-
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:311 BW
Genoemd in 127 uitspraken · Officiële wettekst
127 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Caribische zaak (Sint Maarten). Goederenrecht. Overheidseigendom; onroerende zaak die geen andere eigenaar heeft (art. 5:24 BWSM en art. 572 (oud) BWNA). Uitleg notariële leveringsakte. Omvang partijdebat over tijdstip inschrijving akte. Verkrijgende verjaring; bezit.
Verjaring. Bevrijdende verjaring van rechtsvordering tot nakoming. Moment aanvang verjaringstermijn; samenloop tussen art. 3:311 lid 1 BW (gedeeltelijke of anderszins gebrekkige nakoming contractuele verbintenis) en art. 3:307 BW (in het geheel niet nagekomen contractuele verbint
Vordering uit onrechtmatige daad; verjaring; art. 3:310 lid 1 BW; aanvangsmoment subjectieve vijfjarige verjaringstermijn; maatstaf bekendheid met schade; onderzoeksplicht?
Beëindiging kredietrelatie. Schending zorgplicht bank bij afsluiten renteswapovereenkomsten en nieuwe kredietovereenkomst? Aanvangsmoment verjaringstermijn art. 3:310 lid 1 BW. Toepassing van HR 9 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1603 (Belastingadvies Maltaroute). Cessie ter incasso
Renteswap. Zorgplicht bank. Dwaling. Verjaring.
Effectenlease. Waiver zaak. Verklaring voor recht toegewezen. Geen mogelijke vordering vanwege advisering Vero en/of schending artikel 41 NR 1999 en geen overtreding verbod op cold calling. Eveneens geen mogelijke vorderingen vanwege het niet aankopen van de aandelen, hanteren va
Effectenlease. Waiver zaak. Verklaring voor recht toegewezen. Vernietiging van effectenleaseovereenkomst niet tijdig ingeroepen door echtgenoot. Geen onaanvaardbaar zware last. Geen mogelijke vorderingen vanwege het niet aankopen van aandelen, hanteren van onjuiste afrekenkoersen
Effectenlease. Waiver zaak. Verklaring voor recht toegewezen. Vernietiging van effectenleaseovereenkomst niet tijdig ingeroepen door echtgenote. Geen mogelijke vordering vanwege advisering Vero en/of schending artikel 41 NR 1999 en geen overtreding verbod op cold calling. Eveneen
Overeenkomst van opdracht tussen cliënt en advocatenkantoor ter zake voeren van procedure in hoger beroep. Tekortkoming van het advocatenkantoor (niet tijdig betalen van griffierecht in hoger beroep). Buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst van opdracht, en terugbetali
Geldlening en renteswap bij verschillende banken van hetzelfde concern. Afzonderlijk te beoordelen rechtsverhoudingen. Verwerking van het recht zich te weren tegen opslagen op de rente onder de geldlening. Deels verjaring van de verwijten over de swap.
Renteswap. Vordering gegrond op dwaling over negatieve waarde verjaard, dwaling over andere punten afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing, geen zorgplichtschending, renteswap passend product en op andere punten geen schade.
artikel 6:89 BW, 6:268 BW, 3:52 lid 1 sub c BW, 3:311 lid 1 BW. verjaring, te laat geklaagd, renteswaps, bewijsopdracht.
Renteswap. Gesteld wordt dat de bank in strijd heeft gehandeld met haar wettelijke en contractuele verplichtingen om eiseressen juist en voldoende te informeren en onderzoek te doen naar de passendheid en geschiktheid van de renteswaps, en dat de bank heeft nagelaten deugdelijk a
renteswap, toerekenbare tekortkoming, dwaling, verjaring, zorgplicht
renteswap, verjaring, geen dwaling, schending zorgplicht, schade
Renteswapcontract; beroep op dwaling faalt; bank schiet tekort ivm onvoldoende voorlichting over risico van overhedge, dat zich openbaarde; ontbinding van renteswapcontract.
Verdeling ontbonden huwelijksgoederengemeenschap; verbeuren aandeel in gemeenschappelijk goed (art. 3:194 lid 2 BW); opzettelijke verzwijging; stelplicht- en bewijslast; derogerende werking redelijkheid en billijkheid; proceskostenveroordeling
Beroepsaansprakelijkheid advocaat; schade als gevolg van beroepsfout tijdens procedure; vordering van derde onherroepelijk in rechte vastgesteld. Bij de beoordeling of de door appellante gevorderde schade - die gerelateerd is aan de vordering van een derde op haar - voor vergoedi
Renteswaps. Vorderingen op verschillende grondslagen tegen Rabobank met betrekking tot vier in 2007 afgesloten renteswaps.
Verjaring van rechtsvordering tot ontbinding. Lange verjaringstermijn van art. 3:311 lid 1 BW. Overeenkomstige toepassing van de leer van HR 9 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1603 (Belastingadvies Malta-route). Stuiting van de verjaring. Verbod van aanvulling van feitelijke gronden
Pensioenverevening. Wet verevening pensioenrechten bij scheiding. Keuze voor latere ingangsdatum pensioen geoorloofd. Afstorting uit BV onder commerciële verzekeraar door D-GA. Geen conversie overeengekomen. Geen dwaling bij keuze van het gekozen pensioenproduct. Kat in de zak ni
Verbintenissenrecht. Overeenkomstenrecht. Stuiting verjaring rechtsvordering tot ontbinding, art. 3:317 BW. Volstaat schriftelijke mededeling met ondubbelzinnig voorbehoud recht? Betekenis HR 11 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD4919.
Renteswaps. Zaak waarin op verschillende grondslagen (onder meer schending zorgplicht en dwaling) vorderingen zijn ingesteld tegen ABN AMRO met betrekking tot vier in 2006 en 2008 afgesloten renteswaps.
Beëindiging kredietrelatie. Schending zorgplicht bank bij afsluiten renteswapovereenkomsten en nieuwe kredietovereenkomst? Aanvangsmoment verjaringstermijn art. 3:310 lid 1 BW. Toepassing van HR 9 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1603 (Belastingadvies Maltaroute). Komt bank ter afwe