Asbestzaak. Mesothelioom. Bekendheid met de gevaren van het werken met asbest in 1969/1970. Geen langdurige en intensieve blootstelling. De gelegenheid die werkgever had om (nadere) veiligheidsmaatregelen te nemen verstreek niet voor het einde van de asbestblootstelling. Vorderin
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:310 BW
Genoemd in 2.390 uitspraken · Officiële wettekst
2.390 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Asbest en thuisbesmetting. Mesothelioompatiënt vordert schadevergoeding van de werkgever waarbij wijlen haar vader in de periode van 1950 tot 1975 als bankwerker in loondienst is geweest. De vordering is verjaard. Beoordeling beroep op verjaring aan de hand van de zeven gezichtpu
Asbest en verjaring. 3:12, 3:310, 6:2, 6:248 BW
beroepsziekte, asbestose,
Beëindiging kredietrelatie. Schending zorgplicht bank bij afsluiten renteswapovereenkomsten en nieuwe kredietovereenkomst? Aanvangsmoment verjaringstermijn art. 3:310 lid 1 BW. Toepassing van HR 9 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1603 (Belastingadvies Maltaroute). Komt bank ter afwe
Een inmiddels 65-jarige man stelt in het schooljaar 1964-1965 seksueel te zijn misbruikt door een pater van het Kleinseminarie van de Heilige Geest te Weert en heeft de Nederlandse Provincie van de Congregatie van de Heilige Geest aansprakelijk gesteld voor de gevolgen hiervan we
Werkgeversaansprakelijkheid, art. 7:658 BW, asbest, mesothelioom, verjaring, [achternaam]/De Schelde.
asbest, mesothelioom, garagebedrijf, 1979, gezichtspuntencatalogus, 7:658 BW
Asbestzaak. mesotheliomen Geschil tussen werkgever en erfgename van overleden werknemer over werkgeversaansprakelijkheid op grond van artikel 7:658 BW wegens blootstelling aan asbeststof in de periode 1959 – 1967
Asbestschade; geen doorbreking van de verjaring. Als lasthebber van de erfgenamen vordert eiseres van een oud-werkgever vergoeding van materiële en immateriële schade in verband met het overlijden van de oud-werknemer aan de asbestziekte mesothelioom. Het dienstverband is in 1963
Asbestschade; geen doorbreking van de verjaring. Als lasthebber van de erfgenamen vordert eiseres van een oud-werkgever vergoeding van materiële en immateriële schade in verband met het overlijden van de oud-werknemer aan de asbestziekte mesothelioom. Het dienstverband is in 1962
Weduwnaar vordert smartengeld en begrafeniskosten na overlijden echtgenote a.g.v. mesothelioom. Volgens eiser heeft zij deze ziekte opgelopen als gevolg van blootstelling aan asbesthoudend afval, dat is gebruikt als verharding van het erf van haar ouders. Onrechtmatige daad Etern
vordering tot vergoeding van schade ten gevolge van blootstelling aan asbest. - de vordering jegens de ex-werkgever -gedaagde sub 1- is verjaard. Het beroep op verjaring van de ex-werkgever is in de omstandigheden van dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet
Asbestzaak. Geschil tussen scheepsnieuwbouw- en reparatiewerf Wilton Fijenoord en de erfgename van een oud-werknemer over werkgeversaansprakelijkheid op grond van art. 7:658 BW wegens blootstelling van deze oud-werknemer aan asbeststof gedurende het dienstverband.
Asbestzaak. Weduwe, wier echtgenoot in 2008 aan de gevolgen van mesothelioom is overleden, vordert op grond van artikel 6:162 BW schadevergoeding van Eternit. Als vaststaand wordt aangenomen dat echtgenoot tijdens verbouwingswerkzaamheden aan een pand in 1976/1977 aan wit asbest
-
(Schending) zorgplicht(en) fertiliteitsarts. Verjaring. Wettelijk kader. Beroep op verjaring is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar. (Weging) gezichtspunten arrest Van Hese/De Schelde.
Bij besluiten van 16 maart 2017 heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat de afzonderlijke verzoeken van [appellanten sub 2] om een schadevergoeding uit het Waarborgfonds mijnbouwschade afgewezen. In hoger beroep is in geschil of en in hoeverre [appellanten sub 2] aanspr
Asbestzaak, mesothelioom. Blootstelling aan asbest door bedrijf dat isolatie aanbracht op scheepswerf waar benadeelde werkte. Doorbreking verjaring. Moment van ontvangst brief immateriële schadevergoeding (art. 6:106 lid 2 BW) niet van doorslaggevend belang.
Werknemer was rond 1965/1966 als handlanger werkzaam in een nieuwbouwwijk te Venlo, waar astbesthoudende pijpen zijn gebruikt. In 2009 is werknemer aan de gevolgen van mesothelioom overleden. Het door de werkgever gedane beroep op verjaring ex art. 3:310 lid 2 BW is naar maatstav
Asbestzaak. Mesothelioom. Geschil tussen aansprakelijkheidsverzekeraar van (niet meer bestaande) werkgever en de erfgename van een oud-werknemer over werkgeversaansprakelijkheid op grond van art. 7:658 BW wegens blootstelling van deze werknemer aan asbest(stof) gedurende zijn die
Asbest; mesothelioom. Een werknemer is tijdens zijn werk als cv-monteur met asbest in aanraking gekomen. Als gevolg daarvan is hij ziek geworden en overleden. De vrouw van de overleden werknemer spreekt de (rechtsopvolger van de) oud-werkgever aan en vordert materiële en immateri
Eiser is van 1959 tot 1967, met een onderbreking van circa 19 maanden wegens militaire dienst, als scheepsbeschieter in loondienst werkzaam geweest bij gedaagde. In juli 2007 werd bij eiser de diagnose maligne mesothelioom in de vorm van longvlieskanker gesteld. Van deze ziekte i
Vordering wegens asbestschade van niet-werknemer is na veertig jaar verjaard. Beoordeling of zich een uitzondering voordoet aan de hand van gezichtspunten, waaraan verschillende waarde toekomt. Vordering instellen binnen redelijke termijn nadat de schade aan het licht is gekomen.
Kort geding. Asbest. Aansprakelijkheid asbestproducent Eternit voor ziekte mesothelioom die door asbestblootstelling is veroorzaakt. Eiser heeft in de periode 1967-1973 asbesthoudende platen op maat gezaagd in het bedrijf van zijn vader. Naar het oordeel van de voorzieningenrecht