW): korte verjaringstermijn van 2 jaar (art. 7:28 BW) geldt naast gekochte zaken ook voor verstrekte gel
V&D moet de volle huurprijs betalen voor het winkelpand in Hengelo (O). De kantonrechter in Enschede oordeelt in kort geding dat verhuurder Mondia Investments B.V. daar recht op heeft. Mondia deed niet mee aan de overeenkomst tussen andere verhuurders van V&D-panden en V&D om de
Uitleg overeenkomst (voorgenomen) koop erfpachtpercelen.
Legitieme portie onder het oude erfrecht. Overgangsrecht erfrecht. Goederenrechtelijke aanspraak of vorderingsrecht? Verjaring? Bepaling belastbare verkrijging door belanghebbende bij overlijden van zijn langstlevende ouder, terwijl de nalatenschap van de kortstlevende ouder onve
Art. 8 EVRM, art. 15 AVG, art. 35 UAVG Inzageverzoek persoonsgegevens, geen misbruik van recht, oud overzicht voldoet niet: subjectieve persoonsgegevens ontbreken; nieuwe overzichten voldoen wel.
Verwijzing naar (meervoudige) kamer voor kantonzaken, IPR. Eiseres vorderingsgerechtigd? Verrekening?
Verdeling. Samenlevingsovereenkomst. Peildatum waarde woning. Omvang vergoedingsrechten. Gebruiksvergoeding. Eigenaarslasten. Inboedel. Bijdrage in huishoudelijke kosten, kosten van groot onderhoud en reeds betaalde premies.
Vruchtgebruik op vorderingen tot betaling van huurpenningen; rechtsgeldigheid; gesloten stelsel van goederenrecht; vruchtgebruikobject en vruchten; inningsbevoegdheid; zaaksvervanging; misbruik van bevoegdheid; onrechtmatig profiteren van wanprestatie
Vermogensrecht. Nalatenschap. Afgifte legaat. Verjaring vordering tot afgifte? Art. 3:306 BW en art. 3:313 BW. Beroep op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar? Art. 6:2 lid 2 BW. Uitzonderlijk geval? HR 28 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5635.
Personen- en familierecht; huwelijksvermogensrecht; afwikkeling huwelijksgemeenschap; waardepeildatum woning; beroep op art. 3:178 lid 2 BW; gebruiksvergoeding; waardering van vorderingsrecht op leasemaatschappij; ontslagvergoeding.
Vordering uit ouderlijke boedelverdeling. Verjaring? Gezag van gewijsde. Zuivere aanvaarding?
Hoger beroep; rekening-courant verhouding; geen protest binnen redelijke tijd tegen het vastgestelde saldo; geen verjaring; gebondenheid van de ingevolge artikel 18 WvK hoofdelijk aansprakelijke firmant aan (de gevolgen van) de verklaring van de andere firmant
Net als rb is hof van oordeel dat vordering niet is verjaard: op grond van de in de vaststellingsovereenkomst uit 1985 opgenomen opschortende voorwaarde is twintig jaarstermijn van art. 3:307 lid 2 BW eerst gaan lopen vanaf dag dat X in 2007 bekend werd met de schade aangezien ee
Huwelijkse voorwaarden met uitsluiting pensioenverevening; Kunnen partijen in afwijking van de tussen hen geldende huwelijkse voorwaarden nadere afspraken over de pensioenverevening maken in een echtscheidingsconvenant?; verjaring; wederzijdse dwaling; misbruik van omstandigheden
Overeenkomst van borgtocht. Verjaring vordering op hoofdschuldenaar? Verlengingsgrond verjaringstermijn. Hoofdschuldenaar is een vennootschap die na het opheffen van haar faillissement niet meer bestaat. De vordering op een niet meer bestaande rechtspersoon verjaart niet, omdat b